10 jaar innoveren in de bouw: Jubilerend Count & Cooper blijft groots denken
Count & Cooper vierde dit jaar zijn tienjarige jubileum. Zelf kunnen Wouter de Graaf en Dennis Kuiper het nog maar moeilijk geloven. Want de tijd is gevlogen sinds ze elkaar ontmoetten bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn en besloten de handen ineen te slaan om een bureau op te richten dat de dingen anders doet. De twee oprichters blikken met ons terug op een decennium innoveren in de bouwsector.
Wouter de Graaf herinnert het zich nog als de dag van gisteren, het moment dat Dennis Kuiper en hij voor het eerst hun ambities deelden bij potentiële klanten. “Ze stonden ons soms aan te kijken alsof we grootheidswaan hadden”, vertelt hij met een brede grijns.
“Dat hadden we denk ik ook wel een beetje”, antwoordt Kuiper lachend.

Hun plannen logen er dan ook niet om. “We wilden impact maken in de bouwwereld, zónder dat we een bouwbedrijf waren”, vertelt De Graaf. “We wilden als adviesbureau bijdragen aan het beter laten verlopen van grote, complexe bouwprojecten – van de tenderfase tot en met de daadwerkelijke realisatie.”
“Daarbij wilden we het nadrukkelijk anders doen dan de advies- en ingenieursbureaus die er al waren”, vult Kuiper aan. “We wilden écht meedoen – risicodragend en met gelijke belangen, niet uurtje factuurtje op de bagagedrager.”
De ontbrekende schakel
Het plan dat de twee hiervoor hadden was ontstaan nadat ze elkaar in 2011 ontmoetten gedurende een van de grootste infrastructuurprojecten uit de moderne Nederlandse geschiedenis: de aanleg van de Amsterdamse Noord/Zuidlijn.
Kuiper werkte destijds voor aannemersbedrijf VolkerWessels. Daar kwam hij tot het inzicht dat veel van de problemen binnen zijn vakgebied niet zozeer zaten in de techniek, maar in de projectorganisatie.
“Waar het vaak misgaat is het beheersen van zo’n groot, complex project”, legt hij uit. “Je werkt al snel met honderden mensen, afkomstig uit verschillende bedrijven en met uiteenlopende specialisaties. Om dan efficiënt samen te werken is een hele uitdaging.”
“We wilden impact maken in de bouwwereld, zónder dat we een bouwbedrijf waren.”
Hij sprak erover met De Graaf – die destijds als projectadviseur VolkerWessels hielp tijdens de aanbesteding en realisatie van de afbouw van de Noord/Zuidlijn – en samen concludeerden ze dat een onafhankelijke projectmanagementpartij vaak de ontbrekende schakel was.
“Zo was het idee voor Count & Cooper geboren”, vertelt Kuiper. “We wilden een innovatief tender- en projectmanagementbureau beginnen – een nieuwe partij wiens kracht het is om juist alle ándere partijen in hun kracht te zetten door ze optimaal te laten samenwerken.”
Het ‘anders’ doen
Om dat voor elkaar te krijgen wilden ze het dus ‘anders’ doen. Eén belangrijk ingrediënt van de innovatieve formule was dat Count & Cooper zelf risico wilde dragen. “Niet van de zijlijn een project managen, maar er zélf onderdeel van worden door daadwerkelijk toe te treden tot bouwconsortia”, legt De Graaf uit.
Enkele andere vernieuwende ideeën waren de inzet van virtueel bouwen – zodat elk project vóór de daadwerkelijke realisatie al een keer digitaal kan worden gerepeteerd – en een sterke focus op high-performing teams.
Al met al inderdaad een grootse ambitie dus – maar grootheidswaan was het niet, kunnen de twee oprichters tien jaar na die eerste klantmeetings tevreden vaststellen. Count & Cooper is uitgegroeid tot een succesvol bedrijf met inmiddels meer dan 70 medewerkers.
Het Rotterdamse bureau heeft diverse prestigieuze projecten op zijn naam staan, waaronder de metamorfose van de centrumzijde van station Amsterdam Centraal, het vernieuwen van de kademuren van de Amsterdamse grachtengordel, de verbreding van het Twentekanaal bij Almelo – waarmee een nieuwe duurzame verbinding met het achterland is gecreëerd – en de transformatie van de Amstelveenlijn van metrolijn naar hoogwaardige tramlijn.
“En begin deze maand konden we weer een mooi project bijschrijven”, geeft De Graaf aan. “Aannemer FCC Construcción is geselecteerd voor de aanleg van de hypermoderne medische isotopenreactor PALLAS in Petten. Tijdens dit aanbestedingstraject hebben wij intensief samengewerkt met FCC, met dit mooie resultaat.”
Droompositie
Kijkend naar de ontwikkeling die Count & Cooper heeft doorgemaakt, springt één project er voor Kuiper en De Graaf uit: de verbreding van de A9. “Die aanbesteding bood echt de mogelijkheid om het anders te doen”, vertelt Kuiper. “Om het klein te maken en precies dát bij elkaar te brengen wat nodig is om zo’n aanbesteding te winnen.”
Met name bijzonder was wat daarvoor juist níet nodig bleek: een bouwbedrijf. “We hebben het opgestart samen met investeringsbank Macquarie”, legt Kuiper uit. “Zo brachten we financiering en executiekracht samen. Het was echt uniek dat we de aanbesteding wisten te winnen, waarbij wij in de lead waren van deze tender en de aannemer op een veel later moment aanhaakte.”
Voor Count & Cooper “de gedroomde positie” binnen een project, geeft hij aan. “Niet dat we alleen de leiding willen nemen, maar omdat het ons de kans bood om in echte co-creatie met de andere partijen het verschil te kunnen maken en iedereen de kans te geven dat te doen waar ze het beste in zijn: het komt erop neer dat het ingenieursbureau engineert, de bouwer bouwt en de managementpartij managet.”
Harde leerschool
Bovendien zette het project Count & Cooper stevig op de kaart. “We kregen in één klap enorme naamsbekendheid binnen de bouwwereld”, vertelt De Graaf. “En we zijn in dat jaar verdrievoudigd als organisatie.”
“Wat we de afgelopen tien jaar hebben geleerd willen we inzetten om mee te bouwen aan een duurzamer land.”
Tegelijkertijd was het ook een “heftige tijd” voor het bureau, geeft hij aan. “We hebben veel van onze mensen gevraagd. Een deel heeft denk ik ook om die reden afscheid van ons genomen toen. Ze herkenden zichzelf niet langer in wat we als bedrijf waren geworden, en de werkdruk lag in het project misschien wel te hoog. Daarmee hebben we ook de keerzijde van succes moeten ervaren.”
“Ik heb dat zelf ook wel als heftig beleefd”, erkent Kuiper. “Als er in die beginjaren iets optrad kon je het zelf nog wel oplossen, maar bij die A9 was het zó groot – je kwam niet meer weg met ‘nu even de schouders eronder jongens’. Het was een harde leerschool.”
Meebouwen aan duurzaam land
Terwijl het project nog altijd in volle gang is – de verwachte oplevering is eind 2026 – kijken De Graaf en Kuiper aan het einde van dit jubileumjaar alweer veel verder vooruit. Daarbij is de belangrijkste ambitie om Nederland te helpen in het aangaan van enkele van de grootste ruimtelijke uitdagingen voor de komende decennia.
“We hebben goed gekeken naar de sustainable development goals van de Verenigde Naties, en in welke doelen een grote bouwopgave ligt”, vertelt De Graaf. “Op basis daarvan willen we ons verder verbreden, zodat we naast de infrastructuur uiteindelijk ook meer actief zijn in de energietransitie, waterbouw en stedelijke ontwikkeling.”
“Wat we de afgelopen tien jaar hebben geleerd in al die grote projecten willen we inzetten om mee te bouwen aan een duurzamer land dat tevens is bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering”, vult Kuiper aan. “Denk bijvoorbeeld aan projecten om de stijging van de zeespiegel op te vangen.”
Kortom: groots denken zijn De Graaf en Kuiper niet verleerd. “Nooit”, lacht Kuiper. “Het wordt ongetwijfeld weer een flinke uitdaging, maar ik kijk er enorm naar uit.”

