‘Leven Lang Ontwikkelen gaat onderwijs en arbeidsmarkt transformeren’

06 april 2023 Consultancy.nl 8 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Het concept van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) heeft de wind volop in de rug. En met een grote investeringsagenda in het vooruitzicht, zal het op termijn een gigantische impact hebben op de vernieuwingen in het onderwijs, evenals op de arbeidsmarkt en de economie, zo stellen vier onderwijsexperts van adviesbureau Turner. Ze delen hun visie.

Leven Lang Ontwikkelen (of: Leven Lang Leren) is een concept waarbij professionals gestimuleerd worden om doorlopend hun kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Dit is noodzakelijk omdat de wereld – en dus de vaardigheden om relevant te blijven op de arbeidsmarkt – steeds sneller verandert.

De Rijksoverheid is zich goed bewust van het belang van LLO en investeert daarom volop in het concept. Zo heeft het Nationaal Groeifonds in totaal €392 miljoen toegekend aan een programma dat Leven Lang Ontwikkelen onder de aandacht brengt van het onderwijs, het bedrijfsleven en de professionals zelf.

Leven Lang Ontwikkelen gaat onderwijs en arbeidsmarkt transformeren

“Als werkenden hun kennis en vaardigheden op peil willen houden of zelfs willen vergroten, is omscholing, bijscholing of nascholing pure noodzaak om bij te blijven”, zegt Nicolai Manie, adviseur bij Turner.

In sommige beroepen, zoals de advocatuur, de consultancy of de medische zorg, is het heel gewoon dat mensen zich periodiek laten bijscholen. Maar in veel andere beroepen is het idee achter Leven Lang Ontwikkelen minder bekend.

“Dat moet anders”, vindt Manie. “Denk bijvoorbeeld aan de installatiebranche: wat zal het betekenen als alle huishoudens de komende jaren hun cv-installaties vaarwel zeggen en overschakelen op warmtepompen? Of denk aan de automatisering en robotisering van andere beroepen, zoals in de zorg. Bepaalde beroepen zullen verdwijnen, om plaats te maken voor andere beroepen. Om aansluiting met de arbeidsmarkt te houden, zullen veel werkenden zich moeten laten omscholen of bijscholen.”

Jasper Engelbert, onderwijsadviseur bij Turner, ziet Leven Lang Ontwikkelen ook als een essentieel ingrediënt voor het kunnen oplossen van de groeiende tekorten op de arbeidsmarkt. “Veel bedrijven schreeuwen om extra werknemers, terwijl er nog steeds tienduizenden, honderdduizenden mensen staan ingeschreven bij het UWV. Er is sprake van een duidelijke mismatch, die grote economische problemen tot gevolg heeft. Het onderwijs en het bedrijfsleven zijn het aan hun stand verplicht een rol te spelen in de oplossing hiervan.”

Leven Lang Ontwikkelen

Volgens Manie en Engelbert is Leven Lang Ontwikkelen een concept dat een veel bredere ingang zou moeten vinden in onze maatschappij. “Eigenlijk zou het idee van leren als onderdeel van je werk genormaliseerd moeten worden”, vindt Engelbert.

“Jezelf ontwikkelen is iets organisch, wat je kunt bereiken door jezelf steeds in een positie te brengen waarin je niet eerder hebt gezeten. Maar sommige skills kom je niet zomaar tegen. Je zult toch echt iets moeten ondernemen om je die eigen te maken.” Of, in de woorden van Manie: “We moeten Leven Lang Ontwikkelen zien als een mindset.”

“Het idee van leren als onderdeel van je werk zou genormaliseerd moeten worden.”

De twee onderwijsexperts pleiten er dan ook voor om Leven Lang Ontwikkelen in een zo vroeg mogelijk stadium te introduceren. “Je zou er eigenlijk al op heel jonge leeftijd, bij de kleuters, mee moeten beginnen. Leren leren is niet alleen superbelangrijk, blijven leren en nieuwe kennis en skills verwerven is ontzettend leuk”, zegt Manie.

“LLO moet niet gezien worden als een product dat we voor een bepaalde prijs voor een bepaalde groep professionals in de markt zetten, maar als onderdeel van de gehele kennisketen. Dit is van belang voor de persoonlijke ontwikkeling én voor de concurrentiekracht van de hele Nederlandse economie.”

Als je zo vroeg begint, kun je ook het meeste winnen, vult Turner-partner Jeroen Visscher aan. “Onderzoek heeft allang uitgewezen dat de eerste jaren bepalend zijn voor de ontwikkeling van een kind. Dan zijn vragen als waar je wieg staat en welke kansen je krijgt allesbepalend. Op dat terrein kunnen we grote maatschappelijke impact maken.”

Hoe ziet LLO er nu uit?

LLO is niet nieuw. Voor uiteenlopende beroepsgroepen, van automonteurs tot advocaten en van verpleegkundigen tot artsen, is na- en bijscholing heel normaal. Omscholing is eveneens een bekend fenomeen: denk aan de jaren tachtig en negentig, toen veel werklozen omgeschoold werden tot IT’ers.

Op dit moment is met name de mbo-sector leidend op het gebied van LLO. Veel opleidingen bestaan al uit deels onderwijs volgen, deels praktijkervaring opdoen: de BBL-variant. Dat heeft tot gevolg dat de binding van de mbo-instellingen met overheden en werkgevers in de regio al behoorlijk sterk is.

“LLO moet niet gezien worden als product dat we voor een bepaalde prijs voor een bepaalde groep in de markt zetten, maar als onderdeel van de gehele kennisketen.”

“In het hbo gebeurt ook veel, mede doordat de hbo-sector niet alleen een platform is om kennis te delen, maar ook om te ontwikkelen”, zegt Engelbert. “Je zou kunnen zeggen dat het hbo de motor is van de innovatie in het midden- en kleinbedrijf.”

In het wetenschappelijk onderwijs is LLO ondanks alle post-graduate opleidingen minder prominent aanwezig, zegt Manie, die zelf een LLO-initiatief tussen de Universiteit Maastricht, de Radboud Universiteit en de Open Universiteit hielp opzetten. “Dat heeft een reden: hoger opgeleiden hebben continu leren grotendeels in hun mindset, ze beschouwen leren als een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven.”

Toch zouden wetenschappelijke instellingen volgens Manie meer hun maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid kunnen nemen om LLO in Nederland te versterken, uit te bouwen en er vanuit hun wetenschappelijke perspectief aan bij te dragen.

De publieke taak

Uit de successen die al geboekt zijn, met name in de mbo-sector, blijkt dat Leven Lang Ontwikkelen profijt heeft van een sterke inbedding in de quadruple helix, waarin overheid, bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap de handen ineenslaan.

“Dat helpt bij de fundamenteel andere manier van organiseren die nodig is voor LLO. Normaal gesproken gaan instellingen uit van hun eigen kracht en nemen ze vrij lang de tijd om opleidingen binnenhuis te ontwikkelen. Maar om aan te sluiten op de behoeften in de regio, in de markt, is een andere strategische benadering van de arbeidsmarkt en de werkgevers nodig, waardoor het onderwijs in co-creatie ontwikkeld kan worden”, zegt Visscher.

“Bestuurders, directieleden, teamleiders en docenten zullen hun visie op het onderwijs moeten bepalen.”

“Daarvoor moet je van buiten naar binnen kijken en kort-cyclisch te werk gaan, zodat je snel de transitie kunt maken van een bestaande opleiding naar een specifiek aanbod voor mensen die zich willen laten bijscholen.”

De onderwijsexperts van Turner zien LLO als een publieke taak. “Omdat LLO een opdracht van grote maatschappelijke importantie is, behoren de publiek gefinancierde onderwijsinstellingen het voortouw te nemen. Ook omdat vraagstukken als het tekort aan werknemers in de zorg en de techniek en de energietransitie maatschappelijk zo relevant zijn. Private onderwijsinstellingen vervullen een nuttige rol, maar deze uitdagingen zijn te groot en te belangrijk.”

De maatschappelijke opdracht

Volgens Turner-adviseur Annelieke van Schie kan de ambitie die bij LLO hoort, zeker nu de aanvraag voor de Nationale LLO-katalysator bij het Nationaal Groeifonds is goedgekeurd, een enorme maatschappelijke impact hebben. “LLO heeft de potentie om op termijn een fundamentele vernieuwing van het onderwijs in gang te zetten. Er is niet voor niets gekozen voor de naam ‘Nationale LLO Katalysator’.”

De uitdaging is nu om alle ideeën en plannen van het papier naar de praktijk te brengen (in consultingjargon: de ‘strategie-executie’). “De beste plannen identificeren, de juiste pioniers erbij vinden, snel experimenten opstarten en vandaar verdergaan.”

Cruciaal daarin is samenwerking in de quadruple helix. En het onderwijsleiderschap, zegt Van Schie. “Bestuurders, directieleden, teamleiders en docenten zullen hun visie op het onderwijs moeten bepalen. Hoe zien zij de rol van het onderwijs in de wereld om zich heen? Hebben zij hun blik naar buiten gericht om te zien wat zich daar afspeelt? Hoe willen zij de vertaalslag maken? Dat is de bottom-line van deze discussie.”