‘Versmelt onderwijs, onderzoek en samenleving om volledig innovatiepotentieel te benutten’

03 januari 2022 Consultancy.nl 6 min. leestijd

Nederland beschikt over een schat aan innovatiekracht die van grote waarde kan zijn voor onze samenleving. Dit enorme potentieel wordt echter niet volop benut, zo stelt Roland Berger in een nieuw rapport. De zogeheten ‘valorisatie’ van kennis, talent en andere assets lijdt onder een te nauwe verbinding tussen enerzijds kennisinstellingen en anderzijds bedrijven en de samenleving. De oplossing: het ‘versmelten’ van de twee werelden tot één ecosysteem.

Sinds 2005 hebben Nederlandse universiteiten een derde kerntaak: naast onderwijs en onderzoek moeten ze zich ook bezighouden met valorisatie, oftewel het ten behoeve van de samenleving ‘verwaarden’ van hun verschillende assets – denk aan het aanwezige talent (zowel studenten als docenten/onderzoekers), de kennis, het netwerk en alle faciliteiten.

Het idee is om dit potentieel beter te ontsluiten, door de van oudsher wat gesloten universiteitswereld expliciet te koppelen aan de rest van de samenleving.

Omdat echter “breed het beeld bestaat” dat hierbij nog kansen blijven liggen, vroeg Techleap – een non-profit ter bevordering van het Nederlandse startup-ecosysteem – strategisch adviesbureau Roland Berger om onderzoek te doen naar de bestaande bottlenecks en manieren om deze weg te nemen.

Valorisatie vandaag: structurele barrières

Eén ding is in ieder geval duidelijk: aan potentieel ontbreekt het niet. Ondanks de bescheiden omvang weet Nederland “wetenschappelijke topprestaties” te leveren, zo stellen de onderzoekers vast.

“In veel vakgebieden staat Nederland wereldwijd in de top 10 – vaak hoger – en in de voornaamste citatie-indexen staat Nederland zelfs absoluut (!) bovenaan. Daarnaast kent ons land talloze publiek-private samenwerkingen, scienceparken en faciliteiten waarvan onderzoekers en bedrijven gebruik kunnen maken, steeds meer tegen gunstige voorwaarden.”

Zandloper

Deze overvloed aan innovatiekracht maakt de vraag wat dan wel het probleem is echter des te prangender. Roland Berger identificeert verschillende bottlenecks die de valorisatie belemmeren, maar het probleem kan in zijn geheel nog het beste worden omschreven als één grote bottleneck – vrij letterlijk: het systeem rond onderwijs, onderzoek en valorisatie wordt door de onderzoekers aangeduid als een “zandloper”.

“Aan de ene kant staan de kennisinstellingen met hun enorme potentie aan talent (studenten en wetenschappers), kennis en infrastructuur en aan de andere kant onze bedrijven en samenleving waarin ondernemers, toepassingen en ecosystemen hun waarde realiseren.”

Deze twee werelden zijn weliswaar verbonden door de hals, bestaande uit zogeheten kennis- en technologietransferoffices (KTO’s) die uitwisseling moeten bevorderen, maar deze “bevinden zich letterlijk in de ‘bottleneck’ van dit systeem en het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste probleemanalyses en verbetervoorstellen zich toespitsen op hun functioneren”.

Versmelting van gescheiden systemen

Volgens Roland Berger zijn veel van de ervaren barrières echter niet zozeer te wijten aan deze KTO’s, maar eerder symptomen van uitdagingen op systeemniveau. Zo kampt de valorisatie nog met kinderziektes: doordat het een relatief nieuwe kerndoelstelling is, zijn de cultuur, governance en financiering van universiteiten nog volledig ingericht op onderwijs en onderzoek en is valorisatie “nog te vaak een lineair, transactioneel proces van binnen naar buiten”.

Omdat de problemen in het systeem zitten verweven kunnen de KTO’s onmogelijk hun taak naar behoren uitvoeren en is het zelfs niet mogelijk om ze zo uit te rusten dat zij dit wel kunnen. In plaats daarvan moet het gehele systeem op de schop: de twee delen van de zandloper moeten worden verenigd.

“Zo’n systeem ‘versmelt’ als het ware de twee door een flessenhals gescheiden systemen die we hierboven beschreven tot één naadloos geïntegreerd systeem. In plaats van kennis en technologie van A naar B te brengen, brengt het A en B bij elkaar in fysieke innovatiegemeenschappen die helemaal zijn ingericht op het maximaliseren van ontmoetingen, kruisbestuiving en samenwerking en het beschikbaar en toegankelijk maken van alle condities voor succes.”

Deze innovatiegemeenschappen ziet Roland Berger voor zich als ecosystemen waarin een universitaire campus of sciencepark de fysieke kern vormt, en waar bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties samen innoveren “vanuit een enorme concentratie van kennis, talent, faciliteiten en kapitaal”.

Virtueuze cyclus

Binnen zo’n ecosysteem “versmelt generatie met gebruik”, zo stellen de onderzoekers: “Transfer wordt tweerichtingsverkeer, transactie wordt co-creatie en in die samenwerking ontstaan en groeien ondernemers, toepassingen en ecosystemen.”

Valorisatie morgen: potentie ontketend

Daarmee is valorisatie niet langer een derde ondergeschoven taak, “maar integraal verweven met onderwijs en onderzoek in een ‘virtueuze’ cyclus”: maatschappelijke uitdagingen inspireren onderzoek, onderzoek vindt plaats in publiek-private samenwerking, en is op zijn beurt weer de basis voor de opleiding van onderzoekers en studenten.

En omgekeerd levert het onderwijs talent voor bedrijven, de samenleving en onderzoek, levert dat onderzoek nieuwe kennis en toepassingen, en trekt het openstellen van talent, kennis en faciliteiten voor publieke en private deelnemers en investeringen naar het ecosysteem.

Vijf sprongen

Het klinkt als een mooi ideaal, zo’n zelfversterkend ecosysteem waarbij de samenleving optimaal profiteert van al haar innovatiepotentieel. En het is volgens Roland Berger niet puur een droombeeld: “Op steeds meer plaatsen in Nederland wordt dit beeld van valorisatie in meer of mindere mate en meer of minder expliciet herkend, gedeeld en ingevuld. Er gebeurt ontzettend veel en eigenlijk past het allemaal in deze richting.”

Om de Nederlandse potentie “echt te ontketenen” moeten we echter “een aantal meer radicale veranderingen durven doorvoeren in de manier waarop wij valorisatie benaderen, organiseren, ondersteunen en financieren”. Deze benodigde veranderingen drukken de onderzoekers uit als vijf “leaps”, oftewel sprongen die we moeten wagen.

Ten eerste moet de transfer plaatsmaken voor samen innoveren. Ten tweede moet valorisatie een volwaardig onderdeel worden van het primaire proces. Ten derde moeten fysieke locaties worden gecreëerd voor co-creatie over alle Technology Readiness Levels (TRL’s). Ten vierde moet ondersteuning dichtbij en thematisch worden georganiseerd. En ten slotte moet worden gezorgd voor structurele, continue financiering.