Professionals in technologiesector niet bang voor robotisering

12 februari 2018 Consultancy.nl

Medewerkers uit de technologische industrie zijn behoorlijk positief over robotisering en digitalisering. Zo’n 83% van hen vreest niet voor zijn baan maar beschouwt dergelijke ontwikkelingen juist als een kans. Velen verwachten dat technologie het werk uitdagender en leuker maakt. Wel geven medewerkers aan dat vanwege de bijkomende complexiteit bijscholing noodzakelijk zal zijn.

Het zal vandaag de dag nog maar weinigen ontgaan dat we ons begeven in een tijdperk van sterke digitalisering en robotisering. Dergelijke technologische ontwikkelingen veroorzaken veranderingen, die elkaar in een almaar sneller tempo lijken op te volgen. Zo voorspelt Deloitte in een recent onderzoek dat de inzet van machine learning binnen het bedrijfsleven dit jaar zal verdubbelen. Ook zouden bijvoorbeeld drones in de toekomst de transportsector kunnen ontwrichten, waarmee de taken van de pakketbezorger zouden worden overgenomen. 

Terwijl onlangs bleek dat veel professionals in de financiële sector bang zijn dat de snelle opkomst van automatisering ten koste zal gaan van hun carrièrekansen, zijn medewerkers uit de technologische wereld behoorlijk positief over toenemende robotisering en digitalisering en vrezen zij niet voor hun baan. Dat is te lezen in het rapport ‘Onderzoek Smart Working: Medewerkers aan het Woord’, uitgevoerd door adviesbureau Berenschot in samenwerking met TIAS School for Business and Society. Het onderzoek werd gehouden in opdracht van FME, een werkgeversorganisatie voor de technologische industrie in Nederland, waarvan Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, voormalig Tweede Kamerlid van de VVD, momenteel voorzitter is. 

Technologie waar medewerkers kennis mee hebben gemaakt

Nieuwe technologieën op de werkvloer

Van de ruim 6400 mensen werkzaam in de technologische sector die deelnamen aan het onderzoek gaf 91% aan dat binnen hun bedrijven gewerkt wordt met nieuwe technologie. Bijna driekwart van de medewerkers (74%) neemt waar dat de onderneming waar zij werken onderdelen van het arbeidsproces automatiseert. De meest genoemde ontwikkeling daarbij is met 39% het ‘internet of things’ (IoT). Ook komt de automatisering vrij regelmatig in de vorm van robotisering (35%). Vaak is er in die gevallen wel sprake van zogenaamde ‘cobotisering’, waarbij robot en mens naast elkaar functioneren. Verder zijn onder meer de opkomst van sensortechnologie (32%) en big data (30%) merkbaar op de werkvloer. 

Of al die technologie ook nuttig wordt gebruikt, dat is betwistbaar. Zo geven de onderzoekers aan dat “respondenten regelmatig spreken van een gebrek aan visie en koers”. Daarmee wordt bedoeld dat technologie lukraak wordt ingevoerd door leidinggevenden. In het rapport wordt in dit verband gesteld dat de directie zich moet bekommeren om de zorgen van haar personeel: “Het kan medewerkers wel onzeker maken en vraagt dan ook aandacht van het management.”

In hoeverre veranderen de processen

Collectieve en individuele veranderingen

De respondenten onderschrijven dat de technologische ontwikkelingen wezenlijk hun werk en werkomstandigheden veranderen of gaan veranderen. Op dit moment ziet 45% van de ondervraagden het productieproces, de producten of dienstverlening van het bedrijf in (redelijk) grote mate verschuiven als gevolg van nieuwe technologie. Slechts 13% ziet geen wijzigingen in de manier waarop producten of diensten tot stand komen. Voor de nabije toekomst verwacht het grootste deel (61%) aanzienlijke veranderingen. Een van de respondenten, een 58-jarige technische assistent, bevestigt die conclusie: “Technologische ontwikkelingen gaan heel hard. Nieuwe producten die op de markt komen, nieuwe besturingen en dat merk je. Je moet van alles op de hoogte zijn als monteur.” 

Doordat taken wijzigen ten gevolge van de nieuwe technieken, vervallen sommige functies maar ontstaan ook nieuwe. Ook op dit gebied zijn de respondenten behoorlijk positief. Zo ziet 58% nieuwe functies ontstaan, terwijl niet meer dan 28% functies ziet verdwijnen. Daartegenover stelt 57% dat het verdwijnen van functies bij zijn bedrijf niet aan de orde is, en niet meer dan 30% dat er geen nieuwe functies bijkomen. Al met al ziet men dus vooral nieuwe rollen ontstaan en in veel mindere mate dat taken komen te vervallen.

Zien medewerkers kansen - en gaan er functies bijkomen of verdwijnenOver die verhouding is het merendeel van de medewerkers dan ook positief: 28% ziet veel kansen en nog eens 54% ervaart meer kansen dan bedreigingen. Niet meer dan 10% ziet meer bedreigingen dan kansen en bijna niemand (1%) neemt veel bedreigingen waar. Dit positivisme lijkt niet ongegrond, want uit eerder onderzoek blijkt dat een technologie zoals digitalisering veel nieuwe functies creëert.

Omtrent de impact van de veranderingen op de eigen werkzaamheden verwacht het merendeel van de medewerkers (55%) dat het eigen werk weliswaar zal veranderen, maar dat het slechts om een klein deel van arbeidsactiviteiten zal gaan. Ruim een vijfde (21%) van de werknemers voorziet grote veranderingen en slechts 3% verwacht dat ál het werk zal veranderen. 13% van de ondervraagden zegt geen taak te kunnen bedenken die zal worden beïnvloed en 8% van de ondervraagden zegt hieromtrent geen inzicht op de toekomst te hebben. 

Het is nu al te merken dat taken zullen veranderen, aldus 80% van de ondervraagden. Een nog grotere groep (88%) verwacht veranderingen in de komende drie jaar. Ook geeft een groot aantal van hen (84%) aan dat er taken bij zullen komen, terwijl 78% stelt dat dit nu al gebeurt. Naast nieuwe en veranderende taken in het werk, merkt 25% dat er taken in het werk verdwijnen. En 41% verwacht dat dit de komende drie jaar het geval zal zijn. De ervaringen van een 37-jarige projectmanager zijn in lijn met de cijfers: “Bij ons valt eigenlijk niemand buiten de boot, maar mensen moeten soms wel andere dingen gaan doen of nieuwe dingen gaan leren.” 

Door technologische ontwikkelingen verwacht ik dat de komende 3 jaar...

Plezier in het werk

Ook wanneer er wordt gekeken naar de wijze waarop automatisering zijn weerslag zal hebben op het plezier dat werknemers beleven in de uitvoering van hun taken, zijn de resultaten behoorlijk positief. Velen van hen verwachten dat het werk als gevolg van technologische ontwikkelingen uitdagender (51%) en leuker (30%) wordt. Verder geeft zo’n 8% aan niet te weten welke kant de ontwikkelingen op zullen gaan.

Tegelijkertijd verwachten respondenten ook dat het werk moeilijker (45%) en zwaarder (33%) wordt. Routinematige taken verdwijnen en er komt complexere technologie bij. Daarom geven medewerkers aan dat bij technologische ontwikkelingen vakinhoudelijke bijscholing en informatie noodzakelijk zijn. Uit interviews blijkt ook dat de zwaarte vooral zit in toenemende productiviteit en snelheid van werken. Een 55-jarige logistics engineer erkent die gang van zaken: “De luwteplekken zijn verdwenen in de organisatie, je moet op alle plekken meekunnen met de snelheid en de ontwikkelingen. Er is minder ruimte voor plekken om rustig je tijd uit te zitten als je bijvoorbeeld ouder bent.” 

Positivo’s en sceptici

Al met al is de ruime meerderheid van de respondenten positief over de toekomst en wordt aangegeven dat de technologische ontwikkelingen vooral kansen bieden. Uit de resultaten blijkt dat deze houding geldt voor alle leeftijdsgroepen, opleidingsniveaus en functiegroepen, want er is geen sterke relatie gevonden tussen leeftijdscategorie, sector of opleidingsniveau en de manier waarop medewerkers naar de toekomst kijken. De aanname dat energie vooral bij de jongere generatie zou zitten en de weerstand bij ouderen is ongegrond, aldus de onderzoekers: “Er zijn wel verschillen maar die hangen niet samen met deze persoonskenmerken.” Ergo, medewerkers zijn overwegend positief, ongeacht leeftijd, opleidingsniveau of sector. 

Mijn werk over 3 jaar

In alle bedrijven zijn natuurlijk echter wel mensen te vinden die meer zorgen hebben en sceptischer zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er een duidelijke relatie is tussen de mate van automatiseerbaarheid van een functie en het zien van kansen of bedreigingen. Weinig verrassend, bevinden de sceptici zich vooral in functies waarvan de kans groter is dat deze geautomatiseerd worden, terwijl de meest positief gestemde medewerkers juist rollen vervullen waar de kans om door technologische middelen te worden vervangen het kleinst is.

Desalniettemin geven de onderzoekers aan dat de relatie ook weer niet absoluut is, aangezien er ook best werknemers zijn die een baan hebben die in hoge mate te automatiseren is, maar die toch best positief gestemd zijn en denken dat het niet in zo’n vaart zal lopen. Volgens hen lijkt, net zoals voor het merendeel van medewerkers in de technologiebranche, het glas in ieder geval halfvol.

Nieuws