Inzet van overheid cruciaal bij energietransitie transportsector

27 november 2017 Consultancy.nl

Het gebruik van alternatieve brandstoffen binnen de Nederlandse goederenvervoersector is de afgelopen vijf jaar nauwelijks toegenomen. Dit terwijl de sector achterloopt op de rest van Nederland wat betreft het terugdringen van de CO2-uitstoot. De voornaamste redenen voor de stagnatie zijn een gebrek aan beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid. Om de impasse te doorbreken is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid, stelt Panteia in een onlangs verschenen rapport.

In het op 12 december 2015 gesloten klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat landen en bedrijfssectoren plannen moeten ontwikkelen om te zorgen dat de wereldwijde temperatuurstijging als gevolg van CO2 en andere broeikasgassen onder de twee graden Celsius blijft. Aan de hand hiervan formuleerde de EU doelstellingen voor het terugdringen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

Terwijl Nederland gemiddeld gezien op schema loopt wat betreft de reductie van broeikasgassen, blijft de transport- en logistieke sector ver achter. Er ligt geen scenario klaar voor de branche en de spaarzaam gerealiseerde energiebesparingen worden tenietgedaan door de groei van de sector.

Stagnatie

Wil de sector wel voldoen aan de strenge doelstellingen, dan zal er op korte termijn een grootscheepse transitie richting alternatieve brandstoffen moeten plaatsvinden. Vijf jaar geleden inventariseerde onderzoeksbureau Panteia al de toenmalige stand van zaken in het rapport ‘Alternatieve brandstoffen; gat in de markt of verre toekomstmuziek?’. Hoewel er sindsdien wel vooruitgang is geboekt, vond er nauwelijks volumegroei plaats in het aantal vrachtvoertuigen op alternatieve brandstoffen op de weg. Dit vormde voor ING en TVM verzekeringen aanleiding om als thema voor een ander onderzoek – te kiezen voor CO2-reductie in relatie tot de inzet van alternatieve brandstoffen in het goederenvervoer over de weg.

Nog geen half procent van de Nederlandse vrachtwagens rijdt op alternatieve brandstof

Van alle 196.000 Nederlandse vrachtwagens van meer dan 3,5 ton werden er aan het begin van dit jaar slechts zo’n 900 aangedreven door een alternatieve brandstof. Veruit het grootste deel hiervan bestaat uit vrachtwagens die op aardgas rijden (CNG of LNG). Ruim 500 wagens – die samen zo’n 60% van alle alternatieve brandstofgebruikers vormen – rijden op CNG, terwijl er ongeveer 300, goed voor 31%, door LNG worden voortgedreven.

Toch zijn deze aantallen nog altijd fors, wanneer ze worden afgezet tegen de hoeveelheid vrachtwagens die gebruikmaakt van elektriciteit, waterstof of alcohol. Er rijden in Nederland nog geen zeventig elektrische vrachtwagens (8%), zes vrachtwagens die op waterstof draaien (0,7%) en niet meer dan drie waar alcohol in de tank gaat. In vergelijking met vijf jaar geleden is er maar zeer beperkt vooruitgang geboekt in de verduurzaming van het Nederlandse wegtransport-wagenpark.

Beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid

De onderzoekers identificeerden wat volgens hen de drie voornaamste redenen zijn voor de trage overgang naar alternatieve brandstoffen in het vrachtvervoer over de weg. Het gaat volgens hen om een gebrek aan beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Wat betreft de beschikbaarheid wordt erop gewezen dat het netwerk van tankstations voor alternatieve brandstoffen nog volop in ontwikkeling is en nog erg ver achter blijft bij dat voor fossiele brandstoffen. Wat betreft de betaalbaarheid is er nog veel twijfel of de alternatieve brandstoffen voor lange tijd en tegen een constante prijs verkrijgbaar zijn. Deze twijfel is bovendien tekenend voor een gebrek aan betrouwbaarheid dat breed wordt ervaren binnen de sector, mede als gevolg van een tekort aan betrouwbare gegevens. Tot slot ontbreekt volgens Panteia ook een gunstig businessmodel voor alternatieve brandstoffen.

Belangrijke rol overheid

Het rapport benadrukt dat het inmiddels hoog tijd is dat de jarenlange impasse wordt doorbroken en er een transitieversnelling optreedt. Hierin ziet Panteia een essentiële rol weggelegd voor de overheid: “Een politieke keuze is vereist om de beschikbare biobrandstoffen in de transportsector aan te wenden in die segmenten waar (nu nog) geen alternatieven zijn.” Aangezien ieder segment binnen het vrachtvervoer een specifieke eigen oplossing vraagt, kan de overheid sturen en duidelijkheid scheppen door voor elk segment een keuze voor te schrijven die het beste werkt om verduurzaming te realiseren.

Quote Panteia

De onderzoekers nemen in het rapport vast een voorschot op een mogelijke invulling van dit sectorspecifieke beleid: “Fijnmazige en stedelijke distributie moet inzetten op elektrisch. Het binnenlands vervoer moet de biobrandstoffen gebruiken als transitiebrandstof richting elektrisch. En het internationaal vervoer zal via bio-LNG en andere biobrandstoffen uiteindelijk moeten overschakelen op waterstof”, staat in het rapport te lezen. Daarnaast moet er volgens Panteia in vervoersstromen waar nu al betere alternatieven voorhanden zijn een einde komen aan bijmenging van bio- in fossiele brandstoffen. Dat aangezien het verplichten van bijmengen in die vervoersstromen het zetten van grote stappen in verduurzaming tegenwerkt. Te denken valt aan investeringen in een goed netwerk van biobrandstof-pompstations, elektrische oplaadpunten en aangepaste voertuigen.

Verder, om de mogelijkheid van een aantrekkelijk businessmodel te faciliteren, kan de overheid wetgeving aanpassen om het ontstaan van goede ideeën niet te belemmeren. Ook kunnen externe kosten worden belast om alternatieve brandstoffen extra aantrekkelijk te maken. Ten slotte moet de overheid ook het goede voorbeeld gaan geven door bij inkoop het gebruik van voertuigen op alternatieve brandstoffen te verplichten. Panteia wijst er wel op dat er meer nodig is dan alleen overheidsbeleid om de doelstellingen te behalen: “Alleen door de impasse te doorbreken door segmentale ontwikkeling en out of the box ideeën zal de CO2-uitstoot worden teruggedrongen en komt het doel in zicht.”

Buiten de transportsector gaat het in Nederland een stuk beter met de transitie richting een meer duurzaam autopark. Zo concludeerde Willis Towers Watson onlangs dat bij veel bedrijven het leasebeleid steeds duurzamer aan het worden is. Eerder bleek ook dat de consultancybranche binnen ons land vooroploopt wanneer het aankomt op elektrisch rijden. En ook op het gebied van zelfrijdende auto’s doet Nederland het goed: hierin zijn we volgens Roland Berger zelfs de wereldwijde koploper.

Nieuws