Bureaus ondersteunen landelijke aanpak voor schoner oppervlaktewater
Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat voert een landelijk programma uit om de impact van alle rioolwaterzuiveringen op het oppervlaktewater in kaart te brengen. Verschillende bureaus zijn betrokken bij het programma.
Via rioolwaterzuiveringen komen stoffen uit industrie en huishoudens in ons oppervlaktewater. Het gaat hier onder andere om nutriënten, medicijnresten en microverontreinigingen, die de waterkwaliteit en biodiversiteit kunnen beïnvloeden.
Met de naderende deadline voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027, is er een noodzaak ontstaan om meer inzicht te krijgen in de impact die rioolwaterzuiveringen hebben op de doelstellingen uit de KRW.
Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) heeft hiervoor een ambitieus programma opgesteld. Binnen dit kader zullen de komende maanden de effecten van ruim 300 rioolwaterzuiveringen op het oppervlaktewater worden bepaald via emissieanalyses.
Processturing en kwaliteitsborging
AT Osborne en Witteveen+Bos hebben de opdracht gekregen om het programma in goede banen te leiden. Beide bureaus kennen de waterschappen, het ministerie van I&W en Rijkswaterstaat goed en vullen elkaar aan.
Adviesbureau AT Osborne is gespecialiseerd in het begeleiden van complexe en bestuurlijke gevoelige processen. Binnen het programma zorgt het bureau voor processturing en kwaliteitsborging.
Ingenieursbureau Witteveen+Bos zal op zijn beurt zijn inhoudelijke expertise gebruiken om de partijen te ondersteunen die zijn belast met de uitvoering van de analyses. Het bureau zal erop toezien dat deze kwalitatief hoogwaardige en uniforme resultaten opleveren.
Aanpak in twee fasen
De uitvoering van het programma ligt in handen van Sweco, Arcadis, Aveco de Bondt en Haskoning. Het viertal is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van de emissieanalyses.
De aanpak is opgeknipt in twee fasen. Tot aan de zomer wordt de handreiking voor de uitvoering van de emissieanalyses verder uitgewerkt en verbeterd. Op deze manier bewerkstelligen AT Osborne en Witteveen+Bos dat de analyses van de rioolwaterzuiveringen op een uniforme wijze worden uitgevoerd.
De handreiking wordt eerst voor een aantal pilotwaterschappen toegepast. De leerervaringen en resultaten uit deze eerste fase leiden mogelijk tot bijsturing voor de tweede fase. Daarin vinden de emissieanalyses van alle resterende zuiveringen plaats.
