AT Osborne brengt dertien zorgorganisaties samen rond hersenletselzorg
In de regio Utrecht en ’t Gooi hebben dertien zorgorganisaties een gezamenlijk convenant gesloten voor de zorg aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel. AT Osborne begeleidde het traject in opdracht van Zilveren Kruis Zorgkantoor, dat de zorg voor deze groep versnipperd zag raken.
De zorg voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel staat onder druk in de regio Utrecht en ’t Gooi. Zorgorganisaties en het Zilveren Kruis Zorgkantoor liepen tegen dezelfde knelpunten aan: versnipperde zorg, te weinig passende woonplekken en cliënten met complexe zorgvragen die tussen wal en schip dreigden te vallen. Het eerste signaal kwam van cliëntenorganisatie Metgezel.
“We voelden de urgentie al langer”, zegt Arjan Maasland van Zilveren Kruis Zorgkantoor. “Maar zonder een gestructureerde aanpak en onafhankelijke begeleiding kregen we de beweging niet op gang.”
Data als gedeeld vertrekpunt
Het zorgkantoor zocht externe programmamanagers en kwam uit bij AT Osborne. Nicole Teuwsen en Mathilde Muis, beiden adviseur bestuur en organisatie bij het adviesbureau, kregen die rol toegewezen. Gaandeweg verschoof de opdracht van het verbeteren van de zorg bij één organisatie naar een koers voor de hele regio.
“Wij faciliteren het proces; de inhoud en het commitment moet vanuit alle partijen komen”, vertelt Teuwsen. “Niet alles dichtregelen, maar richting geven en ruimte laten voor invulling.”
Het traject begon met een grondige data-analyse, op voorstel van AT Osborne. Daaruit bleek onder meer dat de toename van de zorgvraag vooral bij ouderen zit. “Door regionaal en landelijk beeld te combineren, creëerden we een gedeeld en objectief vertrekpunt”, zegt Teuwsen.
Samenwerken over sectorgrenzen heen
Na een kick-off, gefaciliteerd door het zorgkantoor, volgde een reeks werksessies met bestuurders, zorgmanagers en professionals uit de verpleging en verzorging, de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg. Die combinatie is in de langdurige zorg niet vanzelfsprekend.
“Samenwerken over de sectoren heen komt nog niet zo vaak voor binnen de langdurige zorg, maar is wel noodzakelijk bij cliënten met niet-aangeboren hersenletsel”, aldus Muis. “In het begin keken partijen nog wat afwachtend naar elkaar. We zijn ons in alle sessies gaan richten op de inhoud, het proces en vooral ook de relatie. Al snel ontstond er contact, organisaties gingen elkaar opzoeken, ook buiten de sessies om.”
Voor het vervolg is gekozen voor een koplopergroep en een groep actieve volgers, zodat beide vanuit het eigen perspectief aan de opgave kunnen werken en het tempo erin blijft.
Van convenant naar praktijk
Na negen maanden lag er een transformatieplan en een samenwerkingsconvenant. Dat is nadrukkelijk geen juridisch dichtgetimmerd document, maar een overeenkomst op basis van inhoudelijke overtuiging en gezamenlijke ambitie.
De eerste effecten zijn al zichtbaar: organisaties weten elkaar sneller te vinden en zoeken samen naar oplossingen voor complexe casussen. Waar een cliënt eerder werd afgewezen, ontstaat nu vaker een passend aanbod.
“Een samenwerking werkt alleen als er intrinsieke motivatie is”, benadrukt Maasland. “Die is er nu. En dat maakt dat we echt stappen kunnen zetten voor deze doelgroep.”
De volgende fase draait om uitvoering en concretisering. “Het begint met het goed begrijpen van de opgave”, zegt Muis. “Maar het echte verschil maak je door mensen samen te brengen en in beweging te krijgen.”

