Arbeidsmarkttekorten in de zorg: Hoe blijft de sector toegankelijk?

11 april 2024 Consultancy.nl 7 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

De gezondheidszorg kampt met een groot – en oplopend – tekort aan personeel. Meer geld naar de zorg wordt vaak geopperd als dé oplossing voor het probleem. Maar om écht succes te boeken zijn ook andere oplossingsrichtingen nodig, schrijven Danielle Kikken en Lianne van den Brink van advieskantoor Bouf.

Uit de meest recente prognose van Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn blijkt dat het tekort aan medewerkers in de sector zorg en welzijn tegen 2033 zal zijn opgelopen naar maar liefst 189.800 medewerkers.

Niet verrassend dan ook is de steeds luider wordende roep om meer geld te investeren in de sector. De realiteit is echter dat in 2024 al 26% van de overheidsuitgaven (€112,7 miljard) naar de zorg gaat. Simpelweg een nog groter percentage aan de zorg besteden is geen houdbare oplossing voor de toekomst.

Danielle Kikken en Lianne van den Brink, Bouf

Er moet dus gekeken worden hoe de beschikbare middelen het beste worden ingezet. Er valt nog veel te winnen met doelmatigheid. Ook kan nog veel meer impact gehaald worden uit technologie – digitalisering in de zorg staat nog in de kinderschoenen. Bovendien zouden de overheid en de sector meer moeten innoveren en hierbij openstaan om uit te wijken naar alternatieve routes. Immers: het oude vertrouwde is niet voor altijd houdbaar.

Wat kunnen dan oplossingen zijn voor de krapte in de zorg? Enkele oplossingsrichtingen:

Het inzetten van ‘andere’ arbeidskrachten

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) adviseert bijvoorbeeld om te investeren in informele zorg en zorgnetwerken. Het betrekken van de Wet BIG hierbij is cruciaal. Deze wet laat in feite al toe dat iedereen individuele gezondheidszorg kan uitoefenen, met uitzondering van (voorbehouden) handelingen die alleen door bepaalde beroepsgroepen mogen worden geïndiceerd en/of uitgevoerd door daartoe bevoegden.

In feite huist in dit deel van de Wet BIG al de oplossing: welke andere personen zouden voorbehouden handelingen kunnen verrichten die dat nu niet mogen? Denk bijvoorbeeld aan zij-instromers of statushouders.

De Gezondheidsraad werkt inmiddels aan een advies voor een toekomstbestendig toetsingskader als het gaat om het opnemen van voorbehouden handelingen en de toelating van beroepen tot de Wet BIG. Wij zijn heel benieuwd naar het advies en of daarin eerdere evaluaties van de Wet BIG (met daarin innovatieve oplossingen) en het RVS-rapport ‘De B van bekwaam’ zijn meegenomen.

Streven naar een kleinere overheid 

De overheid zal zelf eerst het goede voorbeeld moeten geven, door scherpe keuzes te maken in productiviteit, adviseert het Centraal Planbureau (CPB). Demissionair premier Rutte wilde in zijn premiertijd naar een kleinere overheid toewerken, minder ministers en ministeries.

De afgelopen jaren was echter een jaarlijkse stijging van 5% van overheidspersoneel te zien. Daarmee wordt de overheid op de toch al krappe arbeidsmarkt een concurrent voor de publieke sector bij het werven van arbeidskrachten.

Financieringsbronnen binnen de overheid: samenwerking

In de aanpak van de arbeidsmarktkrapte werken departementen al samen gecoördineerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit mag nog wel wat explicieter terug te zien zijn in de begrotingen van alle departementen.

In de begroting wordt al ruimte gelaten voor overkoepelende samenwerkingen tussen departementen, maar is dit wel voldoende bekend bij de departementen? Of heeft men ‘angst’ om buiten het werkgebied van het desbetreffende departement met de daarbij horende wet- en regelgeving te treden? Naar onze mening is er meer mogelijk.

Financieringsbronnen buiten de overheid: private investeerders

Daarnaast zou private equity in de zorg een uitkomst kunnen zijn. Door duidelijke randvoorwaarden te schetsen kan deze financieringsbron verantwoord benut worden. Sinds 2007 heeft private equity al ongeveer €5,8 miljard geïnvesteerd in de zorgsector.

Als privaat investeren voor deze instanties minder aantrekkelijk wordt gemaakt, zullen de lasten uiteindelijk (toch) weer bij de patiënt terechtkomen. Deze gaan het merken aan de hoogte van hun premie, belastingen en minder zorg in het basispakket.

Maatschappelijke BV (BVm) als randvoorwaarde bij private equity?
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een wetsvoorstel in ontwikkeling om besloten vennootschappen met een maatschappelijk doel te erkennen als een eigen rechtsvorm: de BVm. Dit wetsvoorstel stelt BVm’s verplicht om het maatschappelijke doel voorop te stellen bij het uitkeren of bestemmen van de winst, maar sluit winstuitkering niet volledig uit.

“De maatschappelijke BV biedt een middenweg.”

Vanuit dit wetsvoorstel doorredenerend zou gesteld kunnen worden dat private equity partijen alleen vanuit de rechtsvorm BVm mogen investeren in de zorgsector. In plaats van private equity volledig te verbieden in de zorg, biedt dit een middenweg waarbij én (deels) winst uitgekeerd kan worden én het maatschappelijk belang gewaarborgd blijft.

Het gestelde hierboven is misschien voor sommigen teveel ‘out of the box’-denken. Zie het als een vorm van vrij denken, boven de materie uitstijgen om de dillema’s in de zorg op te lossen. In dit geval via het rechtspersonenrecht.

Het wetsvoorstel laat nog op zich wachten. De minister van EZK geeft aan tijd nodig te hebben om het uit te werken. Het is ingewikkeld om het sluitend te krijgen met de al bestaande wet- en regelgeving over rechtsvormen. Neemt niet weg dat het overigens nu ook al mogelijk te acteren als een BVm door de statuten hierop aan te passen (daarnaast is ook al sprake van een vorm van zelfregulering op dit gebied: de Code Sociale Onderneming).

Zorgvraag verminderen door preventie

Een investering in preventie lijkt een open deur, maar blijft de nummer één om in de toekomst minder zorgvraag te hebben. Ook dit vergt een samenwerking over overheidsdepartementen en zorgdomeinen heen. De financiële situatie, werkomstandigheden en leefomgeving kunnen namelijk allemaal invloed hebben op iemands gezondheid.

Een minister of staatssecretaris met de verantwoordelijkheid voor een interdepartementaal ‘leefprogramma’ met daarbij horende bevoegdheden zou niet misstaan.

“Het blijft belangrijk om als zorgsector altijd constructief kritisch te kijken naar de plannen van de overheid.”

Alles hangt met elkaar samen 

Van de zorgsector zelf wordt ook verwacht dat zij meebewegen en verantwoordelijkheid nemen. En dat doen zij ook terdege, zo weten wij op grond van onze adviespraktijk. Maar als op een ander overheidsgebied verschillende maatregelen worden geïntroduceerd die rechtstreeks effect hebben op het aantal in de zorg werkzame professionals, is dat voor het ontplooien van initiatieven niet bevorderlijk.

Zoals de wetsvoorstellen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het Arbeidsmarktpakket. Denk aan het Wetsvoorstel verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten en de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden met als doel het afschaffen van 0-uren- en oproepcontracten en het terugbrengen van het aantal zzp’ers (ook in de zorg). Voorstelbaar is dat mensen ervoor kiezen om dan uit de zorg te stappen.

Het blijft belangrijk om als zorgsector altijd (constructief) kritisch te kijken naar de plannen van de overheid en wat het effect hiervan is in de praktijk en daartegen te ageren als de sector denkt dat die plannen niet gaan werken. Dit betekent het blijven monitoren van politieke ontwikkelingen en het reageren op internetconsultaties van wetsvoorstellen.

Daarnaast zijn de Voorjaarsnota (uiterlijk 1 juni) en het Verantwoordingsdebat (29 mei) belangrijke momenten om de verdeling van de overheidsuitgaven in de zorg en andere sectoren te analyseren.