Zondagopenstelling van winkels: Wel of niet open op zondag?

27 augustus 2021 Consultancy.nl 2 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

In sommige Nederlandse gemeenten is het de normaalste zaak van de wereld, terwijl het in andere uit den boze is: winkels die op zondag geopend zijn. Maar waar ligt dat precies aan? Aan het woord onderzoeker Thijs Lenderink van I&O Research over de zondagopenstelling.

“Half Nederland zit nog in de file als de winkels dichtgaan. Dat betekent dus dat veel mensen met de organisatie van hun leven in de problemen komen”, zei voormalig minister van Economische Zaken Hans Wijers (D66) naar aanleiding van de ruimere Winkeltijdenwet – die eind maart 1996 door hem werd ingevoerd.

Vóór de invoering van deze wetswijziging mochten winkels – zoals supermarkten – per week niet meer dan vijfenvijftig uur open zijn. Hierdoor waren de meeste doordeweeks open van 08:00 uur in de ochtend tot 18:00 uur in de avond, op zaterdag tot 17:00 uur en op zondag de hele dag gesloten. 

I&O Research over onderzoek naar zondagopenstelling

De huidige Winkeltijdenwet lijkt nog veel op de versie van oud-minister Wijers. Zo is het uitgangspunt nog altijd dat winkels op zon- en feestdagen en voor 06:00 uur en na 22:00 uur gesloten zijn. Het grote verschil met vijfentwintig jaar geleden is echter dat gemeenten momenteel alle vrijheid hebben om af te wijken van deze richtlijn. Maar dat maakt het er niet altijd eenvoudiger op. 

Lastig vraagstuk

“Bij de zondagsopenstelling bestaan heel veel belangentegenstellingen”, zegt Thijs Lenderink, die sinds 2011 werkzaam is bij I&O Research. “Er zijn mensen die hechten waarde aan de zondagsrust, maar er zijn ook winkeliers die graag wat willen verdienen omdat in buurtgemeenten hun concurrenten wel op zondag geopend zijn.”

Daarnaast is er het belang van de winkelmedewerkers: willen deze wel werken op zondag of worden ze daartoe verplicht door hun werkgevers? “En verder heb je ook ondernemers uit de vrijetijdsbranche die bijvoorbeeld huisjes verhuren. Deze willen hun klanten graag de mogelijkheid bieden om op zondag naar de supermarkt te gaan”, geeft Lenderink aan.

Door al deze belangentegenstellingen is het voor een aantal (met name christelijke) gemeenten in ons land best complex om de juiste invulling te geven aan de Winkeltijdenwet. “Het is daarom als onderzoeker belangrijk om zorgvuldig met alle betrokken partijen in gesprek te gaan. Alleen dan kan je in je eindrapport een gedegen totaalbeeld van een gemeenschap formuleren.” 

Toch neemt zo’n eindrapport van I&O Research niet altijd alle moeilijkheden weg bij gemeenten, vervolgt Lenderink. “Soms blijkt bijvoorbeeld dat op basis van ons onderzoek een gemeenteraad een besluit moet nemen dat ingaat tegen een coalitieafspraak of tegen een bepaald deel van de bevolking.”

In het verleden is het weleens voorgekomen dat gemeenten in zulke gevallen de beslissing over de zondagopenstelling uitstellen, vertelt Lenderink. “In plaats daarvan kiezen ze dan bijvoorbeeld voor een pilot, terwijl ze het definitieve besluit over de gemeenteraadsverkiezingen heen tillen.”