SeederDeBoer ondersteunt fusie tussen VUmc naar het AMC

20 april 2020 Consultancy.nl 3 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Vorig jaar verhuisde de Kinder-IC van het VUmc naar het AMC in Amsterdam en werden de kinderafdelingen heringericht, als onderdeel van de bestuurlijke fusie tussen deze twee grote academische ziekenhuizen. Een monstertraject met veel verschillende belanghebbenden en grote impact. SeederDeBoer was verantwoordelijk voor het projectmanagement.

Joost Rotteveel, plaatsvervangend hoofd kindergeneeskunde en Anna van der Hulst, directeur bedrijfsvoering Vrouw-Kind-Centrum Amsterdam UMC, vertellen over het project. 

Joost: “Onze belangrijkste doel was om onszelf bij de overgang van de intensieve kinderzorg naar de locatie AMC niet te verliezen in allemaal ingewikkelde Excelsheets en planningen. Natuurlijk waren die er wel – en terecht natuurlijk – maar de zorg voor onze jonge, kwetsbare patiënten stond voorop.” 

Kinder-IC van het VUmc is nu onderdeel van het AMC

“Om hoge kwaliteit van zorg te behouden, konden we simpelweg niet zonder professioneel en gestructureerd procesmanagement, iemand die goed de touwtjes aan elkaar kan verbinden zodat iedereen meegaat. En die ondersteuning kwam via SeederDeBoer.”

“Atze Vonk [van SeederDeBoer] trok de kar en dat was echt niet altijd makkelijk. De belangen waren groot en het project had zoveel raaklijnen – er moesten enorm veel afdelingen, externe partijen, artsen en medewerkers aangehaakt worden. En dat betekent hier echt: snel schakelen, de mouwen opstropen en gaan.” 

Goed aangehaakt

Anna: “In de zomer kwam het hele proces nog eens in de versnelling, toen bleek dat er een tekort was aan gespecialiseerde kinder IC-verpleegkundigen op de locatie VUmc. Hierdoor besloten we de kinder-IC daar helaas eerder te sluiten.” 

Waar we trots op zijn, terugkijkend, is dat alles goed én vooral veilig is verlopen. Artsen, ambulances, verpleegkundig personeel, iedereen was goed op de hoogte en aangehaakt. Atze heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Zijn kracht is dat hij op vriendelijke wijze mensen aan elkaar kan verbinden, van de verpleegkundige tot aan de professor. Dat deed hij ook nog eens heel efficiënt – je hoefde bij Atze nooit lang op antwoord te wachten – en openhartig.” 

“Hij is niet iemand die zich door situaties heen bluft. Heel fijn, want we wisten altijd hoe het ervoor stond. Daardoor konden wij ons weer richten op ons werk: de zorg, vernieuwing, onze patiënten.”

Atze Vonk zegt: “Toen ik hier vorig jaar begon, was het lastig om niet meteen mee te gaan in de hectiek. Er was zoveel te doen, in zo weinig tijd. Je gáát gewoon mee, maar vertraagt ook waar kan om alles goed in beeld te krijgen en in perspectief te plaatsen. Wat helpt is om structuur aan te brengen en prioriteiten te benoemen. Je brengt zaken in kaart, doet risicoanalyses.” 

“En je spreekt met heel veel mensen, zodat helder is wat er moet gebeuren en wat daar precies voor nodig is. Ik heb veel op de relatie gedaan tijdens dit traject.”

De fusie was natuurlijk ingrijpend. Los van wat het allemaal procesmatig teweeg bracht, had je ook te maken met twee verschillende locaties, met verschillende culturen, systemen en medewerkers. In het begin was er nog afstand. Het personeel dat over moest, kende de nieuwe werkplek en werkwijze nog niet. De kinder-IC-verpleegkundigen werkten bijvoorbeeld op locatie VUmc op zaal en op locatie AMC op eenpersoonskamers. De medische apparatuur was niet altijd hetzelfde.” 

“Kortom, een grote verandering voor veel mensen, met veel impact op zowel de bedrijfsvoering als de betrokken medewerkers.” 

Enorm leerzaam

Vonk vervolgt: “Aan mij de taak om iedereen te informeren, mee te krijgen, te ondersteunen waar nodig. Hard werken, waarbij ik mijn projectervaring echt nodig had. Je moet tussen alle lagen door laveren, over twee locaties heen, het overzicht behouden, verbanden zien en benoemen. Enorm leerzaam ook, want iedereen vindt wel wat. Toch is het ons gelukt om te blijven samenwerken. Er heerste een soort kameraadschap, zo van, we doen dit wel even met z’n allen.”

“Het komt niet vaak voor dat je aan iets werkt dat in het NOS-journaal komt. Als het dan ook nog eens goed gaat, is dat echt iets om trots op te zijn.”