Samenwerking tussen zorg en welzijn strandt op structurele barrières
Wil Nederland eenzaamheid onder ouderen aanpakken, dan is nauwere samenwerking tussen zorg en welzijn een belangrijke randvoorwaarde. Ondanks gedeelde doelen en ambities komt die samenwerking in de praktijk echter maar moeizaam van de grond, blijkt uit onderzoek van M&I/Partners.
Ter gelegenheid van zijn 40-jarig jubileum onderzocht M&I/Partners hoe betere samenwerking tussen zorg en welzijn, in combinatie met digitalisering, kan bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid onder ouderen.
Het onderwerp werd bewust gekozen als onderzoeksthema, omdat eenzaamheid een hardnekkig en groeiend probleem is. In Nederland voelt volgens het CBS ruim één op de twaalf 65-plussers zich sterk eenzaam. Dit leidt tot een verminderde kwaliteit van leven, meer gezondheidsproblemen en een toenemende druk op de zorg.
“Eenzaamheid onder ouderen is een groeiend maatschappelijk vraagstuk”, aldus de auteurs van M&I/Partners. “En door de vergrijzing en arbeidsmarktkrapte neemt de problematiek alleen maar toe.”
De onderzoekers gingen daarom op verkenningstocht naar manieren om de kwaliteit van leven van ouderen te verbeteren. Het onderzoek is gebaseerd op interviews met bestuurders en andere betrokkenen uit de zorg, het welzijnswerk en de zorgverzekeringssector, de ervaring van M&I/Partners in het werkveld en een praktijkstudie die in samenwerking met Sociaal Werk Sedna en Icare in Emmen werd uitgevoerd.
Twee werelden
De belangrijkste conclusie is dat zorg en welzijn nog onvoldoende succesvol met elkaar samenwerken. Dat begint al bij de inrichting van de dienstverlening. Het zorgstelsel is ingericht rondom diagnose, behandeling en vergoeding. Zorgverzekeraars en (lokale) overheden financieren zorg doorgaans pas nadat een zorgvraag is vastgesteld en een behandeling wordt ingezet.
Het welzijnsdomein werkt daarentegen juist vanuit preventie. Het doel is problemen te voorkomen voordat een zorgvraag ontstaat. Deze twee ‘aparte werelden’ sluiten daardoor niet altijd goed op elkaar aan.

“Welzijn levert nabije diensten waarin breed wordt gekeken naar de gehele leefsituatie en sociale context van een mens. Het monitort wat iemand nodig heeft om te blijven participeren en prettig, zelfstandig en verbonden te leven, zodat er (nog) geen zorgvraag ontstaat”, aldus de onderzoekers.
“Welzijn is holistisch en contextgericht, waarbij diverse aspecten aan bod komen, zoals specifiek bij ouderen: sociaal contact, hulp in en om het huis, leefstijlverbetering, betekenis en zingeving, beweging en algemene ondersteuning voor ouderen die vastlopen in het leven.”
“Waar een arts of indicatiesteller primair kijkt naar de medische aandoening en de benodigde ondersteuning, kijkt een welzijnswerker naar de totale leefsituatie van een inwoner. Deze verschillende perspectieven zijn beide waardevol, maar maken gezamenlijke besluitvorming complex.”
Het gevolg hiervan is wat de onderzoekers als een paradox omschrijven: zorg wordt betaald voor behandelen en welzijn voor voorkomen. “Een gezamenlijk succes kan leiden tot minder zorgconsumptie, maar leidt niet automatisch tot een positief financieel resultaat binnen het zorgstelsel.”
Het systeem beloont behandelen, niet voorkomen
Volgens M&I/Partners ligt hierin een belangrijke verklaring voor het moeizaam van de grond komen van samenwerking. Organisaties delen dezelfde maatschappelijke ambitie, maar opereren binnen systemen met verschillende verantwoordelijkheden, prikkels en vormen van bekostiging.

Ook andere factoren spelen een rol. Welzijnsorganisaties hebben te maken met relatief korte aanbestedingscycli, waardoor de ruimte voor langetermijninvesteringen en innovatie beperkt blijft. Daarnaast verschillen zorg- en welzijnsorganisaties sterk in schaal, governance en werkwijze. Dat maakt het lastiger om gezamenlijke initiatieven duurzaam te organiseren.
Digitalisering is niet het kernprobleem
Een andere conclusie uit de verkenning is dat digitalisering niet als primaire oorzaak van de samenwerkingsproblemen wordt gezien. De informatiebehoefte van zorg en welzijn verschilt sterk. Meer technologie of meer gegevensuitwisseling alleen lost de onderliggende vraagstukken daarom niet op.
“Succesvolle digitalisering in de zorg en het welzijnswerk vraagt eerst om duidelijke afspraken, gedeelde belangen en vertrouwen tussen organisaties. Pas daarna kan technologie de samenwerking versterken”, schrijven de auteurs.
Betere kwaliteit van leven voor ouderen
Op basis van de verkenning formuleren ze drie denkrichtingen die kunnen bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor ouderen, in het bijzonder aan het verminderen van eenzaamheid.
De eerste is het beter zichtbaar en meetbaar maken van de maatschappelijke waarde van preventie. Dat kan bijvoorbeeld door een generieke dataset te ontwikkelen waarmee regio’s preventieve interventies kunnen monitoren en met elkaar kunnen vergelijken.
De tweede is het aanpassen van financiële prikkels, zodat investeren in preventie aantrekkelijker wordt. “Samenwerking wordt pas structureel wanneer preventie financieel aantrekkelijk wordt. Dat vraagt onder meer om bekostiging op basis van maatschappelijke waarde, ruimte voor preventieve investeringen, langere contractperiodes en het delen van de baten van preventie.”
Tot slot gaat samenwerking volgens de onderzoekers over het opbouwen en onderhouden van langdurige relaties. “Succesvolle samenwerking – ook binnen digitalisering en informatie-uitwisseling – vraagt om gelijkwaardigheid tussen partners, ruimte voor lokale invulling, kennisdeling tussen regio’s en bestuurlijk leiderschap en lef. Landelijke standaarden voor verantwoording kunnen daarbij helpen, zonder lokale verschillen weg te organiseren.”
“Zorg en welzijn willen best samenwerken”, concluderen de onderzoekers. “De uitdaging is dat het huidige systeem samenwerking onvoldoende ondersteunt en stimuleert. Ze delen dezelfde maatschappelijke ambitie: mensen langer gezond, zelfstandig en betekenisvol te laten deelnemen aan de samenleving. Toch werken financiering, governance, schaalverschillen en institutionele logica’s samenwerking tegen.”

