Terugblik ROA-event: Hoe betrouwbaar ben je als organisatieadviseur?
Hoe betrouwbaar is een organisatieadviseur? Die vraag stond recent centraal tijdens een bijeenkomst van de ROA, waar adviseurs van verschillende organisatieadviesbureaus samenkwamen om ervaringen en dilemma’s uit hun vak te bespreken.
Het event bracht organisatieadviseurs van uiteenlopende bureaus bij elkaar om kennis op te doen en ervaringen uit te wisselen over professioneel handelen en betrouwbaarheid in de praktijk. ROA-bestuurslid Jasper Sterrenburg opende de sessie en benadrukte het belang van het onderhouden van het bewustzijn van de gedragscode, door daar met elkaar regelmatig over in gesprek te blijven.
De kernwaarde betrouwbaarheid is in de ROA-gedragscode uitgewerkt in twee artikelen. Het ene artikel gaat in op de omgang met vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie. Het andere artikel gaat in op eisen die worden gesteld aan betrouwbaar gedrag bij opdrachtaanvaarding, -uitvoering, honorering en evaluatie.
Dilemma’s rond opdrachtaanvaarding
Tijdens de bijeenkomst kwamen verschillende dilemma’s rond opdrachtaanvaarding aan de orde. Zo ging het over de vraag wat te doen wanneer een bureau duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, of zelfs B Corp gecertificeerd is, maar een opdracht krijgt van een organisatie die zelf niet duurzaam handelt.
In het aangehaalde voorbeeld was de opdracht geweigerd. De vraag was hoe anderen hiermee omgaan, zeker wanneer een opdrachtgever nadrukkelijk een beroep doet op de expertise van het bureau.
“De relatie tussen betrouwbaarheid en het gebruik van AI houdt veel adviesbureaus bezig.”
Een vergelijkbaar dilemma betrof opdrachten voor politieke partijen waarvan de uitgangspunten niet overeenkomen met die van het adviesbureau. De vraag werd gesteld of een opdracht dan wordt geweigerd en hoe dat vervolgens richting opdrachtgever wordt toegelicht.
Het gesprek leverde verschillende perspectieven op. Als belangrijkste lijn kwam naar voren dat het belangrijk is om hier alert op te zijn, er goed over na te denken en dit met collega’s te bespreken.
Betrouwbaarheid en AI
Daarnaast bleek dat de relatie tussen betrouwbaarheid en het gebruik van AI veel adviesbureaus bezighoudt. De vraag hoe en wanneer het gebruik van AI invloed kan hebben op betrouwbaarheid werd breed herkend. Deelnemers deelden hoe binnen hun bureaus wordt gewerkt aan oplossingen en afspraken.
Daarbij ging het onder meer over de keuze voor AI-systemen, de manier waarop dit onderwerp een plek krijgt in opleidingsprogramma’s voor (nieuwe) medewerkers, en wat dit betekent voor het gebruik van namen van functionarissen in documenten.
Lees ook: Hoe leer je als jonge consultant het vak als AI het beginnerswerk overneemt?
Deze vraagstukken werden als urgent ervaren en vragen volgens deelnemers aandacht van zowel bureauleiding als het ROA-bestuur, met het oog op het actueel houden van de gedragscode rond AI.
Vertrouwelijke informatie
Ook de omgang met vertrouwelijke informatie kwam aan bod. Het ging daarbij niet alleen om commercieel gevoelige informatie van opdrachtgevers, maar ook om informatie over personen en verhoudingen die adviseurs in hun werk tegenkomen.
“Verharding in de buitenwereld is ook merkbaar in het advieswerk.”
Deelnemers gaven aan dat het belangrijk is om binnen bureaus elkaar hier scherp op te houden en dat het waardevol is om collega’s te kunnen raadplegen of inschakelen wanneer dat nodig is.
Toenemende druk en weerbaarheid
Daarnaast werd ingebracht dat verharding in de buitenwereld ook merkbaar is in het advieswerk. Er wordt meer druk gezet op medewerkers en adviseurs.
Niet iedereen is daartegen even goed bestand. Soms vraagt dat om een wisseling in een projectteam. De weerbaarheid van adviseurs werd daarbij als steeds belangrijker herkend.
Dilemma’s in de relatie met opdrachtgevers
Ook kwamen situaties aan bod waarin de betrouwbaarheid aan de kant van de opdrachtgever onder druk staat. Zo werd genoemd dat een opdrachtgever soms een afgesproken planning verschuift, terwijl het bureau al capaciteit heeft ingepland. In zulke situaties is volgens deelnemers vaak een senior nodig om het gesprek met de opdrachtgever te voeren.
Aan het einde van de bijeenkomst werd aanwezigen gevraagd of er nog elementen ontbreken in de gedragscode ten aanzien van betrouwbaarheid. Daarbij werd onder meer geopperd om opdrachtgevers te bevragen wanneer zij een adviseur als betrouwbaar ervaren.
Tot slot werd opgemerkt dat in artikel 4.8 van de gedragscode wel aandacht is voor minimale bewaartermijnen van opdrachtinformatie, maar dat de wettelijke maximale bewaartermijn en het principe van het niet opslaan van niet-noodzakelijke informatie nog explicieter benoemd zouden kunnen worden, bijvoorbeeld met een verwijzing naar de AVG.

