Bijna driekwart Europese en Amerikaanse maakbedrijven zet in op herindustrialisatie
Maakbedrijven in Europa en de Verenigde Staten zetten massaal in op herindustrialisatie, zo blijkt uit onderzoek van Capgemini. 73% heeft al een herindustrialisatiestrategie ontwikkeld of is daarmee bezig. Nog eens 11% geeft aan hier in de nabije toekomst mee te beginnen.
Na decennia van globalisering, waarin productie volop werd verplaatst naar het verre buitenland, is sinds enkele jaren een duidelijke kentering gaande. Covid-19 legde de kwetsbaarheid van mondiale toeleveringsketens genadeloos bloot. En hoewel de pandemie inmiddels alweer even achter ons ligt, is de wereld er niet bepaald rustiger op geworden.
De oorlog in Oekraïne blijft maar voortduren, terwijl ontwikkelingen in het Midden-Oosten – zoals de sluiting van de Straat van Hormuz – de internationale instabiliteit verder vergroten. Het past binnen de bredere geopolitieke spanningen, die met de terugkeer van Trump in het Witte Huis alleen maar verder zijn opgelopen – ook tussen de traditionele bondgenoten Europa en de VS.

In deze volatiele wereld verschuiven bedrijven hun focus steeds vaker van kostenoptimalisatie naar soevereiniteit, veerkracht en concurrentievermogen op de lange termijn. Het uit zich onder meer in de toenemende herindustrialisatie. In 2024 had 59% van de Amerikaanse en Europese bedrijven hiervoor al een strategie ontwikkeld of was daarmee bezig, dit jaar is dat 73%.
“Herindustrialisatie draait minder om het terugdraaien van globalisering en meer om het herstellen van de kwetsbaarheden ervan”, aldus Pierre Bagnon van Capgemini. “Het stelt organisaties in staat om opnieuw strategische controle te krijgen over kritieke grondstoffen en componenten, productiecapaciteit, energie en technologie – terwijl ze tegelijk blijven opereren binnen wereldwijde waardeketens.”

Wat wel opvalt, is dat ondanks de sterke prioriteit die wordt toegekend aan herindustrialisering, de geplande investeringen een flinke daling laten zien. Afgelopen jaar investeerden de onderzochte organisaties nog $4.700 miljard in herindustrialiseringsinitiatieven, dit jaar gaat het naar verwachting om ‘slechts’ $2.500 miljard.
De daling is bijna over de hele breedte zichtbaar, buiten enkele zeer strategische sectoren zoals defensie en de halfgeleiderindustrie. Capgemini schrijft de teruglopende investeringen toe aan de onzekerheid over beleid en tarieven, een somber economisch klimaat en een strengere kapitaalallocatie.
Nederland
In Nederland investeert dit jaar 41% van de onderzochte bedrijven in herindustralisatie. In ons land staat de uitvoering van dit soort plannen echter onder druk door onder meer netcongestie, ruimtegebrek en personeel- en kennistekorten.

Ook de hoge energiekosten vormen in Nederland een belemmering. Maakbedrijven worstelen hier al langer mee, en sinds de oorlog tussen de VS, Israël en Iran zijn de kosten nog verder opgelopen. Onderzoekers verwachten dat de gevolgen van de sluiting van de Straat van Hormuz nog wel even zullen voortduren.
Wet- en regelgeving
Ook wet- en regelgeving kunnen een negatieve impact hebben op herindustrialiseringsinitiatieven. Bijna vier op de tien (38%) van de ondervraagde bedrijven geeft aan dat klimaatwetgeving de kosten van produceren in eigen land doet oplopen, wat herindustrialisatie minder aantrekkelijk maakt. Hierbij gaat het met name om bedrijven uit de Europese Unie (55%), waar strengere klimaatwetten gelden.
“De cijfers laten zien dat Nederlandse bedrijven willen investeren in herindustrialisatie, maar dat alleen is niet genoeg”, zegt Marcel van de Griend van Capgemini. “Ook beleidsmakers en bestuurders zijn aan zet. Samen moeten er randvoorwaarden worden gecreëerd die herindustrialisering stimuleren.”
Voor het onderzoek ondervroeg Capgemini meer dan 1.200 senior executives van Amerikaanse en Europese bedrijven met meer dan $1 miljard omzet in productiesectoren als consumentengoederen, energie, chemie, life sciences en automotive.


