Tussentijdse klimaatdoelen uit zicht voor mode-industrie
Maar liefst 89% van de wereldwijde mode-industrie lijkt zijn tussentijdse klimaatdoelen voor 2030 niet te gaan halen. Dat blijkt uit onderzoek van Bain & Company.
De mondiale modebranche is verantwoordelijk voor 2% van de totale CO2-uitstoot op aarde. Daarmee is de voetafdruk vergelijkbaar met die van de wereldwijde luchtvaartsector (2,6%).
De meeste spelers uit de mode-industrie hebben zich gecommitteerd aan de Parijse klimaatdoelstellingen voor 2050. Vanaf dan moeten ze hun CO2-uitstoot met 100% hebben teruggedrongen ten opzichte van het basisjaar 1990.
Prognose: slechts 11% haalt tussentijdse toets
Voor organisaties en ook landen geldt 2030 als een tussentijdse toets. Nederland wil vanaf dat jaar bijvoorbeeld zijn CO2-uitstoot met 55% hebben teruggebracht, maar of dat gaat lukken is nog maar de vraag. Vele provincies en steden, waaronder bijvoorbeeld Friesland en Amsterdam, lijken dit al niet te gaan redden.
Een vergelijkbare conclusie is van toepassing op de wereldwijde modesector, schrijft Bain & Company in zijn onderzoekersrapport ‘Decarbonizing Fashion: How to Align Impact with Business Value’.
“Ondanks een stortvloed aan beloftes en klimaatafspraken, ligt maar een handvol bedrijven – ze vertegenwoordigen slechts 11% van de totale marktwaarde van de mondiale modesector – momenteel op schema om zijn 2030-doelen te gaan halen”, zegt Eske Scavenius van Bain & Company.
Verandering vereist
Het rapport bevat een aantal maatregelen waarmee kledingbedrijven op een snelle en kostenefficiënte manier hun CO2-uitstoot kunnen verminderen.
De confectiemodesector kan veel winst behalen door de overproductie terug te dringen. Dat levert niet alleen klimaatvoordelen op, maar ook aanzienlijke kostenbesparingen. Ook het verminderen van het aantal retourzendingen draagt daaraan bij. Volgens Bain zijn beide maatregelen relatief eenvoudig te implementeren.
Verder noemen de onderzoekers verschillende complexere maatregelen. Denk onder meer aan het dichter bij huis halen van de operatie (nearshoring) en het elektrificeren van productielijnen.
Deze maatregelen kunnen op de langere termijn veel bijdragen, maar gaan wel gepaard met hoge investeringskosten. De onderzoekers adviseren bedrijven in de mode-industrie daarom om te beginnen met het “laaghangende fruit”. Daarmee kunnen de complexere maatregelen op den duur zelfs deels worden gefinancierd, redeneren ze.
“Ondanks een stortvloed aan beloftes en klimaatafspraken, ligt maar een handvol bedrijven momenteel op schema om zijn 2030-doelen te gaan halen.”
Voor de high-end modesector is het beperken van de overproductie een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast zien de onderzoekers veel potentie in het opschalen van de tweedehandsverkoop als duurzaam verdienmodel voor bedrijven uit de high-end modesector.
Lees ook: Wereldwijde markt voor luxegoederen stevent af op grote krimp.
De kracht van AI
Kunstmatige intelligentie kan volgens Bain bijdragen aan het beperken van de overproductie. Zo gebruikt ongeveer 60% van de gehele modesector reeds AI-oplossingen om de omvang van de verkoop en de voorraad beter te kunnen voorspellen.
Verder maakt een deel van de sector vandaag de dag gebruik van nieuwe maakmethodes die de overproductie tegengaan zoals het made-to-order-model, waarbij een product pas wordt geproduceerd nadat het is besteld.
Tweedehands
Ook overheden zijn bezig om de verduurzaming van de modesector te versnellen. Zo komt er in de Europese Unie (EU) een verbod op het vernietigen van onverkochte voorraden. Hierdoor worden bedrijven gestimuleerd om tweedehandskleding te gaan verkopen.
Het digitale productpaspoort (DPP) van de EU – dat naar verwachting tegen 2030 wordt ingevoerd – speelt hierbij een sleutelrol. Met het DPP krijgen consumenten toegang tot alle informatie over kleding, zoals de herkomst en de levensduur. Volgens Bain opent het paspoort de deur naar meer hergebruik.
Inzetten op tweedehandsverkoop is tot op heden overigens nog niet zo’n lonende verduurzamingsmaatregel voor veel modebedrijven, met name in de confectiemode. “De winstgevendheid is laag”, zegt Scavenius. “Dat komt vooral doordat tweedehandsverkoop vaak via externe platforms verloopt. Verder wordt alleen CO2 bespaard als de tweedehandsverkoop ten koste gaat van nieuwe verkoop.”
“Bedrijven kunnen deze barrières echter overwinnen”, geeft hij aan. “Ze moeten een bedrijfsgebonden kanaal ontwikkelen voor de tweedehandsverkoop dat winstgevend is en dat zowel de klantwaarde als de duurzaamheidsdoelen versterkt.”

