In kaart gebrachte ‘reis van de vordering’ leidt tot onderzoek naar incassostelsel
De overheid verkent manieren om het incassostelsel voor mensen met schulden doelmatiger te maken, maar ook mensgerichter. Dit nadat een onderzoekstraject van meer dan een jaar heeft aangetoond dat het incassostelsel in Nederland op de schop moet.
Mensen die hun schulden niet kunnen afbetalen komen in Nederland vaak in een lastig traject. Het stelsel van civiele invordering biedt schuldenaren en hun schuldeisers een gereguleerd proces dat de belangen van beide partijen moet beschermen, maar er klinkt al jaren kritiek op het stelsel.
Een van de belangrijkste bezwaren is dat de verschuldigde bedragen te snel kunnen oplopen door allerlei incasso- en gerechtelijke kosten. Zo laat een rekenvoorbeeld zien dat een bedrag van €50 uiteindelijk kan oplopen tot €780.

Deze ‘reis van de vordering’ werd in kaart gebracht door Purpose Management Consulting, in het kader van een onderzoekstraject onder leiding van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Doelstelling van het traject was om de knelpunten binnen het huidige stelsel van civiele invordering te identificeren.
Andere deelnemers van het traject waren onder meer het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, de brancheorganisatie van en voor incassobureaus, Deurwaardersbelangen.nu, het Verbond van Credit Management Bedrijven, Schuldenknooppunt, Bureau Wsnp en de Raad voor de Rechtspraak. Ook het Nibud en de Hogeschool Utrecht leverden input.
Franc Weerwind, destijds minister voor Rechtsbescherming in het kabinet-Rutte IV, oordeelde op basis van de reis van de vordering dat “alle stapjes in de keten” weliswaar een “rechtmatige basis” hebben, maar dat “de samenloop kan zorgen voor excessen”.
Daarbij staan de kosten soms niet in verhouding tot de oorspronkelijke vordering. En als “iemand niet kan betalen, draagt het stelsel niet bij aan het oplossen van achterstanden. De achterstand neemt zelfs toe, en de schuldeiser moet langer wachten op afbetaling”.
Verder kwam naar voren dat niet alleen schuldeisers en schuldenaren, maar ook de ingeschakelde partijen binnen de keten dilemma’s ondervinden in het huidige stelsel.

Verbetertraject
Op basis van de bevindingen uit het onderzoekstraject besloot Weerwind een nadere verkenning te lanceren naar mogelijke wijzigingen in het stelsel van civiele invordering.
Een van de doelstellingen van de toenmalige minister is om het incassostelsel aan te passen “zodat de snelheid waarmee kosten kunnen escaleren, vermindert”. Daarvoor is onder andere “inzicht in het vermogen en de aflossingscapaciteit van mensen met schulden” van belang.
Vier criteria
De verkenning naar aanpassingen van het incassostelsel gebeurt aan de hand van vier criteria. Ten eerste de doelmatigheid: een stelsel moet erop gericht zijn dat een vordering voldaan moet worden tegen zo laag mogelijke kosten. De keten moet daarbij dusdanig schrikwekkend zijn bij doelbewuste wanbetaling, maar wanneer betaling niet lukt moet er een mogelijkheid zijn om te de-escaleren richting hulpverlening.
Ten tweede efficiëntie: het stelsel moet gericht zijn op een duurzame oplossing van het betaalprobleem, waarbij de stappen gezet kunnen worden die nodig zijn. Deze handelingen moeten niet bijdragen aan een ongewenste toename van de schulden.
Ten derde proportionaliteit: acties moeten redelijk en uitlegbaar zijn, en de bijbehorende kosten staan in verhouding tot de hoofdsom.
Tot slot mensgerichtheid: de oplossing moet gericht zijn op een duurzame oplossing van de betalingsproblematiek, waarbij niemand onder de beslagvrije voet mag uitkomen.
De overheid heeft laten weten aan de hand van de verkenning een aantal beleidsopties voor te bereiden. Zodra deze uitgewerkt zijn wordt bezien wat haalbaar is qua inzet en financiële middelen.

