Regionale samenwerking Waterschap Rivierenland draagt bij aan klimaatadaptatie

10 april 2024 Consultancy.nl 4 min. leestijd

Hoe effectief werken Waterschap Rivierenland en andere regionale stakeholders samen aan klimaatadaptatie? Dat onderzochten Bureau 7TIEN en PROOF Adviseurs. Ze concluderen dat de samenwerking bijdraagt aan het versterken van de netwerken en kennisdeling, en pleiten voor een voortzetting.

Van kurkdroge zomers tot kletsnatte winters – dat ons klimaat verandert is de laatste jaren niet zo moeilijk te zien. Dit brengt verschillende nieuwe opgaven met zich mee. Denk enerzijds aan lage waterstanden, verslechterende waterkwaliteit, watertekorten en risico’s voor infrastructuur, en anderzijds juist aan een grotere kans op overstromingen door hoge waterstanden en extreme neerslag.

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, zijn landelijk afspraken gemaakt tussen het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Daarin is de ambitie vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Regionale samenwerking Waterschap Rivierenland draagt bij aan klimaatadaptatie

Binnen het werkgebied van Waterschap Rivierenland is de noodzaak daarvan overduidelijk: het gebied waarvoor het waterschap verantwoordelijk is wordt ingeklemd door de grote rivieren: de noordgrens wordt afgebakend door de Nederrijn en de Lek, de zuidgrens door de Maas. Daar tussenin stromen nog de Waal en de Linge, en ook de Biesbosch valt nog net binnen het werkgebied.

In het realiseren van de ambitie voor 2050, werken waterschappen samen met elkaar, provincies, gemeenten en maatschappelijke partners. Dit doen ze binnen 45 Regionale Adaptatie Strategie (RAS)-werkregio’s. Waterschap Rivierenland (WSRL) is betrokken in vijf van deze RAS-werkregio’s.

Het toewerken naar de gestelde ambitie zal de komende decennia veel vragen van deze samenwerkingen. Ten behoeve van een toekomstbestendige inrichting van de samenwerking, gaf de rekenkamercommissie van Waterschap Rivierenland Bureau 7TIEN en PROOF Adviseurs daarom de opdracht om te onderzoeken in hoeverre de door WSRL aangegane samenwerking doeltreffend en doelmatig is.

Netwerk en kennisdeling versterkt

De onderzoekers concluderen dat de samenwerking doeltreffend is wat betreft de mate waarin deze bijdraagt aan het versterken van de netwerken en kennisdeling. Dit is mede te danken aan het feit dat de samenwerking door de partners als positief wordt ervaren.

De gerealiseerde netwerkvorming en kennisdeling bieden “sparringsmogelijkheden voor de medewerkers die werkzaam zijn op het onderwerp klimaatadaptatie bij gemeenten”, schetst het rapport. “Vooral medewerkers van kleinere gemeenten zijn hierbij gebaat.”

Ook in het binnenhalen van door het Rijk verstrekte impulsgelden – een belangrijk doel van het RAS-verband – is het samenwerkingsverband geslaagd.

Bovendien heeft de samenwerking geleid tot het versneld behalen van doelen in bebouwd gebied, zoals het opstellen van hitteplannen. Daar staat tegenover dat de doelen in het landelijk gebied veelal nog niet zijn behaald.

“Daarbij dient te worden meegewogen dat de opgave in het landelijk gebied ook veelal complexer is en de doorlooptijd sinds de start van de samenwerking nog beperkt is”, aldus de onderzoekers.

“De samenwerking draagt bij aan de doelstelling om het beheergebied klimaatbesteding en waterrobuust in te hebben gericht in 2050.”

Over de doelmatigheid trekken ze geen conclusies. Hiervoor “ontbreken herleidbare verantwoordingsgegevens”, zo is te lezen in het rapport.

“Wel kan in algemene zin gesteld worden dat het doelmatiger is de opgave op het gebied van klimaatadaptatie in samenwerking op te pakken dan om dit als bevoegd gezagen individueel te benaderen”, wordt daarbij opgemerkt.

Het voortouw

De kwaliteit van de inrichting van de samenwerking varieert tussen de vijf werkregio’s. Zo zijn afspraken over hoe samen te werken niet in alle regio’s vastgelegd en verschilt de trekkersrol vanuit WSRL per regio, net zoals de mate van monitoring en evaluatie.

In het algemeen constateren de onderzoekers wel dat de kwaliteit van de inrichting en het resultaatbereik van de samenwerking binnen de regio’s in het werkgebied van WSRL voorloopt op regio’s in omliggende waterschappen. “Belangrijkste redenen zijn dat WSRL het voortouw heeft genomen en dat WSRL op een vroeg moment is gestart met de samenwerking in een aantal werkregio’s.”

Aanjagende rol behouden

Al met al pleiten de onderzoekers voor een voortzetting van de samenwerking in RAS-verband. “De samenwerking heeft regionaal tot harde en zachte resultaten geleid die bijdragen aan de doelstelling om het beheergebied klimaatbesteding en waterrobuust in te hebben gericht in 2050.”

Daarbij adviseren ze Waterschap Rivierenland om een aanjagende rol te blijven spelen. Dit staat deels haaks op het voornemen van WSRL om in verschillende regio’s zijn trekkersrol af te bouwen. De onderzoekers raden het waterschap aan deze beslissing te (her)overwegen.

“Het afbouwen roept vragen op over de continuïteit van de opgebouwde samenwerking en relaties. Tegelijk zijn er redenen om deze trekkersrol af te bouwen. Aanbeveling is daarom om hier in de werkregio’s met bestuurlijke partners over in overleg te treden”, aldus het rapport.