Arcadis helpt Amsterdam met laadinfrastructuur voor elektrische bussen
Ingenieurs- en adviesbureau Arcadis heeft de gemeente Amsterdam geholpen bij het klimaatneutraal maken van zijn openbaar vervoer.
In 2018 sprak het GVB – het gemeentelijk ov-bedrijf van Amsterdam – de ambitie uit om het openbaar vervoer in onze hoofdstad vóór het einde van 2025 te laten voldoen aan de zero-emissiecriteria. Daarmee heeft het GVB de lat hoog gelegd: het Rijk rekent erop dat gemeenten hun openbaarvervoersysteem pas tegen 2030 volledig hebben verduurzaamd.
Om zijn ambitie te verwezenlijken, zocht het GVB ruim vier jaar geleden contact met advies- en ingenieursbureau Arcadis. Samen gingen de twee partijen aan de slag. De omvangrijkste klus? Het elektrificeren van de gehele Amsterdamse busvloot en het aanleggen van de bijbehorende infrastructuur.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, vertelt Brittany Croes van Arcadis. “Elektrische bussen moeten op vaste locaties laden, maar waar vind je in een overvolle stad locaties die aan alle technische en veiligheidseisen voldoen én die de goedkeuring van welstand kunnen wegdragen? En hoe bouw je veilig?”
In overleg met het GVB ontwierp Arcadis een plan om de benodigde laadinfrastructuur te kunnen uitrollen. Inmiddels telt Amsterdam al een aantal laadstations voor zijn elektrische bussen, onder meer bij de stations Amsterdam Centraal en Amsterdam Sloterdijk.
Op dit moment wordt een laadvoorziening gebouwd bij het eindstation van de Noord/Zuidlijn in Amsterdam Noord. “Een enerverende opgave: de installaties, fundering, overkapping, de fysieke inpassing in het bestaande station en de gekozen architectuur”, zegt Croes hierover.
Lees ook: Wat moet het GVB doen met zijn oude dieselbussen?
Nieuwe uitdagingen
Het elektrificatieproject van het Amsterdamse openbaar vervoer neemt in totaal meer dan zes jaar in beslag. Bij zo’n lange looptijd is het niet ongebruikelijk dat soms moet worden afgeweken van de oorspronkelijke planning omdat nieuwe mogelijkheden en uitdagingen zich voordoen.
“Je hoeft de krant maar open te slaan of het gaat over de hindernissen die de energietransitie met zich meebrengt”, schetst Croes. “De brandveiligheid van elektrische voertuigen, laadfaciliteiten en zonnepanelen, daar gelden intussen strengere eisen voor. En dus kost het extra tijd om die mee in ons project te nemen.”
De belangrijkste uitdaging is momenteel het overvolle Nederlandse stroomnet. Hoewel netbeheerders druk bezig zijn met het verzwaren van het net, gaat dat niet snel genoeg. Doordat duurzame energiebronnen meer en meer worden ingezet, blijft de capaciteit van het Nederlandse elektriciteitsnet tegen zijn grenzen aanlopen.
En dat levert op tal van plekken best wel wat problemen op. Zo kan in Almere een deel van de nieuwe woningen niet op ons stroomnet worden aangesloten. En ook gehele provincies – zoals Zeeland – hebben de afgelopen tijd aangegeven dat hun stroomnet zijn maximale capaciteit heeft bereikt.
Anders denken
Om te voorkomen dat de elektrische bussen in Amsterdam tegen de grenzen van het stroomnet aanlopen, ontwikkelden Arcadis en het GVB een plan. “We zijn anders gaan nadenken over de manier waarop en de mate waarin stroom in bepaalde situaties van het net kan worden afgenomen”, aldus Croes.
Centraal in het plan staat het zogeheten dynamische laden. In dat geval is de accu na het laden niet volledig vol, maar vol genoeg om de dienstregeling af te werken tot de volgende laadmogelijkheid. En dat heeft geen negatief effect op de levensduur van de batterij.
Croes: “Het GVB is aardig onderweg om zijn ambitie tijdig te behalen. Ik ben extreem trots dat Arcadis hieraan heeft kunnen bijdragen door het GVB te ondersteunen bij het ontwerpen en realiseren van de laadinfrastructuur. Op naar een duurzame toekomst!”
Inmiddels is meer dan de helft van de vloot bussen van het GVB elektrisch. Amsterdam loopt hierin voor op de andere G4-gemeenten.

