‘Gemeenten benutten Loonkostensubsidie onvoldoende’

12 juli 2023 Consultancy.nl 5 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Vorig jaar is de financiering vanuit het Rijk voor de Loonkostensubsidie gewijzigd. Veel gemeenten benutten het instrument echter niet ten volle, wat kan leiden tot tekorten. En dat is zonde, zo waarschuwen Jan-Dirk de Goeij en Roel Korsmit van Adlasz. Ze leggen uit wat de Loonkostensubsidie precies is, wat de recente wijzigingen betekenen en hoe gemeenten het instrument wél ten volle kunnen benutten.

De Participatiewet, op basis waarvan gemeenten uitkeringen aan mensen betalen (de ‘bijstand’) en mensen weer aan het werk proberen te helpen, kent het instrument Loonkostensubsidie (LKS). Dit instrument kan worden ingezet als iemand niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen.

Een veel gebruikte omschrijving is dat iemand dan ‘een achterstand op de arbeidsmarkt’ heeft. Dat kan verschillende oorzaken hebben, maar in alle gevallen heeft het tot gevolg dat iemand niet zo productief kan zijn als iemand die zonder ondersteuning het minimumloon kan verdienen.

De doelstelling is om deze groep mensen aan het werk te laten gaan op basis van hun capaciteiten, waarbij de gemeente het verschil tussen het ‘verdienvermogen’ en het minimumloon compenseert door LKS in te zetten. Door een wijziging in de financiering vanuit het Rijk kan het goed inzetten van LKS voordeel voor een gemeente opleveren.

Wat is er veranderd?

Vanaf 2022 is de financiering voor de inkomensvoorzieningen (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten, oftewel het BUIG-budget) gesplitst in een onderdeel voor de inkomensvoorzieningen zelf en de verstrekte loonkostensubsidie (LKS).

De verdeling van het macrobudget voor de inkomensvoorzieningen blijft met enige aanpassingen in de criteria gelijk. De verdeling van het aandeel LKS wordt bepaald op basis van de feitelijke uitgaven in het jaar T-1. De gedachte hierachter is dat gemeenten die een actief beleid op LKS voeren beloond worden. Hoe zit de vork in de steel voor 2022 nu de (voorlopige) cijfers bekend zijn?

Hoe werkt het model?

Als we naar de ontwikkeling van het BUIG-budget kijken, dan zien we voor de komende periode een licht stijgende lijn als geheel met een verschuiving naar een hoger aandeel LKS ten laste van de uitkeringscomponent. Onderstaande grafiek laat procentueel de ontwikkeling zien:

‘Gemeenten benutten Loonkostensubsidie onvoldoende’

Figuur 1: Budgetontwikkeling

Gemeenten worden min of meer ‘financieel gedwongen’ in te zetten op het instrument van de LKS. Het niet toepassen van dit instrument leidt immers tot blijvers in de bijstand met stijgende kosten tot gevolg. Het budget stijgt niet mee, waardoor tekorten ontstaan dan wel (verder) oplopen. Tegelijkertijd krijgt men een kleiner aandeel in het budget voor de LKS, waardoor ook dat budget daalt met alle gevolgen van dien.

Omgekeerd is uiteraard ook waar: inzet van het instrument LKS leidt tot lagere uitkeringskosten en een hoger budgetaandeel LKS. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Dit mechanisme is geheel passend binnen de bedoeling van de Participatiewet en in lijn met het Rijksbeleid.

Voorbeeld

We nemen een gemeente van 45.000 inwoners als voorbeeld om te zien wat er gebeurt bij het al dan niet inzetten van het instrument LKS. In figuur 2 wordt inzichtelijk gemaakt wat de impact is zonder gerichte inzet van het instrument LKS. In figuur 3 blijkt het resultaat wel optimaal als men gebruik maakt van het instrument LKS.

‘Gemeenten benutten Loonkostensubsidie onvoldoende’

Figuur 2: Impact zonder expliciete inzet op LKS

‘Gemeenten benutten Loonkostensubsidie onvoldoende’

Figuur 3: Impact met inzet op LKS

Het moge duidelijk zijn dat de gap tussen het wel en niet actief inzetten op het instrument LKS behoorlijk is.

Wat zeggen de landelijke cijfers?

Laten we de (voorlopige) cijfers over 2022 eens nader bezien. Wat we zien:

  • 160 gemeenten hebben een tekort op het BUIG-budget als geheel
  • 87 gemeenten hebben een tekort op het BUIG-budget als geheel maar met een overschot op het LKS-budget
  • 211 gemeenten hebben het LKS-budget niet volledig benut
  • 130 gemeenten hebben meer kosten LKS dan het beschikbare budget
  • 30 gemeenten komen in aanmerking voor een Vangnetuitkering
  • Van die 30 gemeenten hebben 12 gemeenten het LKS-budget niet volledig benut

Over 2023 krijgen 130 gemeenten een groter aandeel van het beschikbare LKS-budget, de overige gemeenten ontvangen een lager aandeel. Bij die gemeenten is het niet ondenkbaar dat de uitkeringskosten ten laste van de BUIG zullen oplopen wat weer kan leiden tot tekorten. Toekomstige verzoeken voor de Vangnetuitkering liggen op de loer.

Conclusie

De vraag is hoe de toetsingscommissie Vangnetuitkering daarmee omgaat. Een tekort, terwijl het instrument LKS niet ten volle wordt benut, wat betekent dat dan? Een relatief ‘simpele’ maatregel dit instrument alsnog in te zetten met financiering van het tekort? Of een simpele weigering omdat de tekorten verwijtbaar zijn?

Onze oproep is naar de actiemodus te schakelen. 2022 is ‘nog maar’ het eerste jaar, dus reparatie is mogelijk en realistisch. Tegelijkertijd onderkennen wij dat het verstrekken van LKS niet zo simpel is als het lijkt.

Uit ons praktijkonderzoek blijkt wat er voor nodig is om dit goed in te richten en te monitoren. Daaruit blijkt ook dat er meer sturingsmogelijkheden zijn dan men zo op het eerste gezicht zou verwachten. Het vergt wel bestuurlijke moed en een zekere mate van experimenteren en doorzettingsvermogen om het tot een succes te maken.

Een eerste snelle start kan al met onze gratis BUIG-tool. Hiermee krijgt u op een simpele manier inzicht in de budgetten, budgetontwikkeling en of u in aanmerking komt voor een Vangnetuitkering. Ook kan de impact van het instrument LKS inzichtelijk gemaakt worden.

Een artikel van Jan-Dirk de Goeij en Roel Korsmit, respectievelijk manager en partner bij Adlasz, een adviesbureau gericht op het lokaal bestuur en het sociaal domein.