UNESCO-werelderfgoed Pampus wordt zelfvoorzienend

31 juli 2020 Consultancy.nl

Forteiland Pampus wordt zelfvoorzienend. Het Forteiland voor de kust bij Muiden ondergaat een flinke transformatie, waardoor het voor zijn eigen energie en water kan zorgen. Ook komt er een nieuw entreegebouw dat opgaat in de stuwwal, zodat het fort zelf weer goed zichtbaar wordt vanaf het water.

Eind negentiende eeuw vreesde Nederland voor een aanval op Amsterdam. Daarom werd begonnen aan de bouw van de Stelling van Amsterdam. Onderdeel hiervan was forteiland Pampus. In 1895 werd het fort voltooid. Bovenop stonden twee draaibare pantserkoepels, uitgerust met twee Krupp-Gruson-kanonnen met een bereik van 8 kilometer. Daarmee is echter nooit geschoten op vijanden: tegen de tijd dat Nederland ‘eindelijk’ werd aangevallen, in de Tweede Wereldoorlog, was de oorlogsvoering dusdanig veranderd dat het fort geen rol speelde in de verdediging van Amsterdam.

Terwijl het fort dus nooit zijn oorspronkelijke functie heeft vervuld, is het vandaag de dag een populaire attractie. Jaarlijks wordt het eiland bezocht door zo’n 60.000 mensen. Sinds 1996 staat Pampus samen met de rest van de Stelling van Amsterdam bovendien op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Met de grootse transformatie die nu is ingezet moet Pampus als eerste Nederlandse Unesco-werelderfgoed zelfvoorzienend worden op het gebied van water en energie.

Er komt een nieuw circulair entreegebouw, ontworpen door architect Paul de Ruiter. Doordat het gebouw grotendeels in de stuwwal ligt valt het minder op én verbruikt het minder energie. De energie die nog wel wordt verbruikt moet allemaal op en rond het eiland zelf worden opgewekt, onder meer via zonnecellen waarvan een deel wordt aangebracht op de twee houten replica’s van de pantserkoepels. Ook worden twee of drie windmolens geplaatst.UNESCO-werelderfgoed Pampus wordt zelfvoorzienendDe eerste stappen richting zelfvoorziening zijn al gezet. Zo werd vorige maand een vernieuwende biovergister in gebruik genomen. Daarmee kan elke dag 30 kilo gft-afval worden omgezet in negen kuub gas, waarmee de keuken van het restaurant een dag kan koken. Als restproduct blijft een vloeistof over die goed is voor de gewassen in de moestuin.

Ook staat sinds kort een waterzuiveringsinstallatie op het eiland waarmee het water uit het IJsselmeer kan worden gefilterd tot drinkwater. Er wordt nog gewacht op het keurmerk. Als dat er eenmaal is hoeft niet langer elke dag drie- tot vijfduizend liter drinkwater naar pampus te worden gevaren.

Terug in de tijd

Terwijl de autarkische transformatie helemaal past in de duurzaamheidstrend van de laatste jaren, gaat Pampus in zekere zin terug in de tijd. 125 jaar geleden was het eiland ook al zelfvoorzienend. De ruim 200 op Pampus gelegerde soldaten moesten het er zonder hulp van buitenaf langdurig kunnen uitzitten.

“We staan aan de vooravond van een grote transformatie”, aldus Tom van Nouhuys, directeur van Stichting Forteiland Pampus tegenover NH Nieuws. “En daarbij kijken we naar de geschiedenis om het eiland weer toekomstbestendig te maken.”

Publiek-private samenwerking

De totale kosten van het project worden geraamd op €5,5 miljoen – €3,9 miljoen voor het nieuwe entreegebouw en €1,6 miljoen voor het energiesysteem. Daarvan wordt een klein deel via een lening gefinancierd door de Stichting Forteiland Pampus zelf. De rest van het geld moet worden opgehaald via een netwerk van overheden, fondsen en bedrijven. Bij het opbouwen van deze publiek-private samenwerking wordt de stichting geholpen door Kirkman Company.

Het netwerk bevat al aardig wat partijen: Paul de Ruiter Architects, Provincie Noord-Holland, Gemeente Gooise Meren, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, De Groot Installatiegroep, Firan, Copper8, Port of Amsterdam, Waternet, Jotem Waterbehandeling, Rabobank, Circ, SolarDuck en Kirkman Company zelf. De partijen die betrokken zijn bij de planvorming dragen ook een deel van het risico.

Het geïnvesteerde geld moet onder meer worden terugverdiend met een flink aantal extra bezoekers. Het is de bedoeling dat er jaarlijks straks zo’n 100.000 mensen naar het eiland varen. De transformatie moet begin 2022 zijn afgerond.