Locatie-optimalisatie biedt grote mogelijkheden voor ziekenhuizen

28 mei 2018 Consultancy.nl

Voor Nederlandse ziekenhuizen met meer dan één vestiging valt nog veel terrein te winnen op het gebied van locatie-optimalisatie. Dat stelt Aart Willem Saly, Principal Consultant bij Vintura. Naast dat een locatie-optimalisatie volgens Saly financieel gezien voordelig is, benadrukt hij dat bij weldoordachte scenario’s ook patiënten en ziekenhuismedewerkers erop vooruitgaan.

Eind 2016 telde ons land 91 ziekenhuizen, waaronder 8 universitaire medische centra, 22 categorale ziekenhuizen en 7 kinderziekenhuizen. Het aantal ziekenhuislocaties ligt echter hoger dan 91. Volgens cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beschikten de algemene, de academische en kinderziekenhuizen in 2016 namelijk over 121 ziekenhuislocaties en 144 buitenpoliklinieken*. Het grote aantal buitenpoliklinieken, waarmee poliklinische zorg naar de patiënt wordt toegebracht, is een recentelijke trend. In toenemende mate openen ziekenhuizen zo’n kliniek – meestal op de grens van hun verzorgingsgebied – onder andere om op die wijze te kunnen concurreren met omliggende ziekenhuizen. 

Volgens Aart Willem Saly, Principal Consultant bij Vintura – een adviesbureau gespecialiseerd in gezondheidszorg en life sciences – is de competitie tussen ziekenhuizen niet verrassend: “Veel ziekenhuizen merken dat ze financieel alle zeilen bij moeten zetten. Met enerzijds de stijgende zorgvraag en anderzijds de scherpe inkoop door zorgverzekeraars, inclusief volumeplafonds, kan de marge in veel ziekenhuizen gevaarlijk dun of zelfs negatief worden.” Alhoewel ziekenhuizen extra poliklinische locaties openen om de zorgconcurrentiestrijd te winnen, is dat volgens Saly niet altijd voldoende. Hij adviseert ziekenhuizen met meer dan één vestiging om ook gebruik te maken van locatie-optimalisatie, wat naast financieel gewin eveneens voordeel voor patiënten en ziekenhuismedewerkers kan opleveren. 

Locatie-optimalisatie

Bij het optimaliseren van ziekenhuislocaties draait het om het maximaal benutten van specialisatie- en schaalvoordelen, zo stelt Saly: “Heel praktisch: ervoor zorgen dat de veelal dure capaciteit maximaal wordt benut en ervoor zorgen dat kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid worden vergroot door gelijksoortige activiteiten dicht bij elkaar te laten plaatsvinden.” Er zijn allerlei mogelijkheden om de locatie van een ziekenhuis te optimaliseren, zoals door afzonderlijke locaties te voorzien van een bepaald zorgprofiel. Dat kan volgens de consultant onder meer op basis van het volume of de complexiteit van zorg – hoog versus laag. Daarnaast kan een locatie zich ook richten op een aantal specialismen of aandoeningen. Daaruit volgt bijvoorbeeld dat operatiekamers een minder allesomvattende opzet dienen te hebben of niet op elke locatie aanwezig hoeven te zijn. “Dat betekent lagere kosten en gemiddeld hogere kwaliteit”, aldus Saly.

Aantal ziekenhuizen in Nederland

Een tweede maatregel om een ziekenhuislocatie maximaal te benutten, is volgens de Vintura-adviseur het ontdubbelen van beschikbaarheidsfuncties zoals spoedeisende hulpverlening of intensive care: “Vaak zien we dat deze – minimaal op één van de locaties – matig tot slecht bezet zijn. Concentratie is qua kosten veel gunstiger, maar voorkomt ook problemen met kwaliteit of veiligheid door onderbezetting. Uiteraard moeten effecten voor patiënten, zoals een verantwoorde aanrijtijd, hierbij goed in ogenschouw genomen worden.”

In lijn daarmee bestaat een andere manier om de capaciteitsbenutting te optimaliseren uit het herzien van de reguliere openingstijden. Als een bepaalde locatie van een ziekenhuis bijvoorbeeld in het weekend of in de avond gesloten wordt, zal op de andere locaties de bezettingsgraad gemiddeld genomen aanzienlijk toenemen. Saly benadrukt dat planmatige nauwkeurigheid in dit geval van groot belang is: “Uiteraard vereist dit de nodige aanpassingen in roosters en OK-schema’s, maar het loont eigenlijk altijd. Zowel voor medewerkers als patiënten is een goed bezet ziekenhuis veiliger en beter dan een situatie van marginale bezetting op alle onderdelen.” 

Ten slotte kan ook gebruik worden gemaakt van een wat rigoureuzere maatregel, aldus de senior medewerker van het adviesbureau: “Het verminderen van vierkante meters door volledige sluiting van een bestaande locatie, verhuizing naar een kleiner pand of een deel van het bestaande pand een andere bestemming te geven. Zeker in combinatie met invoering van e-health is hier veel te winnen. Reductie van vierkante meters is het meest aantrekkelijk als ingrijpend onderhoud of renovatie van het huidige pand noodzakelijk is. Kleiner betekent dan veelal direct een besparing op investeringen.” 

Bezwaren

De visie van Saly – het herinrichten of sluiten van ziekenhuislocaties ter optimalisatie van de ziekenhuisorganisatie – kent ook tegenstanders. Volgens hen zouden dergelijke maatregelen de laagdrempeligheid van zorg kunnen aantasten. Een patiënt die slecht ter been is, maar meermaals per week een ziekenhuis bezoekt voor een specifieke behandeling – bijvoorbeeld voor nierdialyse – was voorafgaand aan de locatie-optimalisatie slechts enkele kilometers aangewezen op het openbaar vervoer. Op basis van herprofilering kan zijn ziekenhuislocatie zo’n behandeling hebben geschrapt, waardoor hij mogelijk meerdere keren per week tientallen kilometers met het openbaar vervoer extra moet afleggen.

Productievolumes van een ziekenhuis kunnen door de locatie-optimalisatie dan wel stijgen, maar omdat de reistijd van patiënten eveneens toeneemt, krimpt mogelijk op lokaal niveau de zogenaamde adherentie – de zorgdekkingsgraad – van een ziekenhuislocatie, omdat afzonderlijke locaties slechts een deel van de zorg aanbieden. Saly erkent dat zulke situaties extra aandacht verdienen.

Aantal ziekenhuizen per stad en gemiddelde reisafstand

Uit eerdere projecten van Vintura, waarbij het advieskantoor ziekenhuizen hielp hun locaties te optimaliseren, blijkt echter dat de adherentie-krimp van een ziekenhuislocatie verschilt per specialisme, aldus Saly: “Waar sommige specialismen vooral lokale patiënten bedienen waarvoor verplaatsing inderdaad ongunstig is, bleken andere specialismen een ruim adherentiegebied te hebben, met slechts een zeer beperkte impact van mogelijke verplaatsing.” Hij voegt toe dat het daarom zinvol is om onderscheid te maken in de type aandoening: “Een polikliniek voor chronische aandoeningen behouden kan veel reistijd besparen, terwijl dat voor eenmalige ingrepen veel minder zwaar weegt.”

Tegenstanders van locatie-optimalisatie zijn daarnaast bezorgd over volledige sluitingen van ziekenhuizenlocaties. Volgens Saly is die angst wat te kort door de bocht: “Oplossingen zijn vaak genuanceerder omdat allerlei varianten mogelijk zijn wat betreft openingstijden. Weekend- of avondsluiting kan al veel opleveren, evenals het verplaatsen van een deel van de zorg, zoals specialismen en type werkzaamheden.” Daar heeft hij ervaring mee: “Zo heeft één van de ziekenhuizen die we ondersteund hebben miljoenen aan investeringen kunnen besparen door een locatie te transformeren naar dagziekenhuis met voornamelijk poli’s.” Daarnaast stelt de consultant dat verhuizen naar een andere locatie ook een gunstige optie kan zijn omdat “een huidig pand toch vaak is ingericht – qua opzet en omvang – op een ziekenhuisprofiel van 30 jaar geleden.”

Zorgvuldige aanpak

Het herinrichten en mogelijk sluiten van ziekenhuislocaties – deels voor broodnodige kostenreductie – is een onderwerp dat maatschappelijk gezien voor de nodige spanning kan zorgen, aldus Saly: “Locatie-optimalisatie mag dan financieel aantrekkelijk zijn, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het een gevoelig onderwerp is, zowel voor medewerkers als belanghebbenden in de regio. Een zorgvuldige aanpak is daarom hard nodig.” Daarmee doelt hij op het creëren en behouden van duurzaam draagvlak door alle belanghebbende partijen vroegtijdig bij het project te betrekken, wat in essentie naadloos aansluit bij de zogenaamde strategisch omgevingsmanagement (SOM) werkwijze: “Er kan veel begrip worden gewonnen met transparantie over voor- en nadelen van verschillende scenario’s, ondersteund door cijfers.” 

Tevens stelt hij dat het creëren en behouden van duurzaam draagvlak gepaard gaat met heldere besluitvorming. Niet enkel voor externe belanghebbenden is dat cruciaal, maar ook intern wordt duidelijkheid omtrent afwegingen geëist: “Zo is het waardevol gebleken om met de Raad van Bestuur en het MSB-bestuur heldere criteria voor besluitvorming op te stellen. Hoe gaan we verschillende scenario’s en soms tegenstrijdige belangen vergelijken en wegen om te komen tot een gedragen besluit? Heldere criteria helpen tevens om de uiteindelijke keuze uit te leggen aan verschillende belanghebbenden. […] Juist door alternatieve oplossingen naast elkaar te zetten, inclusief de feiten van de huidige situatie, kunnen breed gedragen keuzes gemaakt worden.” 

Mocht er toch onenigheid ontstaan tussen de belanghebbende partijen, dan komt dat volgens de adviseur vaak door “onjuiste beeldvorming over de feitelijke situatie, de impact en het bijbehorende prijskaartje” en veelal niet door “verschillende visies op wat goed is voor patiënten”. Zo’n meningsverschil kan volgens Saly voorkomen worden als de communicatie op voorhand in orde is: “Zelfs communiceren dat er nog niet veel te melden is en wanneer het wel mogelijk is iets te melden, kan al veel onrust voorkomen.” Hij voegt daaraan toe: “Wij hebben bijvoorbeeld ervaren dat gemeenten door transparante communicatie en persoonlijke ontmoetingen snel veranderden van sceptische verdedigers in constructieve meedenkers, die nieuwe, betere oplossingen hielpen mogelijk maken.” 

* Het aantal locaties van de categorale ziekenhuizen is in de berekening van het RIVM niet meegenomen.

Nieuws