Zorgcontractering op een kantelpunt: van volume naar transformatie
De zorgcontractering staat aan de vooravond van een fundamentele verandering. Met het IZA en AZWA als belangrijk uitgangspunt verschuift de focus van prijs en volume naar meerjarige afspraken, resultaatgerichte bekostiging en gezamenlijke zorgtransformatie. Walter Kien, partner bij Vintura, geeft tekst en uitleg.
Elk voorjaar publiceren zorgverzekeraars hun zorginkoopbeleid, waarna de contracten voor het volgende jaar worden uitonderhandeld. In de contractronde voor 2027 staan het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) nadrukkelijk centraal. Zorgverzekeraars positioneren deze akkoorden expliciet als uitgangspunt voor de contractering, en daarmee als bepalend voor de transformatierichting van de zorg in de komende jaren.
Zo noemt CZ in zijn zorginkoopbeleid 2027 de afspraken uit het IZA en AZWA “het gezamenlijke vertrekpunt”, en baseert Zilveren Kruis de vaststelling van het volume voor 2027 onder meer op de afspraken die in het IZA/AZWA zijn gemaakt. Daarmee verschuift de zorgcontractering van een primair productiegedreven exercitie naar een instrument om structurele zorgtransformatie af te dwingen.
In de IZA-transformatieplannen staan stevige ambities om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Denk aan het voorkómen van zorg (via leefstijl en zelfredzaamheid), het verplaatsen van zorg (naar huis of dichtbij de patiënt) en het vervangen van zorg (door digitale toepassingen en e-health). Deze bewegingen hebben ingrijpende financiële consequenties voor zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars.
De opgave is echter: hoe vertalen de ambities zich naar concrete financiële afspraken in de contractering? Op basis van onze ervaringen bij Vintura onderscheiden we vijf mogelijke trends die de komende jaren de contractering kunnen gaan typeren.
1. Meer meerjarenafspraken
Zorgtransformatie vraagt om stabiliteit en voorspelbaarheid over meerdere jaren. Eenjarige contracten bieden daarvoor onvoldoende houvast. Meerjarenafspraken creëren ruimte om te investeren in nieuwe zorgprocessen, digitale toepassingen en andere manieren van inzetten van personeel.
Daarnaast versterken meerjarencontracten de samenwerking tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Partijen volgen gezamenlijk de voortgang van transformatie, evalueren periodiek en sturen bij waar nodig. De relatie verschuift daarmee van jaarlijkse onderhandelingen naar een partnerschap waarin verzekeraars niet alleen betaler zijn, maar mederegisseur van de transformatie, voor nu en mogelijk ook voorbij de looptijd van het IZA.
Een voorbeeld is het ETZ, dat meerjarige contracten heeft met de zorgverzekeraars VGZ en CZ. Binnen deze contracten wordt voor meerdere jaren een vast budget afgesproken, waardoor jaarlijkse onderhandelingen minder dominant worden. Het doel is om ruimte te creëren voor zorgtransformatie en kwaliteitsverbetering.
2. Meer resultaatafspraken
IZA en AZWA kunnen gaan zorgen voor een verschuiving van vergoeding op basis van volume naar financiering op basis van maatschappelijke en regionale zorgbijdrage. Contracten zullen zich mogelijk minder richten op productie en tarieven, en meer op inhoudelijke prestaties.
In transformatieplannen worden deze prestaties vaak vastgelegd in mijlpalen die niet direct financieel van aard zijn, zoals het maken van nieuwe werkafspraken, het trainen van medewerkers of het realiseren van datakoppelingen. Hierdoor raken zorgcontractering en strategie nauwer met elkaar verweven. Contracten worden een instrument om beweging te creëren richting passende zorg, digitale zorg en arbeidsmarkthoudbaarheid, in plaats van enkel een middel om productie af te rekenen.
Zo werken het Maasstad Ziekenhuis en Zilveren Kruis met een meerjarig waardegedreven contract. De bekostiging verschuift van aantal behandelingen (volume) naar kwaliteit en uitkomsten van zorg (waarde voor de patiënt). Er wordt gewerkt met een gezamenlijk meetsysteem met prestaties op bijvoorbeeld verminderen van wachtlijsten, voorkomen van onnodige IC-opnames en verbeteren van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg.

3. Meer contractvariatie
De akkoorden breken met het idee dat alle zorg via hetzelfde contractmodel wordt gefinancierd. Het is nodig dat de contractering aansluit bij de maatschappelijke functie van zorg, de mate van planbaarheid en de schaarste aan personeel en infrastructuur. In de nieuwe situatie van IZA en AZWA ontstaat naar onze verwachting meer variatie: verschillende subcontracten op basis van beschikbaarheid, productie en transformatie van zorg.
Zo kunnen contracten de acute zorg vrijwaren, de electieve zorg veranderen en het personeel ontlasten. Praktisch betekent dit dat binnen één ziekenhuis er een beschikbaarheidsbudget is voor de SEH/IC, er PxQ-afspraken zijn voor orthopedie, er bandbreedtecontracten komen voor dagbehandeling en er meerjarenafspraken zijn voor regionaal cruciale functies. Dit sluit aan bij de huidige kavels met verschillende prikkels die verzekeraars nu al toepassen.
4. Meer verschuivingen
Zorgtransformaties leiden onvermijdelijk tot structurele kostenverschuivingen. Denk aan hogere IT-kosten voor digitale zorg, investeringen in dataplatforms, het vrijspelen van personeel en het verplaatsen van zorg binnen regionale ketens. Deze veranderingen beïnvloeden het exploitatierisico van zorgorganisaties.
Volumeafhankelijke afspraken zijn daardoor niet langer overal passend. De behoefte aan alternatieve bekostigingsvormen groeit. Nieuwe betaaltitels, budgetverschuivingen en regionale afspraken worden steeds belangrijker om deze veranderingen op te vangen en om risico’s op een evenwichtige manier te verdelen.
5. Meer gelijkgerichtheid
Regionale transformatieprocessen vragen om afstemming tussen zorgverzekeraars. Dit geldt met name bij verschuivingen naar aanneemsommen of lumpsum-achtige afspraken, waarbij investeringen in transformatie ten goede komen aan de gehele regio en de baten niet exclusief aan één verzekeraar toevallen. Tegelijkertijd is concurrentie een essentieel onderdeel van het zorgstelsel.
De uitdaging is daarom het vinden van een balans: voldoende afstemming om regionale transformatie mogelijk te maken en meelifteffecten te beperken, zonder de ruimte voor eigen strategische keuzes en concurrentie tussen verzekeraars te ondermijnen. Gelijkgericht contracteren betekent daarmee niet uniformiteit, maar samenhang waar dat nodig is.
Tot slot
De mate waarin het IZA daadwerkelijk tot duurzame transformatie leidt, is op het moment van schrijven nog onzeker. De ambities zijn groot, maar de impact hangt af van de uitvoering in de praktijk. Wel is duidelijk dat de beweging wordt doorgezet, onder meer via de AZWA-doorbraakmiddelen. Voor 2027 tot en met 2029 is €800 miljoen beschikbaar voor de opschaling van arbeidsbesparende AI, medische technologie en digitale en hybride zorg.
Tezamen kunnen IZA en AZWA de zorgcontractering fundamenteel laten verschuiven: van prijs en volume naar samenwerking, innovatie en transformatie. Dat maakt contractering strategischer en toekomstgerichter, maar ook complexer. Deze verschuiving vraagt om een andere manier van samenwerken: minder als opponenten en meer als partners die gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de regionale zorgopgave. Het onderhandelingsspel verdwijnt zeker niet, maar de basis verschuift naar gezamenlijke ontwikkeling.
Tegelijkertijd heeft deze ontwikkeling implicaties die verder reiken dan contractering. De verschuiving van zorgvolume en -gebruik raakt bijvoorbeeld het systeem van risicoverevening, dat grotendeels is gebaseerd op historisch zorggebruik en jaarlijkse herverdeling. Hierdoor kunnen financiële prikkels achterblijven bij de meerjarige effecten van transformatie, wat spanning creëert tussen beleid en bekostiging.
De akkoorden raken daarmee de contractvernieuwing en ook de verdere ontwikkeling van het stelsel zelf. Dit blijkt wel uit de opdracht aan de Staatscommissie Zorg uit het coalitieakkoord 2026-2030. Deze commissie gaat zich bijvoorbeeld buigen over de vraag hoe de financiële prikkels in het stelsel zo ingericht kunnen worden dat de schaarse mensen en middelen zo goed mogelijk worden ingezet.
Daarmee staat de zorgcontractering op een kantelpunt van transactioneel instrument naar motor voor transformatie. De komende jaren zullen uitwijzen in hoeverre partijen erin slagen deze rol daadwerkelijk waar te maken. Succes vraagt in ieder geval om meer dan nieuwe contractvormen. Het vereist een fundamenteel andere manier van samenwerken, sturen en verdelen van risico’s.


