Nederlands referendum over Sleepwet verdeelt oud en jong

26 februari 2018 Consultancy.nl

Tijdens de aankomende gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 zal er ook worden gestemd over de zogenaamde Sleepwet, wat gebeurt in de vorm van een raadgevend referendum*. Daarin zal de bevolking zich uitspreken over de nieuwe wet die de macht van Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten uitbreidt. Nieuwe data toont aan dat het aantal voorstanders van de Sleepwet de afgelopen maanden is afgenomen: minder dan de helft van de Nederlandse bevolking lijkt op dit moment de nieuwe wet te steunen – hierbij blijkt dat vooral jongeren tegen zijn. 

Ten tijde van de Koude Oorlog bevochten landen elkaar veelvuldig middels spionagetechnologie. Daarom ontstonden in ons land eind jaren veertig van de twintigste eeuw de Binnenlandse Inlichtingendienst en inlichtingendiensten van afzonderlijke krijgsmachtonderdelen. Vandaag de dag kent Nederland twee geheime diensten, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIV) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Wezenlijk is het takenpakket van dergelijke diensten niet veranderd: nog steeds doen zij op heimelijke wijze onderzoek omwille van de nationale veiligheid en andere landsbelangen. Wat wel veranderd is, zijn de precieze instrumenten waarmee diensten hun taken uitvoeren, en dan met name de technologie.

Hoe bekend zijn Nederlanders met de Sleepwet

Een veranderend technologisch landschap vraagt vanzelfsprekend om een aangepast kader voor wet- en regelgeving, waarin staat beschreven waaraan geheime diensten zich moeten houden (omdat Nederland een democratische rechtsstaat is). Het juridische kader heeft het tempo van verandering – vergelijkbaar met dat in andere industrieën – echter niet kunnen bijbenen. Zo houdt de huidige wet- en regelgeving volgens kenners onvoldoende rekening met thema’s als internetcriminaliteit en cybersecurity, waardoor de effectiviteit van inlichtingendiensten achterblijft bij de mogelijkheden.

Tegen deze achtergrond gaf de Tweede Kamer in 2012 de opdracht om de toen tien jaar oude Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) te evalueren en waar nodig aan te vullen. Uit dat onderzoek volgde in 2017 de nieuwe Wiv. Die wet staat veelal bekend als de Sleepwet. Op 21 maart 2018, de dag waarop de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden, mogen Nederlandse stemgerechtigden zich via een raadgevend referendum buigen over (de noodzaak van) de wet. 

De Sleepwet

Nadat het onderzoek over de oude Wiv (uit 2002) was afgerond, werd de nieuwe Wiv in september 2017 deels van kracht. Aanvankelijk was het idee om de gehele wetgeving per januari 2018 te laten ingaan, maar daar stak een vijftal bèta-studenten van de Universiteit van Amsterdam een stokje voor: door 300.000 handtekeningen in te zamelen, dwongen zij een raadgevend referendum af. Het onderwerp leefde onder de Nederlandse bevolking, want in een maand tijd werd dat aantal handtekeningen reeds behaald. In het totaal werden er ruim 384.000 geldige verzoeken geplaatst. De initiatiefnemers en ondertekenaars stelden dat de nieuwe Wiv (uit 2017) de privacy van de bevolking zou schenden, met name op het gebied van communicatie

Opkomstintentie voor de Sleepwet

In beginsel kan elke vorm van telecommunicatie plaatsvinden via de kabel, door de ether, of door beide. Telecommunicatie vindt tegenwoordig vaak plaats via signalen die door een kabel lopen (bijvoorbeeld in de grond of op de bodem van de zee) én door de ether (niet door een kabel, maar door de lucht). Het signaal van bijvoorbeeld een mobiele telefoon gaat eerst door de lucht naar een zendmast om vervolgens verder te worden getransporteerd door een kabel naar een andere zendmast, die het signaal naar de ontvangende mobiele telefoon dirigeert. Voor grotere afstanden worden vaak nog satellietverbindingen in het traject opgenomen. 

Op basis van de oude Wiv uit 2002 mogen de MID en de AIVD enkel communicatie via radio- en satellietverkeer (lucht) ongericht onderscheppen. Volgens de nieuwe Wiv (uit 2017) is het voor de geheime diensten ook toegestaan om ongerichte kabelgebonden telecommunicatie te onderscheppen. Dit betekent dat de overheid (vrijwel) iedereen, dus ook niet-verdachte personen, via elk communicatiemedium mag aftappen. Of professionals die in het bezit zijn van beroepsmatig zeer vertrouwelijke informatie, zoals advocaten, M&A-adviseurs en journalisten, ook mogen worden afgetapt, daarover beslist per casus de rechtbank Den Haag. Verwijzend naar een sleepnet dat wordt gebruikt voor de visvangst, wordt de Wiv 2017 ook wel de Sleepwet genoemd: de MID en de AIVD zijn namelijk gerechtigd om een ‘sleepnet’ in te zetten om zo massale (online) communicatie af te tappen, ook van burgers die niet verdacht zijn maar toevallig in dezelfde wijk wonen als een verdacht persoon. 

De Nederlandse geheime diensten hebben dus toestemming om ‘in te breken’ op computers, mobiele telefoons en andere geautomatiseerde apparaten, ongeacht of een persoon al dan niet verdacht is. Daarnaast krijgen de geheime diensten toestemming om een DNA-databank aan te leggen waarin iedere burger kan worden opgenomen. Verder mogen gegevens die zijn verkregen door de MID en de AIVD, zonder dat ze geanalyseerd zijn, worden gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten. De inlichtingendiensten geven aan hierbij zeer zorgvuldig te werk te zullen gaan.

Stem je voor of tegen de invoering van de Sleepwet

Wat vindt Nederland?

De komst van de Sleepwet doet een hoop stof opwaaien onder Nederlanders. Volgens een onderzoek van I&O Research is inmiddels zo’n 80% van de Nederlanders bekend met de 2017-versie van de Wiv. Bovendien geeft meer dan de helft (55%) aan inhoudelijk goed op de hoogte te zijn van de Sleepwet. Nu het referendum nadert, lijken burgers zich steeds meer te gaan verdiepen, want in vergelijking met oktober 2017 (50%) is het deel van de bevolking dat aangeeft inhoudelijk op de hoogte te zijn met vijf procentpunt toegenomen. Het percentage dat niet op de hoogte is, is de afgelopen tijd ongewijzigd gebleven. En waar in de herfst van 2017 een op de vijf Nederlanders nimmer had gehoord over de Sleepwet, daar is slechts een op de zeven burgers nu onbekend met de nieuwe wet. 

Op 21 maart 2018 gaat het dan wel om een raadgevend referendum (en dus niet om een bindend referendum), maar mocht de uitslag van dat referendum een duidelijk ‘tegen’ zijn, dan is het de vraag hoe makkelijk de regering dit resultaat naast zich neer kan leggen. Dat deed de overheid wel bij het referendum omtrent de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Maar, bij dat referendum was de opkomst erg laag (32%) en het beoogde doel van dat referendum was ietwat dubbelzinnig, aldus de verklaring van minister-president Mark Rutte indertijd. Volgens huidige schattingen is maar liefst 71% van de stemgerechtigden zeker wel of waarschijnlijk wel van plan om te gaan stemmen.

Ter vergelijking: de afgelopen twee edities van de gemeenteraadsverkiezingen waren de opkomstpercentages 53,8% (2014) en 53,9% (2010). Het feit dat op 21 maart 2018 de gemeenteraadsverkiezingen én het referendum omtrent de Sleepwet zullen plaatsvinden, heeft wellicht een stuwende werking op de opkomst. Mocht inderdaad een aanzienlijk aantal Nederlanders naar de stembus gaan om te stemmen over de Sleepwet, dan zou het kabinet – ondanks de vorm van het referendum – onder druk kunnen komen te staan. Zo is momenteel minder dan de helft van de bevolking voorstander van de nieuwe wet.

Stem je voor of tegen de invoering van de Sleepwet - Naar leeftijd

Op moment van schrijven geeft, relatief gezien, het grootste deel van de stemgerechtigden aan voor te stemmen, namelijk 42%. Dat percentage is de afgelopen zes maanden echter flink gedaald, want in september 2017 zou nog een absolute meerderheid van 60% van de Nederlanders voor de Sleepwet stemmen. Die sterke daling komt onder andere doordat het percentage ‘weet niet’ sinds september 2017 is verdubbeld naar bijna een derde van de kiezers. Het percentage ‘tegen’ is gedurende het afgelopen half jaar minder sterk veranderd: in september 2017 was 24% tegen, op 9 en 31 oktober 2017 was respectievelijk 30% en 32% tegenstander, en begin februari zou 28% tegenstemmen. Gezien het verschil tussen voor- en tegenstanders nog maar 12 procentpunt was begin februari 2018, en omdat het ‘weet niet’-percentage maar liefst 30% bedroeg op dat moment, geldt er wat betreft de mogelijke uitslag nog een hoop onzekerheid.

Verder blijkt uit data van I&O Research dat tegenstanders van de Sleepwet over het algemeen jonger zijn dan voorstanders. Van de vijfenzestigplussers was in september 2017 maar liefst 71% voor de sleepwet, terwijl slechts 39% van de jongeren tussen de 18 en de 24 jaar oud hetzelfde standpunt had rond dat tijdstip. Beide percentages zijn sindsdien wel wat gedaald, maar onder de vijfenzestigplussers was op 6 februari 2018 nog meer dan helft (54%) voor de nieuwe wet, terwijl maar 29% van de jongeren tussen de 18 en de 24 jaar zich als voorstander uitte. Onder die laatstgenoemde groep was recentelijk het hoogste percentage tegenstanders te vinden, namelijk 42%. De mensen tussen de 35 en de 49 jaar oud zijn het afgelopen half jaar het sterkst gaan twijfelen over hun standpunt: op 11 september 2017 wist 23% van die groep geen antwoord te formuleren, terwijl dat percentage begin februari 2018 op 37% stond. Onder andere die groep zorgt er daarmee voor dat het lastig is een accurate prognose te doen over de uitslag van het referendum.

* 22 februari stemde de Tweede Kamer voor het afschaffen van het raadgevend referendum. Het referendum van 21 maart zal nog wel doorgang vinden.

Nieuws

Meer nieuws over