Versimpeling AOW-regels kan jaarlijks duizenden woningen vrijspelen
Door de regelgeving voor AOW’ers die willen samenwonen te versimpelen, kunnen jaarlijks duizenden extra woningen vrijkomen op de huizenmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van Ecorys, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
De Algemene Ouderdomswet (AOW) werd geïntroduceerd tijdens het tweede kabinet van minister-president Willem Drees en zorgt er sinds 1956 voor dat Nederlanders op hun oude dag kunnen rekenen op enige financiële zekerheid.
In theorie komt dat op het volgende neer: iedereen die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, krijgt 70% van het minimumloon, samenwonende AOW’ers hebben elk recht op 50% van het minimumloon.
Het blijkt in de praktijk echter best lastig om te bepalen tot welke categorie AOW’ers behoren. Dat komt omdat er vandaag de dag onderscheid wordt gemaakt tussen maar liefst 21 verschillende samenlevingsvormen voor het bepalen van de AOW-hoogte.
Angst
De complexiteit van het vaststellen van de juiste samenlevingsvorm weerhoudt veel AOW’ers ervan om samen te wonen, terwijl daar bij velen wel behoefte aan is – mede omdat een groot aantal ouderen eenzaam is.
De vrees voor financiële problemen weegt zwaar mee in de beslissing van veel AOW’ers om niet samen te wonen. Een foutieve vaststelling van de samenlevingsvorm kan ertoe leiden dat toeslagen en belastingheffing niet meer kloppen, wat kan resulteren in een aanzienlijke naheffing, eventueel vermeerderd met een boete.
Een voorbeeld laat zien dat de angst voor een onbedoelde misstap niet ongegrond is. Drie samenwonende zussen – die recht hebben op AOW – zijn volgens de wet alleenstaand en krijgen elk 70% van het minimumloon. Overlijdt één van hen, dan zijn de twee zussen die zijn overgebleven plots partners, die elk nog maar 50% krijgen.
Tot 3.500 extra woningen per jaar
Een versimpeling van de regelgeving rondom samenwonende AOW’ers lijkt dan ook welkom. Uit het onderzoek van Ecorys blijkt bovendien dat zo’n vereenvoudiging heel wat maatschappelijke baten met zich mee kan brengen.
Door de regels te versimpelen, gaan er jaarlijks tussen de 5.000 en 14.000 extra AOW’ers samenwonen, schrijven de onderzoekers. Daardoor komen er ieder jaar zo’n 1.300 tot 3.500 woningen vrij – gunstig gezien de huidige woningnood en het gebrek aan doorstroom.
Volgens de onderzoekers zijn veel andere baten lastiger te becijferen. Toch denkt Ecorys wel wat te kunnen zeggen over de mantelzorgkosten. Als meer AOW’ers gaan samenwonen, kan dat tot 2055 bij elkaar opgeteld zo’n €300 miljoen aan mantelzorgkosten schelen.
Welke variant?
De baten hangen af van de variant waarvoor de minister van SWZ uiteindelijk kiest. Bij de eerste variant van Ecorys wordt het onderscheid tussen samenwonend en alleenstaand afgeschaft. De politieke vraag die dan overblijft is: hoeveel procent van het minimumloon wordt de AOW binnen deze variant?
Door te kiezen voor 70%, nemen de kosten flink toe. Let wel: er zijn momenteel al 3,6 miljoen AOW’ers die bij elkaar zo’n €52,6 miljard krijgen uitgekeerd. Door te kiezen voor een percentage tussen de 50% en 70% worden ouderen echter mogelijk de armoede ingeduwd, schrijft Ecorys.
De tweede variant van het adviesbureau richt zich op het verbeteren van het huidige systeem door een partnerbegrip in te voeren aan de hand van objectieve criteria die aansluiten bij de richtlijnen van de Belastingdienst.
Voorbeelden van zulke criteria: Hebben de samenwonende AOW’ers een notarieel samenlevingscontract? Zijn ze getrouwd? Hebben ze samen een kind? Of zijn ze samen eigenaar van de woning waar ze in wonen?
Volgens Ecorys levert een objectief partnerbegrip het meeste op voor de samenleving: voor elke euro die wordt geïnvesteerd, worden er €1,10 tot €1,20 aan maatschappelijke baten gerealiseerd. “Dit is een conservatieve schatting”, aldus de onderzoekers.
Het afschaffen van het onderscheid tussen alleenstaand en samenwonend, waardoor iedere AOW’er hetzelfde bedrag krijgt, levert minder op. Met elke euro die wordt geïnvesteerd, worden €0,90 tot €1,00 aan maatschappelijke baten gerealiseerd.
“Gezien de demissionaire status van het kabinet is het niet meer aan mij om een keuze te maken over de toekomst van de AOW”, schrijft SZW-minister Mariëlle Paul in een brief aan de Tweede Kamer.


