Nederland verwijdert terroristische content effectief, maar bredere impact blijft onzeker
De Nederlandse wetgeving om terroristisch materiaal van internet te laten verwijderen functioneert in de praktijk, zo blijkt uit onderzoek van Ecorys. Hostingbedrijven geven vrijwel altijd gehoor aan officiële verwijderbevelen. Toch is niet vast te stellen of de wetgeving ertoe heeft geleid dat er op internet minder terroristisch materiaal circuleert.
De wetgeving vloeit voort uit Europese regelgeving die sinds 2022 van kracht is. Deze geeft bevoegde autoriteiten in EU-landen de mogelijkheid om hostingbedrijven te verplichten terroristische online inhoud (TOI) te verwijderen of ontoegankelijk te maken. Nederland legde de uitvoering daarvan vast in de Uitvoeringswet TOI.
De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) voert deze wet in ons land uit. De toezichthouder kan hostingbedrijven een verwijderbevel opleggen, waarna de betreffende content binnen één uur ontoegankelijk moet zijn. Ecorys onderzocht de werking van deze wetgeving van september 2023 tot en met juni 2026.
Nederland relatief actief met verwijderbevelen
Uit de evaluatie blijkt dat de ATKM een relatief groot aandeel heeft in de Europese handhaving. In 2024 en 2025 werden vanuit Nederland ongeveer 330 verwijderbevelen verstuurd. Dat komt neer op zo’n 20% van de in totaal 1.703 bevelen die bevoegde autoriteiten in EU-lidstaten in die twee jaar verstuurden.
De naleving is bovendien hoog. Vrijwel alle Nederlandse bevelen werden binnen de voorgeschreven termijn opgevolgd. In 2024 werd die termijn van één uur twee keer overschreden en in 2025 dertien keer. Volgens Ecorys ging het daarbij doorgaans om vertragingen van slechts enkele minuten.
De onderzoekers zijn (ten dele) positief over de manier waarop de ATKM bepaalt welke content moet verdwijnen. Detectie en beoordeling vinden vooralsnog handmatig plaats en bij nieuwe content zijn meerdere beoordelaars betrokken. “In onze ogen wordt deze werkwijze derhalve zorgvuldig uitgevoerd en niet gehaast”, schrijft Ecorys.
Een kanttekening is dat de juridische beoordeling van de toezichthouder nog nooit door een rechter is getoetst. Er zijn tot dusver geen bezwaar- of beroepsprocedures tegen een verwijderbevel gestart. Daardoor ontbreekt volgens de onderzoekers nog externe validatie van de inhoudelijke beoordelingscriteria.
Capaciteit vormt knelpunt
Een grotere beperking vindt Ecorys bij de capaciteit van de ATKM. De organisatie telt 37 fte en beschikt over een jaarbudget van ongeveer € 8 miljoen. Voor de daadwerkelijke detectie van terroristische online content zijn echter maar twee detectiemedewerkers en drie beoordelaars direct operationeel. Uitval van één medewerker kan daardoor al gevolgen hebben voor de continuïteit.
“Het blijkt aanzienlijk complexer om vast te stellen in hoeverre de output zich vertaalt in een (substantiële) vermindering van de beschikbaarheid van terroristisch materiaal online.”
Daarnaast beschikt de toezichthouder nog niet over geautomatiseerde detectiesoftware. Dat beperkt hoeveel materiaal kan worden opgespoord. Ecorys noemt de handmatige detectie daarom “de voornaamste bottleneck in het primaire proces”.
Automatisering is volgens de onderzoekers niet alleen nodig voor efficiëntie, maar ook om de aanpak schaalbaar te maken. Op die manier kan bijvoorbeeld buiten kantooruren extra content worden gedetecteerd.
Ook loopt de ATKM tegen de grenzen van haar wettelijke mandaat aan. Medewerkers treffen regelmatig extremistische of zorgwekkende content aan die nét niet onder de juridische TOI-definitie valt. Tegen deze zogenoemde “borderline content” kan de autoriteit op basis van haar huidige bevoegdheden niet optreden.
Breder effect moeilijk meetbaar
Daarmee komt Ecorys bij de belangrijkste beperking van de wetgeving. Het aantal bevelen en de naleving daarvan zijn meetbaar, maar het is volgens de onderzoekers “aanzienlijk complexer” om vast te stellen of die interventies leiden tot een substantiële vermindering van terroristisch materiaal op internet.
Ecorys adviseert daarom niet alleen om te investeren in personeel en geautomatiseerde detectie, maar wijst ook op de mogelijkheid om andere instrumenten beter te benutten. Zo heeft de ATKM nog geen zogeheten blootstellingsbesluit uitgevaardigd. Daarmee kunnen hostingbedrijven die herhaaldelijk met terroristische content worden geconfronteerd tot structurele maatregelen worden verplicht.
Volgens de onderzoekers kan juist dat instrument meer effect hebben dan het herhaaldelijk laten verwijderen van afzonderlijke berichten. “Het blootstellingsbesluit is bij uitstek een instrument dat structurele gedragsverandering bij hostingbedrijven kan afdwingen”, stelt Ecorys. De ATKM zou daarom, bij voorkeur samen met andere EU-landen, een duidelijk kader voor de toepassing ervan moeten ontwikkelen.
WODC
Ecorys voerde het onderzoek uit in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). In een begeleidende brief aan Marc Kuipers, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, benadrukt plaatsvervangend WODC-directeur Rolf Willemse het belang van de studie.
De evaluatie biedt volgens Willemse concrete aanknopingspunten voor verbetering. Zo zijn het huidige budget en de bezetting van de ATKM “onvoldoende” om ook op middellange termijn effectief te opereren. Ook zou de toezichthouder volgens hem meer moeten inzetten op geautomatiseerde detectie.
Het maatschappelijke belang is volgens Willemse groot, omdat de onlinewereld kwaadwillenden ruimte biedt “om extremistische en terroristische propaganda te verspreiden, nieuwe leden te rekruteren en aanslagen voor te bereiden”. De evaluatie moet helpen de wetgeving en de toepassing ervan verder te versterken, geeft hij aan.


