Pensioenuitkeringen stijgen fors in 2026 door overstap naar nieuw stelsel
Met de overstap van 24 pensioenfondsen naar het nieuwe stelsel is 2026 begonnen met een mooie meevaller voor ongeveer 1,5 miljoen gepensioneerden. Terwijl jarenlang strikte bufferregels voor stilstand zorgden, maakt de verdeling van de collectieve reserves nu de weg vrij voor een flinke eenmalige verhoging van de pensioenuitkering.
De overgang naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) transformeert de pensioenpot van een abstracte, collectieve belofte naar een transparant individueel vermogen. Waar het geld voorheen vastzat in verplichte reserves, vloeien de miljarden nu naar de persoonlijke rekeningen van deelnemers. Hierdoor vertaalt de gunstige financiële positie van de fondsen zich direct in een hogere maandelijkse uitkering.
Volgens een berekening van pensioenadviseur Aon, uitgevoerd in opdracht van de NOS, gaan de meeste gepensioneerden er substantieel op vooruit. Waar de gemiddelde stijging rond de 13% ligt, zijn er uitschieters naar boven die de 20% aantikken.
Voor een grote groep ouderen betekent dit dat zij na jaren van inflatie en achterblijvende indexatie weer ademruimte krijgen bij het doen van hun dagelijkse boodschappen.
Grote verschillen tussen sectoren
De verschillen tussen de sectoren zijn echter aanzienlijk, wat direct terug te voeren is op de financiële startpositie van de individuele fondsen. “Wij schatten in dat de gepensioneerden bij BPF Bouw en BPF Horeca er misschien wel 20% bij krijgen”, verklaart Corine Reedijk van Aon tegenover de NOS.
Deze fondsen stonden er aan de vooravond van de transitie uitstekend voor, mede geholpen door gunstige aandelenkoersen in de laatste maanden van 2025.
Niet elk fonds kan echter dergelijke records overleggen. Bij het metaal- en techniekfonds PMT ligt de verwachte stijging met 7,5% fors lager. Hoewel dit nog altijd een verbetering is ten opzichte van eerdere prognoses, spreekt Aon van de ‘onderkant’ van de markt. De variatie in stijgingen is een direct gevolg van de dekkingsgraden en de specifieke keuzes die fondsen maken bij het vullen van de nieuwe, verplichte solidariteitsreserves.
Geduld en een kanttekening
Hoewel de verhoging formeel per 1 januari 2026 ingaat, moeten gepensioneerden nog even geduld hebben voordat het extra geld daadwerkelijk op hun rekening staat. De fondsen gebruiken het eerste kwartaal om de definitieve berekeningen op basis van de januaricijfers af te ronden.
De verwachting is dat de verhoging vanaf april met terugwerkende kracht wordt uitgekeerd, inclusief een nabetaling over de eerste maanden van het jaar.
Er zit wel een keerzijde aan de nieuwe dynamiek. Pensioenen bewegen in de toekomst sneller mee met de economie – beide kanten op dus. Fondsen mogen meer risico nemen bij het beleggen, wat bij meevallers tot hogere potjes leidt, maar bij beurscrashes ook sneller tot verlagingen kan leiden.
Daarnaast waarschuwt het Nibud voor een praktisch neveneffect: een hoger pensioen kan invloed hebben op toeslagen. Hoewel de meeste gepensioneerden onder de streep meer overhouden, kan een stijging in inkomen betekenen dat de huur- of zorgtoeslag lager uitvalt.
