Gemeente Rucphen krijgt met data meer grip op onderwijsachterstanden en mentale weerbaarheid van jongeren
Data biedt grote kansen voor het verbeteren van lokaal onderwijsbeleid. Toch stranden de ambities vaak in een vroeg stadium en blijkt datagedreven werken in de praktijk niet eenvoudig. Rucphen wil deze barrière doorbreken. Onder begeleiding van Kurtosis zet de gemeente de DatCan-methode in om slim te sturen op onderwijsachterstanden en mentale weerbaarheid. Beleidsmedewerkers Silvia Teuns en Marilène Christianen delen hun ervaringen.
De mentale gezondheid van jongeren staat onder druk, met een toename van emotionele problemen en psychische klachten. Veelal is hierbij sprake van complexe, meervoudige problematiek.
Zo ook in Rucphen, gelegen tussen Breda en Roosendaal. In deze zuidelijke gemeente kampen jongeren onder meer met onderwijsachterstanden en een verminderde mentale weerbaarheid.
Leren spreken over data
De gemeente wil de potentie van data benutten om tot effectiever beleid te komen. “Er is veel data beschikbaar, maar beslissingen worden nog niet daarop gebaseerd”, vertelt Marilène Christianen, beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling.
Al snel merkte de gemeente dat het zetten van de eerste stappen richting datagedreven werken nog niet zo eenvoudig is. “We kwamen erachter dat we nog niet klaar waren om over de data zelf te spreken”, aldus Silvia Teuns, beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling. “We moesten eerst gezamenlijk de uitdaging helder krijgen en het gesprek hierover aangaan, zodat je weet dat je het over hetzelfde hebt en elkaar begrijpt.”
De DatCan-methode: Waarom, wat en hoe?
Om deze stap te kunnen zetten, maakte de gemeente gebruik van DatCan (Data Canvas). De methode – gebaseerd op het businessmodel canvas – werd ontwikkeld door professor Frans Feldberg (Vrije Universiteit) en Tom Pots (gemeente Zaanstad) in antwoord op de vaak tegenvallende resultaten bij datagedreven innovatie.
“We konden problematiek inzichtelijk maken en betrokkenen verbinden.”
Het uitgangspunt zijn twee belangrijke oorzaken die Feldberg en Pots daarvoor identificeerden. Ten eerste wordt vaak niet goed nagedacht over het ‘waarom’, ‘wat’ en ‘hoe’. Ten tweede is er onvoldoende aandacht voor het feit dat dataprojecten per definitie multidisciplinair zijn, aangezien vraagstukken rondom technologie en organisatie samenkomen.
Om deze twee belemmeringen weg te nemen, ga je met relevante stakeholders vanuit de verschillende disciplines in drie sessies om tafel om samen achtereenvolgens het ‘waarom’, ‘wat’ en ‘hoe’ helder te krijgen.
De eerste sessie (‘waarom’) gaat om het begrijpen van de oorzaken: voor wie is dit een probleem en hoe hangt het samen met bredere maatschappelijke doelen? De tweede (‘wat’) draait om het in kaart brengen van de situatie: wat zijn de doelstellingen en welke analyses zijn nodig om een compleet beeld te krijgen? In de derde (‘hoe’) kijk je naar de benodigde middelen en samenwerkingspartners om vervolgstappen mogelijk te maken.
Iedereen aan tafel
Rucphen besloot de DatCan-methode toe te passen om samen met lokale partners dieper inzicht te krijgen in de uitdagingen die jongeren in Rucphen ervaren. Daarbij werd de gemeente ondersteund door Sophie Sneller en Vincent van Ham van Kurtosis, een data-adviesbureau voor de publieke sector.
“We hebben de methode ingezet om relevante partijen bij elkaar te brengen en de problemen rondom onderwijsachterstanden en mentale weerbaarheid vanuit verschillende perspectieven te belichten”, vertelt Silvia. “Zo konden we problematiek inzichtelijk maken en betrokkenen verbinden, zodat er een gezamenlijke basis ontstaat voor eventuele vervolgstappen.”
Er waren vertegenwoordigers van de gemeente, basisscholen, middelbare scholen, bibliotheken en kinderopvangorganisaties. “Dankzij hun input konden we een duidelijker beeld schetsen van de uitdagingen en de impact daarvan op de jongeren in de gemeente”, legt ze uit.
“Er is meer data dan we dachten. Maar het is allemaal versnipperd.”
“Door het gezamenlijk doorlopen van de DatCan-sessies werd een waardevol proces opgestart waarbij alle betrokkenen actief met elkaar in gesprek gingen. Het zorgde ervoor dat iedereen zich gehoord voelde, en daardoor werd wederzijds begrip en respect opgebouwd. Dit versterkte de samenwerking, wat essentieel is voor een slagvaardigere en effectievere werkwijze.”
De kern te pakken
Want waar de verschillende partijen aan tafel allemaal doorlopend bezig zijn met (onder meer) het aanpakken van onderwijsachterstanden en bevorderen van mentale weerbaarheid, lieten de sessies zien hoezeer ze dit toch ieder vanuit hun eigen perspectief benaderen.
“Het sociaal domein is breed en ieder heeft zijn eigen opdracht”, schetst Silvia. “Zonder goede leidraad loop je het gevaar dat je met elkaar in een rondje van dezelfde problematiek terechtkomt – dat je telkens hetzelfde bespreekt.”
“Daarom is het fijn om volgens een structuur gesprekken te voeren. Door al die input en het uitweiden over de onderwerpen kan de kern echter verloren gaan. Maar dankzij de stappen die je met DatCan doorloopt krijg je juist wél die kern te pakken.”
Hierin speelde de begeleiding van Kurtosis een belangrijke rol, legt ze uit. “Het was heel goed dat zij voortdurend de koers bewaakten en daarnaast ook vragen bleven stellen vanuit hun rol van projectleider. Wij kunnen niet de neutrale partij zijn in het traject: de gemeente participeert en financiert. Dus is het goed als er vanuit een neutrale hoek wordt doorgevraagd.”
Impuls aan de samenwerking
Zo kwamen tijdens de sessies veel nieuwe inzichten naar boven. Bijvoorbeeld over hoeveel data er voorhanden is. “Dat is meer dan we dachten”, vertelt Silvia. “Maar het is allemaal versnipperd. We moeten dus veel meer met elkaar gaan delen, ook over welke informatie waar te vinden is en welke trends we daarmee in kaart kunnen brengen.”
Ook heeft iedereen nu een beter beeld van waar de verschillende partijen mee bezig zijn. “Wat betreft sommige doelen waren er op het hogere niveau nog geen concrete stappen, maar al wel binnen bepaalde themagroepen”, legt Marilène uit. “Dat biedt ook weer aanknopingspunten.”
“Het is tijd om door te pakken, anders verliezen we het momentum.”
“Naast de inhoudelijk concrete doelen en interventies, heeft vooral de onderlinge samenwerking een impuls gekregen”, voegt Silvia toe. “En dat was ook het nevendoel van de sessies.”
Doorpakken
De twee blikken dan ook tevreden terug op de sessies en raden andere gemeenten die stappen willen zetten met datagedreven werken van harte aan ook de DatCan-methode in te zetten. Daarbij delen ze ook de lessen die ze zelf hebben geleerd.
“Niet alles ging vlekkeloos natuurlijk”, zegt Silvia. “Ik zou vooral willen meegeven om van tevoren goed na te denken over wat je met een sessie wil bereiken en of de verwachtingen over en weer vooraf helder zijn. Dat komt het gesprek ten goede.”
“Nu werden soms tijdens een sessie pas de zaken bepaald. Dat is niet helemaal te vermijden, want ruimte geven aan de deelnemers is belangrijk. Tegelijkertijd geldt: hoe meer ruimte, hoe lastiger het wordt om concrete stappen te zetten en uiteindelijk wil je toch ‘de opbrengst’ van de sessies kunnen delen”, blikt ze terug.
De puzzel leggen
Bovenal kijken Silvia en Marilène echter vooruit. Want hoe goed de sessies ook bevielen, dit is nog maar het begin: het echte datagedreven werken moet nog beginnen. “Er moet nu iets concreets gaan gebeuren”, benadrukt Marilène. “Het is tijd om door te pakken, anders verliezen we het momentum.”
Vorige maand werden de eerste themagroepen bij elkaar gebracht. Ook bij dit vervolgtraject is Kurtosis betrokken. Silvia: “De samenwerking verliep prettig en we hebben al met Wolter van Dam gesproken over de stappen die we nu moeten zetten.”
Het uiteindelijke doel hebben ze in ieder geval helder voor ogen. “Het ideaal is dat we onze activiteiten baseren op de informatie die we hebben besproken, tot een gezamenlijke analyse komen en samen de puzzels aan elkaar leggen”, aldus Marilène.
“Soms merk je dat mensen langs elkaar heen werken”, voegt Silvia toe. “Niet omdat ze informatie of data niet willen delen, maar gewoon omdat iedereen opgaat in de waan van alledag. Ik hoop dat we daar nu voorbijkomen, zodat we optimaal samenwerken en onze beslissingen nemen op basis van gedeelde data en de jeugd in Rucphen straks beter kunnen helpen, want daar gaat het uiteindelijk allemaal om natuurlijk.”

