Minimaregelingen in Midden-Groningen onvoldoende benut

01 mei 2024 Consultancy.nl 4 min. leestijd

De minimaregelingen in Midden-Groningen zijn onvoldoende overzichtelijk voor inwoners. Ook de informatievoorziening aan inwoners kan beter, blijkt uit onderzoek van Significant APE in opdracht van de gemeenteraad.

De gemeente Midden-Groningen – in 2018 voortgekomen uit de fusie tussen Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Slochteren – telt ruim 61.000 inwoners. Een relatief groot deel van die inwoners moet maandelijks rondkomen met een krappe portemonnee.

Waar landelijk 8% van de inwoners leeft van een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm (netto maandbedrag van minder dan €1.310 voor alleenstaanden), is dat in Midden-Groningen 10%. Bovendien leeft 61% van deze groep al minstens vier aaneengesloten jaren op dit inkomensniveau.

Minimaregelingen in Midden-Groningen onvoldoende benut

Bron: Significant Ape

De gemeente biedt op verschillende manieren (financiële) ondersteuning aan inwoners met weinig geld. In totaal zijn er zeven minimaregelingen beschikbaar – denk aan de bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ) of het jeugdfonds voor sport en cultuur.

Tot dusver ontbreekt echter een integraal beleidskader met heldere en toetsbare doelstellingen. Daardoor is moeilijk te beoordelen in hoeverre het minimabeleid succesvol is. Om hier meer inzicht in te verkrijgen, schakelde de gemeente Significant APE in.

Beperkt bereik

De onderzoekers constateren dat het minimabeleid “bijdraagt aan het verminderen van armoede en het volwaardig laten meedoen van mensen met weinig geld in de samenleving”. Tegelijkertijd stellen ze vast dat veel minimaregelingen nog te weinig worden gevonden en benut door die inwoners die het nodig hebben.

Minimaregelingen in Midden-Groningen onvoldoende benut

Bron: Significant Ape

Daarbij zien de onderzoekers grote verschillen tussen de verschillende regelingen: kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (93%) en individuele inkomenstoeslag (86%) worden gebruikt door het overgrote deel van de inwoners die hiervoor in aanmerking komen, maar het bereik van de bijzondere bijstand (39%), het Meedoenfonds (45%) de CAZ (28%) en het Jeugdfonds (13%) ligt veel lager.

Gebrek aan bekendheid

Deze onderbenutting lijkt met name het gevolg van een gebrek aan bekendheid met de regelingen: gevraagd waarom inwoners een regeling niet gebruiken, is het niet afweten van het bestaan ervan de meest genoemde reden. Ook weet een deel niet hoe ze de regelingen moeten aanvragen.

Met name alleenstaanden blijken vaak niet goed op de hoogte. “Daarnaast geldt: hoe ouder inwoners zijn, hoe vaker zij aangeven dat ze de informatie over de minimaregelingen niet begrijpelijk of makkelijk vindbaar vinden”, schrijven de onderzoekers.

Zo maakt bijvoorbeeld van de rechthebbende 4.350 huishoudens met een leeftijd van onder de 65 jaar 84% gebruik van het Meedoenfonds, terwijl dat onder de 2.200 huishoudens met 65-plussers nog geen 10% is.

Minimaregelingen in Midden-Groningen onvoldoende benut

Bron: Significant Ape

Toegankelijkheid verbeteren

Significant APE wijst erop dat er vele verschillende informatiebronnen zijn die mensen naar de regelingen leiden, in plaats van dat hiervoor duidelijke, vaste kanalen zijn. Ook worden verschillende aanvraagprocedures als lastig ervaren.

Al met al wordt de toegankelijkheid van de minimaregelingen door zowel uitvoerders als hulporganisaties en inwoners als “ondermaats” gezien. “Zo worden de websites van de gemeente en het BWRI als onvoldoende gebruiksvriendelijk ervaren en wordt de communicatie richting niet-bijstandsgerechtigden als beperkt bevonden.”

Een belangrijke aanbeveling is dan ook om de communicatie naar inwoners en de toegankelijkheid van de regelingen te verbeteren. Ook wordt Midden-Groningen onder meer geadviseerd te kiezen voor een integrale benadering van het minimabeleid met heldere, concrete doelen en structurele monitoring.

Het college geeft in een reactie op het rapport aan de aanbevelingen nader te bestuderen. “We zullen de raad vragen wat ze met de evaluatie willen gaan doen en daar dan beleid op ontwikkelen”, aldus wethouder Evert Offereins.

Tijdens een recente commissievergadering hebben raadsleden de wens geuit voor de instelling van één centraal loket waar alle regelingen te vinden zijn. Ook pleiten ze voor een harmonisering van zowel de inkomens- als vermogensgrenzen.