Acht adviezen bij de invoering van een zero-emissiezone

24 april 2024 Consultancy.nl 8 min. leestijd

Vanaf 2025 zullen de eerste zero-emissiezones in Nederland van kracht worden. Dat aantal neemt daarna alleen maar verder toe: in 2027 zullen er naar verwachting ongeveer 30 gemeenten zijn met een zero-emissiezone. Voor de meeste steden is het opzetten en implementeren van een zero-emissiezone nieuw terrein. Om hen op weg te helpen, heeft Supply Value een rapport uitgebracht met daarin acht concrete adviezen.

Een zero-emissiezone is een gebied zonder uitstoot van schadelijke stoffen door bestel- en vrachtauto’s. De doelstelling achter zo’n gebied is om koolstofuitstoot zoveel mogelijk te beperken, wat bijdraagt aan bredere doelstellingen zoals de net zero-plannen van gemeenten en landelijke doelstellingen in lijn met het klimaatakkoord.

Op 1 januari 2025 zal er in zestien steden een zero-emissiezone ingaan. Vijftien andere gemeenten zullen in de jaren daarna volgen met de invoering. 

Acht adviezen bij de invoering van een zero-emissiezone

Landelijk wordt gemikt op het instellen van middelgrote zero-emissiezones in 30 tot 40 steden. Dit zou naar verwachting leiden tot een besparing van ongeveer 1 megaton aan CO2 – een aanzienlijk deel van de 7,3 megaton aan CO2-besparing die de sector mobiliteit volgens het ministerie van EZK voor 2030 moet hebben gerealiseerd om de doelen van het klimaatakkoord te behalen.

De invoering in niet geheel vrijblijvend: indien de de uitvoeringsagenda’s volgend jaar nog niet geleid hebben tot de gewenste middelgrote zero-emissiezones in 30 tot 40 steden, zal het Rijk in overleg met betrokken partijen wettelijke maatregelen opstellen om in 2030 zero-emissie zones in te stellen.

Waar een groot aantal gemeentes volgens Supply Value goed op weg is, constateert het bureau dat het huidige aantal zero-emissie zones nog niet voldoet aan de voorwaarden van het klimaatakkoord. In een nieuwe whitepaper deelt Supply Value daarom acht adviezen om gemeenten een handje te helpen bij het succesvol uitrollen van de zero-emissiezones, gebaseerd op de ervaringen van de gemeenten die de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet.

1: Definieer het doel van de invoering

Het is niet altijd overal helder waarom zero-emissiezones worden ingevoerd. Daarom is het belangrijk het doel ervan helder te formuleren. Het moet voor zowel de interne medewerker als de ondernemer en inwoner duidelijk en begrijpelijk zijn waar de beleidsplannen aan bijdragen.

De zones zijn onderdeel van afspraken uit het klimaatakkoord. Een van de doelen in het akkoord luidt dan ook ‘Mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit’. De gemeenten hebben de beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid om te komen met maatregelen die in lijn zijn met de doelstellingen van het klimaatakkoord, zoals het terugdringen van CO2 en stikstof, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het creëren van een autoluwe binnenstad.

2: Onderbouw de grootte van de zone

Gemeenten zijn vrij in het bepalen van de ligging en omvang van de zone. Zo heeft Leiden voor het stadscentrum en het station gekozen, waar Eindhoven en Den Haag ook omliggende wijken daaraan hebben toegevoegd. Alphen aan den Rijn heeft juist gekozen voor wijken rondom het centrum. In de afweging per gemeente spelen aan de ene kant de luchtkwaliteit van de omgeving mee, waar aan de andere kant juist rekening gehouden moet worden met de economische waarde.

Het is van belang om goed te onderbouwen welke factoren ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit en per wanneer het besluit ingaat. Zo weten ondernemers, inwoners en andere belanghebbenden waar ze aan toe zijn.

3: Maak gebruik van backcasting

Het invoeren van een zero-emissiezone is iets dat geleidelijk tot stand komt. Om het verloop en de plannen helder inzichtelijk te maken is het daarom verstandig om gebruik te maken van backcasting. Backcasting is een planningsmethode waarbij vanuit een gewenste toekomstige situatie wordt teruggewerkt naar het heden.

Zo vereist de invoering van een zero-emissiezone een aantal stappen die een gemeente goed in kaart moet brengen. In het klimaatakkoord staat vermeld dat gemeenten vier jaar van tevoren aankondigen dat zij zo’n zone gaan invoeren. Daarna wordt er naar het verkeersbesluit toegewerkt, waarbij onderdelen als een effectenonderzoek, conceptversie, zienswijze, herziening en een officieel besluit komen kijken. Een realistische planning is dus essentieel.

4: Zorg voor continuïteit binnen het projectteam

Inherent aan het goed opvolgen en op tijd behalen van mijlpalen binnen de projectplanning is een goed uitgedacht, gevarieerd en gebalanceerd projectteam. Een projectteam bevat rollen als projectleider, communicatiemedewerker, beleidsmedewerker en projectondersteuner. Daarnaast is samenwerking nodig met afdelingen zoals vergunningen en handhaving.

Een gemeente heeft baat bij continuïteit binnen het team dat aan de uitvoering van het projectplan werkt. In de ideale situatie is er binnen het projectteam een kern aan medewerkers, die gedurende het ongeveer vier jaar durende project van begin tot eind betrokken blijven om de continuïteit van het project te waarborgen.

5: Stel een passende begroting op

Het implementeren van zero-emissiezones vereist een gedetailleerd projectplan dat de kosten en financiering in kaart brengt. De kosten variëren afhankelijk van factoren zoals gemeentegrootte en de omvang van de zone, met uitgaven voor personeel, communicatie, verkeersbesluiten en handhaving.

Gemeenten zoals Alphen aan den Rijn werken samen aan onderzoek naar regionale logistieke behoeften, terwijl anderen, zoals Hoorn, nog geen specifieke zero-emissiezone hebben vastgesteld. Zij zijn daarentegen wel actief op het gebied van slimme stadslogistiek.

Begrotingen voor de implementatie moeten worden gedekt door middelen in de algemene begroting van de gemeente, subsidies van de overheid en mogelijk deelname aan programma’s van het ministerie van I&W voor financiële ondersteuning en expertise. Een nauwkeurig opgesteld projectplan en begroting zijn hierbij cruciaal om zowel de organisatorische als financiële haalbaarheid van de zone te waarborgen.

6: Stel de interne organisatie tijdig op de hoogte van veranderingen

De invoering van de zero-emissiezone raakt niet alleen de ondernemer, inwoner en omgeving, maar ook de interne bedrijfsvoering van de gemeente. Ten eerste heeft de gemeente vaak een eigen wagenpark dat aan de voorwaarden van de zero-emissiezone zal moeten voldoen. Eindhoven heeft bijvoorbeeld eind 2023 een bestelling geplaatst voor de elektrificatie van haar vuilniswagens.

Daarnaast raakt de invoering van een zero-emissiezone veel andere afdelingen binnen een gemeente, zoals de afvalverwerkers en vergunningsverleners. Ook partijen die aanbestedingen op zich nemen zijn uiteindelijk overgeleverd aan het verkeersbesluit. Het is daarom de taak van het projectteam om de interne stakeholders op de hoogte te stellen van de invoering van de zone en de gevolgen die dit heeft voor de verschillende afdelingen.

7: Stel voor het nemen van een besluit een communicatieplan op

De implementatie van de zero-emissiezone brengt aanzienlijke veranderingen met zich mee en vereist aanpassingen van zowel de gemeente als lokale en landelijke ondernemers. De gemeente neemt een leidende rol in de communicatie om externe belanghebbenden op de hoogte te houden. Dit begint met het opstellen van een communicatieplan, waarbij doelgroepen, informatieoverdracht, distributiemethoden en timing worden overwogen.

Een communicatiekalender wordt vervolgens gebruikt om belangrijke gelegenheden te koppelen aan communicatiemomenten. Zo begint de gemeente Hoorn met gesprekken vóór het nemen van besluiten. Gemeenten kiezen elk hun eigen uitvoeringsmethoden, zoals uitbesteding aan externe bureaus of het gebruik van interne kanalen zoals websites en sociale media. Het tijdig informeren van interne en externe belanghebbenden is hierin essentieel voor het succes.

8: Gebruik je projectplan als een werkdocument

Gebruik je projectplan als een werkdocument en pas deze aan op basis van praktijkervaringen en lessen uit samenwerkingen. Het invoeringsproces kan meer dan vier jaar duren. Door het projectplan als werkdocument te zien, blijft het dynamisch en beter aanpasbaar aan de hand van eventuele veranderingen in omstandigheden. Ook is een werkdocument een handige manier om lessen uit vergelijkbare projecten op andere plekken in de eigen plannen te verwerken.

Net zo belangrijk als intergemeentelijk overleg en van elkaar leren, is de praktijkkennis van ondernemers. Hierbij kan een externe werkgroep met bestuursleden van lokale ondernemersverenigingen een vorm zijn om de kennis van binnen en buiten de gemeente te verzamelen. Zo heeft de gemeente Leiden een platform met externe partijen op basis van een projectplan en een convenant.

Over het onderzoek

De adviezen van Supply Value zijn gebaseerd op interviews met de gemeenten Leiden, Alphen aan den Rijn, Hoorn, Eindhoven en Den Haag. Deze gemeenten hebben al flink wat ervaring opgedaan in het implementeren van een zero-emissiezone.