Limburgs openbaar vervoer verkeert in zwaar weer

15 april 2024 Consultancy.nl 3 min. leestijd
Profiel

Het regionale openbaar vervoer in Limburg staat onder druk. De bereikbaarheid in de provincie daalt, terwijl de prijzen stijgen. Adviesbureau Ecorys werd door de provincie ingeschakeld om de problemen te onderzoeken. Het bureau concludeerde dat de provincie en regionale vervoerders flinke stappen moeten zetten in de verbetering van de situatie.

De Provinciale Staten van Limburg hadden het er met regelmaat over: Is het echt zo slecht gesteld met de bereikbaarheid op het platteland en in woonwijken? Wat is het effect van de prijsstijgingen in het bus- en treinvervoer? Welke invloed heeft de coronapandemie gehad op het aantal reizigers?

Om tot een antwoord te komen op deze en andere vragen, beoordeelde Ecorys het openbaar vervoer binnen de provincie aan de hand van meetindicatoren als bereikbaarheid in reistijd, tevredenheid en prijselasticiteit.

Limburgs openbaar vervoer verkeert in zwaar weer

Het bureau constateerde dat veel reizigers tussen 2015 en 2023 zijn afgehaakt door te hoge ritprijzen. Door het noodgedwongen schrappen en inkorten van vervoerslijnen is de bereikbaarheid van verschillende regio’s bovendien afgenomen, waardoor mensen in dunbevolkte gebieden moeilijker op hun werk of school kunnen komen.

Doordat Limburg een relatief verstedelijkt zuiden kent tegenover een dunner bevolkt noorden, is de impact vooral in laatstgenoemde regio aanzienlijk.

Oorspronkelijk had de provincie het zich anders voorgesteld, toen in 2016 de bus- en treinconcessie werd gegund aan Arriva, dat daarmee het stokje overnam van Veolia. Het vervoersaanbod zou meer vraaggericht worden, waardoor de vervoerders ook meer kostenefficiënt konden opereren. De coronapandemie had enkele jaren later echter een grote en blijvende impact op vraag en aanbod in het ov, zowel wat de reizigers betreft als het personeel.

De onderzoekers gaven aan dat zowel van de provincie als Arriva een serieuze inspanning mocht worden verwacht om het ov in Limburg weer op een hoogwaardig en voor de (nieuwe) gebruikers aantrekkelijk voorzieningenniveau te krijgen.

€14 miljoen naar Limburg

Nadat het onderzoek afgelopen zomer werd gepubliceerd, hebben de vervoerder, provincie en het Rijk daartoe verschillende stappen gezet.

Eind vorig jaar besloot het demissionaire kabinet tot het beschikbaar maken van €300 miljoen voor het landelijk betaalbaar houden van het ov. Van dit bedrag ging €14 miljoen naar Limburg.

De ene helft ging naar het compenseren van de hoge kostendruk, de andere helft kon worden geïnvesteerd. Een van deze investeringen is een voorziening die gemeenten kunnen bieden aan minima, statushouders en re-integranten om gratis te kunnen reizen.

Kroatische buschauffeurs

Ondertussen startte Arriva een proef met gratis vervoer voor 25 inwoners van Horst aan de Maas die niet in aanmerking kwamen voor Wmo-vervoer.

Ook hield de vervoerder een pilot met de inzet van enkele Kroatische buschauffeurs. Daarvoor moest eerst toestemming komen van de provincie, omdat zij de Nederlandse taal niet machtig waren. Hoewel de pilot formeel nog loopt, moesten de eerste paar chauffeurs al binnen korte tijd weer vertrekken.

Het schortte hen volgens Marijn van der Gaag, bestuurder bij FNV Streekvervoer, aan een toereikend niveau van de Engelse taal. Een derde chauffeur ontbrak het aan gedegen bijscholing. “Het is jammer, maar taalvaardigheid is wel van belang”, stelt Van der Gaag tegenover De Limburger. “Als chauffeur moet je goed kunnen communiceren met reizigers. Dat raakt ook aan de sociale veiligheid.”

Provinciale vervoersbedrijven?

De provincie, de vervoerders en ook diverse vertegenwoordigers in de Tweede Kamer lijken het met elkaar eens te zijn over één ding: er moet meer hulp komen vanuit de landelijke politiek. Groenlinks/PvdA en NSC spraken tevens de wens uit om provincies hun eigen vervoersbedrijf te laten oprichten, zodat deze niet langer overgeleverd zijn aan commerciële partijen.

Er lijkt, aldus de NOS, momenteel een meerderheid te zijn voor een initiatiefwetsvoorstel hierover, dat eerst nog langs de Raad van State moet. De drie grootste steden van Nederland hebben ieder een eigen vervoersbedrijf, wat lijkt te werken. Wellicht dat ook provincies als Zeeland, Friesland en Limburg hierin een oplossing zullen vinden.