Kosten van Twentse jeugdzorg rijzen de pan uit

29 juli 2021 Consultancy.nl 3 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

De afgelopen jaren zijn de Twentse jeugdzorgkosten enorm gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau B&A.

Sinds de decentralisatie van 2015 lopen de kosten voor jeugdzorg in verschillende Twentse gemeenten in rap tempo op. Maar waarom is dat gebeurd? Dat wisten de rekenkamercommissies van de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal en Tubbergen ook niet. Kort daarna werden de adviseurs van B&A ingeschakeld. 

Om de waaromvraag te beantwoorden, hebben de onderzoekers naast de feitelijke jeugdzorgkostenontwikkeling binnen de negen gemeenten ook gekeken naar verschillende andere aspecten. Zoals naar de manier waarop jeugdzorg aldaar wordt ingekocht en naar factoren die specifiek van toepassing zijn op de Twentse regio.

Kosten van Twentse jeugdzorg rijzen de pan uit

Waar binnen een gemiddelde Nederlandse gemeente de jeugdzorgkosten sinds 2015 met circa 47% stegen, ligt het Twentse gemiddelde aanzienlijk hoger, meldt B&A. In deze Overijsselse regio is gemiddeld genomen sprake van een kostenstijging van maar liefst 60%.

Ook binnen de regio zien ze echter forse verschillen tussen de gemeenten. “Enschede kent een relatief bescheiden kostengroei van 6% in deze periode, terwijl de gemeente Borne in hetzelfde tijdsbestek een groei van 125% heeft gerealiseerd. In de meeste gemeenten nemen de uitgaven echter met 30% tot 80% toe”, aldus de adviseurs. 

Verklaringen

Er is volgens de onderzoekers geen eenduidige verklaring voor de kostenstijgingen. Zo heeft een aantal kleinere gemeenten – zoals Borne en Dinkelland – hogere kosten doordat zich in hun gemeenten de laatste jaren veel gezinnen met kinderen en zorgboerderijen hebben gevestigd. “Vanwege het woonplaatsbeginsel komen de kosten voor deze zorg dan voor rekening van deze gemeenten”, geeft B&A aan.

In andere gemeenten – met name in Almelo en Enschede – wonen relatief veel mensen met een minder sterke sociaaleconomische positie. Volgens de onderzoekers hebben deze inwoners doorgaans eerder te maken met opvoedingsproblematiek, waardoor vaker een beroep moet worden gedaan op de jeugdzorg – wat vanzelfsprekend extra kosten met zich meebrengt.

Verder – zo concludeert B&A – is in Twente sprake van minder tolerantie dan in de rest van Nederland, waardoor kinderen met afwijkingen of tekortkomingen eerder bij de jeugdzorg belanden. “Als een kind even iets niet kan, dan moet er meteen hulp bij. Het gevolg is dat vaker oplossingen worden gezocht in specialistische jeugdhulp. Deze verklaring is door meeste gemeenten benoemd”, laten de onderzoekers weten. 

Denken in oplossingen

In zijn rapport doet B&A verschillende aanbevelingen om de Twentse jeugdzorgkosten in de toekomst niet nog verder te laten stijgen. Een daarvan is het instellen van een budgetplatfond. Dat is er namelijk niet. En dat stimuleert jeugdzorgaanbieders vanzelfsprekend niet om efficienter te opereren, suggereren de onderzoekers.

In lijn daarmee is ook het Twentse inkoopmodel voor verbetering vatbaar. Het model is nu vooral gericht op het realiseren van het beste zorgresultaat. “Kostenbeheersing is geen doel geweest bij de keuze voor en inrichting van het inkoopmodel”, stelt B&A, dat aanbeveelt de kostencomponent een dominantere rol te laten spelen in het model.