Concentratie van complexe, niet-acute zorg kan levens redden

26 oktober 2020 Consultancy.nl 4 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Het is de aloude discussie in het ziekenhuislandschap: moeten complexe behandeltrajecten worden geconcentreerd in specialistische ziekenhuizen, of moet alle zorg juist overal beschikbaar blijven in generalistische ziekenhuizen? Nieuw onderzoek van SiRM laat zien dat specialiseren bij bepaalde specifieke behandelingen zeker loont.

‘Als je iets veel doet, is de kans groter dat je er goed in wordt.’ Vanuit dit adagium besloot SiRM te onderzoeken hoeveel sterftegevallen kunnen worden vermeden door complexe zorg te concentreren. Het klinkt ook zo logisch als maar kan, maar toch waren tien jaar geleden velen in de zorgsector er niet van overtuigd dat bij hogere volumes er een grotere kans is op hogere kwaliteit. Vandaag de dag is er een veel bredere consensus dat specialisatie werkt, maar wordt er volgens SiRM “nog steeds niet voldoende naar gehandeld”.

Het bureau wil de sector inspireren tot verdere concentratie van complexe, niet-acute ingrepen. Daartoe is de verwachte sterfte rond acht ingrepen in kaart gebracht, zoals operaties aan de halsslagader, maag, blaas en bij slokdarmkanker. Bij elk van deze acht ingrepen blijkt dat naarmate een ziekenhuis ze vaker uitvoert de sterftekans afneemt. Als het volume verdubbelt van 20 naar 40 behandelingen neemt de sterftekans van halsslagaderoperaties bijvoorbeeld af met 5%. Bij pancreasoperaties daalt de sterfte zelfs met een kwart (24,5%).

Daling obv literatuur verwachte sterftekans als aantal behandelingen van 20 naar 40 gaat
In Nederland ontvangen jaarlijks zo’n 12.000 patiënten een van de acht behandelingen, en zou verdere concentratie circa 60 sterfgevallen kunnen voorkomen. Als deze raming wordt doorgetrokken naar andere ingrepen zijn waarvoor concentratie relevant is, verwachten de onderzoekers dat er in totaal jaarlijks zelfs zo’n 200 sterfgevallen minder zullen optreden.

Bovendien voorzien ze ook diverse andere kwaliteitsverbeteringen. Denk bijvoorbeeld aan kortere ligduur, minder complicaties, minder heroperaties, minder infecties en minder overige negatieve neveneffecten voor patiënten. Dit komt niet alleen doordat de medisch specialisten meer ervaring hebben, maar ook doordat hetzelfde geldt voor de verpleegkundigen op de OK, IC en verpleegafdeling: “Zij herkennen daardoor sneller typische complicaties, worden beter in wondverzorging en kunnen patiënten beter voorlichten en helpen bij herstel en omgaan met de gevolgen van de ingreep.”

Verwachte vermeden sterfte bij concentratie van acht complexe, niet-acute behandelingen

Naast de kwaliteit neemt volgens SiRM ook nog de efficiëntie toe. De twee gaan deels hand in hand: als er minder heropnames en complicaties zijn wordt bespaard op extra zorg. Verdere efficiëntieverbeteringen worden bijvoorbeeld gerealiseerd doordat het OK-programma voor andere zorg van ziekenhuizen die bepaalde ingrepen niet meer leveren minder wordt verstoord door de geconcentreerde ingrepen die vaak langer en moeilijker te plannen zijn.

Extra reistijd beperkt

De discussie rond de concentratie van zorg gaat echter niet alleen over kwaliteit en efficiëntie, maar ook over de beschikbaarheid van zorg voor iedere Nederlander. Zorgt concentratie er niet voor dat mensen te ver moeten reizen voor hun behandeling?
Gemiddeld ongeveer twintig minuten extra reizenVolgens de onderzoekers valt dit heel erg mee. Nederland profiteert hierbij van zijn geringe omvang en hoge bevolkingsdichtheid. Om de concentratie te realiseren waarbij 200 sterfgevallen worden voorkomen hoeven patiënten gemiddeld genomen niet meer dan 20 minuten extra te reizen. Bovendien wordt twee derde daarvan al vermeden bij slechts zeven minuten extra reistijd.

Al met al concluderen de onderzoekers dat verdere concentratie “mogelijk en gewenst” is, daarbij ook rekening houdend met transitiekosten, samenhang met andere zorg en met het voor- en natraject in de praktijk.

Om de gewenste concentratie te realiseren zouden wetenschappelijke verenigingen de minimumnormen voor behandelingen moeten verhogen. Deze normen bepalen hoe vaak een zorginstelling een behandeling minimaal moet uitvoeren. “Die liggen nu veelal op twintig tot vijftig ingrepen per centrum per jaar terwijl kwaliteitsverbetering doorgaat bij hogere volumes”, aldus de onderzoekers.