Ondernemerscollege: Hoe hard kan onze economie nog groeien?

05 juli 2018 Consultancy.nl

Sinds 2015 nodigt Baker Tilly Berk uiteenlopende experts uit om een college te verzorgen in een televisiestudio met publiek. De opnames worden vervolgens op internet gezet en zijn bedoeld om ondernemers uit heel Nederland inspiratie, kennis en informatie te bieden. Tijdens de laatste editie van het zogeheten ondernemerscollege spraken vijf professionals. De redactie van Consultancy.nl was aanwezig bij de opnames. Een verslag van het college van Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING, die sprak over de ontwikkeling van de Nederlandse economie voor de komende jaren. 

Inmiddels kent het platform het ondernemerscollege van Baker Tilly Berk zo’n zeventig video’s van circa vijftien minuten. Tijdens de meest recente editie deelden wederom vijf sprekers hun vakennis met het aanwezige publiek. Zo sprak Alex van Hooff over zijn familiebedrijf Burgers’ Zoo, Rutger van Zuidam over het verdienmodel achter blockchain, Jeanne de Feber over een algoritme om geluk te realiseren, ex-judoka Edith Bosch over zelfkennis en het projectiemechanisme en econoom Marieke Blom over de grenzen van economische groei.

Achterstand inhalen

Blom is sinds 2014 als hoofdeconoom actief bij ING Nederland. Blom: “Ik ben verantwoordelijk voor onderzoek naar macro-economie, conjunctuur, beleid, sectoren, huizen en consumenten.” Haar missie is complexe economische zaken begrijpelijk en toegankelijk te maken voor een breder publiek. In het college zoomt Blom in op enkele ontwikkelingen die de economie en dus het bedrijfsleven in ons land beïnvloeden. Blom: “Nou heeft u misschien wel meegekregen dat het wel goed gaat met de economie, dat ie heel hard aan het groeien is, maar toch wil ik vanavond met u bespreken hoe lang en hoe hard dat nou eigenlijk nog door kan gaan.”  

Allereerst beroept Blom zich op de geschiedenis en toont een grafiek van de ontwikkeling van het bbp in Nederland vanaf 2008. Wat direct opvalt is dat ons bbp veel is later gaan groeien dan dat in de omringende landen België, Frankrijk, Duitsland en de UK. Pas vanaf 2014 vertoont het bbp hier duidelijke groei, terwijl dat in de meeste omringende landen al vanaf 2010 het geval is. Wel gaat de groei in Nederland inmiddels harder dan in die andere landen, waarbij in 2017 een percentage van 3,1% werd gehaald. Blom geeft aan dat we hiermee duidelijk onze eerdere achterstand aan het inhalen zijn.

Ontwikkeling consumptie Nederland en nabije landen 2008 - 2018

Blom vertelt dat het uitblijven van groei in Nederland onder meer te verklaren is aan de hand van de zogenaamde koperstaking die de Nederlandse consumenten hebben gehouden in de periode 2011 tot en met 2014. Deze vond plaats terwijl consumenten uit Frankrijk, België, Duitsland en de UK na de financiële crisis eerder begonnen met besteden. Die terughoudendheid van consumenten heeft de Nederlandse economie uiteraard gevoeld. Blom: “De vraag is nu natuurlijk: hoe komt het dat wij zo achterlopen op die andere landen?” Ze voegt daaraan toe: “Als we dat weten, dan begrijpen we ook beter waarom onze economie op dit moment zo’n harde inhaalrace maakt.” 

Blom stelt dat er in ieder geval drie redenen zijn die verklaren waarom de Nederlandse consument zo lang de hand op de knip hield. Ten eerste is daar de woningmarkt. In vergelijking met de landen om ons heen werd in Nederland tussen 2011 en 2014 veel minder gebouwd. Daarnaast werden er toen minder huizen gekocht en verkocht. Ten tweede heeft Nederland een vrij geavanceerd en prijzig pensioenstelsel. Tussen 2011 en 2014 gingen bij vele pensioenfondsen de premies omhoog en de uitkeringen omlaag, waardoor consumenten gemiddeld genomen minder te besteden hadden. Ten derde, zo laat Blom weten, is het overheidsbeleid van invloed geweest. In de besproken periode – om precies te zijn in 2012 – verhoogde de overheid het hoge btw-tarief van 19% naar 21%, wat de koopkracht van Nederlandse consumenten bepaald niet ten goede kwam. 

Ze vat samen: “Wat zie ik als ik die hoge groeicijfers zie van de Nederlandse economie? Dan zie ik in eerste instantie een land dat aan het inhalen is na een hele slechte periode. En een land dat dus ook harder aan het herstellen dan de landen om ons heen.” Economische groei is gunstig, maar te snelle economische groei kan nadelige effecten hebben, zeker op de lange termijn. Toch maakt Blom zich daar niet zo druk over: “Is die groei iets waar ik me zorgen over maak? Iets waarvan ik vanuit Nederland gezien het gevoel heb dat dat op een ongezond fundament berust? Nou, nee, dat denk ik dus eigenlijk niet.” Wel stelt ze zich direct een gerelateerde vraag die minder eenduidig te beantwoorden lijkt: “Hoe zit het met die woningmarkt? […] Is er niet gewoon weer een nieuwe huizenzeepbel?”

Verontrustend

Na 2013 – toen zowel het aantal verkochte woningen als de huizenprijsontwikkeling op een dieptepunt zat – begon de woningmarkt in ons land weer aan te trekken. Zo snel zelfs dat sommigen huizen in een jaar tijd met meer dan 8% in prijs stegen. Blom: “De vraag is dan natuurlijk, als wij daar als economen naar kijken, kan die prijsstijging nou eigenlijk wel zo blijven doorgaan?” Om die vraag te beantwoorden, toont ze het publiek vier verontrustende en vier geruststellende signalen.

Ontwikkelingen op de Nederlandse woningmarkt tussen 2003 en 2018

Het eerste verontrustende signaal is het afnemende woningtekort. Door de krapte op de woningmarkt konden de prijzen flink stijgen, omdat de vraag het aanbod oversteeg. Wanneer het tekort krimpt, komen aanbod en vraag meer in balans waardoor de prijsontwikkeling van woningen wordt gedrukt. Het tweede verontrustende signaal is volgens Blom vermogen, “dat werkt als olie op het vuur”. Omdat de rente historisch laag is, kopen veel investeerders vastgoed, al is het maar vanwege het huurrendement. Blom: “Dat is op zich geen probleem, zij houden nu de prijzen hoog, maar als zij plots wegvallen en hun panden verkopen, omdat elders een hoger rendement te halen valt, dan kunnen de prijzen flink dalen.” 

Verontrustend signaal nummer drie gaat over starters, die veelal geen toegang hebben tot de woningmarkt. In vergelijking met eerdere generaties moeten zij tegenwoordig een hypotheek volledig aflossen, waardoor ze feitelijk minder kapitaalkrachtig zijn. Daarmee dalen ook de huizenprijzen, simpelweg omdat starters niet meer kunnen betalen. Ten slotte attendeert Blom het publiek nogmaals op de historisch lage stand van de rente – het vierde verontrustende signaal. Die stand maakt het lenen van geld goedkoper, waardoor meer kan worden geleend, wat weer een effect heeft op de prijsontwikkeling van woningen. 

Geruststellend

De hoofdeconoom van ING stelt de kijkers van het ondernemerscollege echter ook gerust. Alhoewel het woningtekort zal afnemen, blijft er volgens haar gegevens toch een woningtekort bestaan in ons land, waardoor huizenprijzen geen gigantische sprongen zullen maken. Daarnaast, zo stelt Blom, zijn de kredietwaardigheidsprincipes verscherpt: “Mensen die in de afgelopen jaren een woning gekocht hebben, mochten vaak niet meer dan 102% van de woning financieren met een hypotheek. De kans dat zij in de problemen komen is veel kleiner dan vóór de crisis, want toen leenden mensen veel meer als percentage van de waarde van de woning.”  

Ten derde heeft vermogen – vaak de overwaarde van een huis – een positief effect op de prijsontwikkeling van woningen. Blom: “Een generatie ouderen beschikt momenteel over veel vermogen, dat ze kunnen doorgeven aan een volgende generatie, waarmee zij nog heel lang de woningprijzen zullen blijven stutten.” Ten vierde is het geruststellend dat een rentestijging vrijwel altijd een loonstijging impliceert: “Een rentestijging gaat vaak gepaard met een periode van meer uitbundige economische groei. De Europese Centrale Bank is op dit moment dus ook nog heel voorzichtig”, aldus Blom. Ze voegt daaraan toe: “Je kunt in de toekomst dan wel rentestijgingen gaan zien, maar daar horen dan tegelijkertijd ook inkomensstijgingen bij. Wat dan voor veel mensen geldt, is dat ze ongeveer een vergelijkbare woning kunnen kopen.”  

Alhoewel de prognoses voor Nederland niet bijzonder ongunstig zijn, laat Blom wel weten dat de oververhitte Amsterdamse huizenmarkt een geval apart is: “Als op dit moment alle Amsterdammers hun woning zouden moeten terugkopen voor de prijs die het op de markt waard is, zijn er wel heel erg veel mensen die dat niet zouden kunnen betalen. Dat geeft ons toch wel het gevoel dat huizenprijzen in Amsterdam echt overgewaardeerd zijn.” 

Loonontwikkeling in de VS en in de Eurozone tussen 2008 en 2018

Arbeidsmarkt

Een ander opvallend thema rond de recente economische groei in Nederland is het grotendeels uitblijven van de verwachte loonstijgingen. Blom: “Het IMF zei recentelijk nog dat de lonen op de Nederlandse arbeidsmarkt eigenlijk veel te langzaam aan het groeien zijn. En dat is helemaal niet goed voor de economie. Eigenlijk doet Nederland zichzelf daarmee tekort.” Aan de hand van een loonontwikkelingsgrafiek van de VS en de Eurozone laat Blom zien dat een sterke aanhoudende groei van loon inderdaad is uitgebleven. “Ik zie in die grafiek een economie waarmee het gewoon echt niet goed ging.”  

Blom geeft aan dat bij een dergelijke economische situatie bedrijven nog terughoudend zijn met betrekking tot het bieden van salarissen. Enerzijds omdat ze met die besparingen de eerdere mindere periode willen compenseren en anderzijds omdat ze nog veel mensen hebben om uit te kiezen, wat de loonontwikkeling weer drukt. Blom: “We zien bovendien ook dat de instroom op de arbeidsmarkt op het moment dat je herstelt van een crisis veelal bestaat uit laagopgeleiden en starters. Zij zijn vaak goedkoper en hebben minder macht waardoor ze eveneens de loonontwikkeling drukken.” 

Best optimistisch

Alhoewel er verschillende punten zijn die wellicht enige zorgen baren ten aanzien van de Nederlandse economie, is er zeker geen reden tot paniek, aldus Blom. Zelfs een eventuele aanstaande handelsoorlog – denk bijvoorbeeld aan de heffingen die de VS onlangs invoerde op staal en aluminium uit de Europese Unie – is volgens Blom “wel hinderlijk maar niet dodelijk, het zou eventueel een paar tiende economische groei kunnen schelen”. Ze besluit: “Ik ben best optimistisch over de Nederlandse economie. Ik denk ook dat de huidige ontwikkeling nog best een tijdje door kan gaan. Op een gegeven moment gaat het wel iets minder hard, want dan is dat inhalen er wel een beetje uit. Maar ik denk dat wat we nu waarnemen absoluut een reden is voor optimistisch ondernemerschap.”

Nieuws