Hoe ervaren Nederlandse brandweermannen en -vrouwen hun dagelijkse werk?

11 januari 2018 Consultancy.nl

Nederlandse brandweerlieden zijn behoorlijk tevreden over hun werk. Het overgrote deel is trots op zijn baan en voelt zich betrokken bij zijn kazerne. Minder goed is het personeel te spreken over de schaalvergroting en professionaliseringsslag die bij de brandweer vanaf 2010 zijn ingezet. Net iets meer dan de helft ziet de ontwikkelingen als positief en maar weinigen vinden dat de organisatie professioneler is geworden. Speciale aandachtspunten voor de komende tijd zijn de verhouding tussen preventie en repressie en tussen het personeel en het management. Zo blijkt uit onderzoek van Andersson Elffers Felix.

Sinds in 2010 de Wet veiligheidsregio’s in werking is getreden, is er veel gebeurd bij de Nederlandse brandweer. Er is een proces van schaalvergroting en professionalisering in gang gezet, waarbij de voormalige gemeentelijke brandweerkorpsen zijn samengevoegd in brandweerregio’s. Daarnaast is ook het vak zelf volop in ontwikkeling. Zo ligt de nadruk in toenemende mate op preventieve maatregelen en zijn er nieuwe inzetstrategieën.

De huidige professionaliseringsslag roept vragen op voor de toekomst: “Wat is het toekomstige profiel van de brandweerman of -vrouw? In hoeverre slaagt de brandweer erin mensen te binden en een aantrekkelijke werkgever te zijn, ook voor vrijwilligers?” Om een antwoord te krijgen op vragen als deze en erachter te komen hoe het korps aankijkt tegen de huidige ontwikkelingen, heeft het Veiligheidsberaad adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) gevraagd een belevingsonderzoek uit te voeren onder het Nederlandse brandweerpersoneel. In totaal hebben bijna 9.000 brandweerlieden deelgenomen aan het onderzoek.

Trots en betrokken

Uit de respons blijkt dat Nederlandse brandweermannen en -vrouwen over het algemeen behoorlijk positief oordelen over de brandweer. Zo geven meer dan negen van de tien respondenten aan trots te zijn op hun vak, een uitkomst waar Brandweer Nederland natuurlijk erg over te spreken is: “Maar liefst 92% van onze collega’s in het land zegt er trots op te zijn om brandweerman of -vrouw te zijn. Dat is hartverwarmend. Er is een enorme passie voor ons mooie vak”, aldus een woordvoerder.

Hoe ervaren Nederlanse brandweermannen en -vrouwen in Nederland hun werk?

Hun tevredenheid over het werk beoordelen de respondenten gemiddeld met een rapportcijfer van 7,3. Bovendien laat de overgrote meerderheid (88%) weten met plezier naar het werk te gaan. Het gevoel iets te kunnen betekenen voor de medemens komt naar voren als een belangrijke drijfveer voor het werk en 82% van de respondenten zegt waardering te krijgen voor hun werk van vrienden en kennissen. Ook voelen ze zich erg betrokken bij hun werk (87%), waarbij de betrokkenheid zich veel meer betrekt op de eigen post of kazerne (78%) dan op de overige brandweerorganisatie (22%).

Een kleine meerderheid van het personeel (55%) blijkt zijn takenpakket, verantwoordelijkheden en regelruimte precies goed te vinden. Wel zou een ruime minderheid meer zeggenschap willen hebben over zaken die raken aan hun taak en functie. Ze willen het liefst worden betrokken bij belangrijke keuzes, zoals over de werving (81%) en selectie (85%) van nieuwe collega’s. Minder waarde hecht men aan inspraak aangaande de schoonmaak van de gebouwen (25%), de zorg voor voldoende kantoorbenodigdheden en meubilair (26%) en het onderhoud van gebouwen (30%) en voertuigen (43%).

Men oordeelt met een cijfer van 3,9 op een schaal van 5 ook redelijk positief over de vakbekwaamheid van henzelf en hun collega’s. Het grootste deel van de respondenten (59%) geeft aan ook voldoende gelegenheid te krijgen om deze bekwaamheid op peil te houden. Bijna de helft van de deelnemers aan het onderzoek (46%) vindt wel dat de manier waarop vakbekwaamheid wordt getoetst te vrijblijvend is. Al met al kan echter worden geconcludeerd dat brandweerlieden behoorlijk tevreden zijn over hun werk.

Ontwikkelingen

Wat betreft de ontwikkelingen die de organisatie momenteel doormaakt, zijn de respondenten echter iets minder positief. Slechts een kleine meerderheid geeft aan te vinden dat de brandweer zich in de goede richting ontwikkelt. Hierbij kan worden opgemerkt dat zij de ontwikkeling van de brandweer als geheel positiever ervaren (58%) dan de wijze waarop de brandweer zich in de eigen regio ontwikkelt (51%). Ook is slechts een klein deel van mening dat de brandweer na de regionalisering professioneler is geworden. Wanneer wordt gevraagd naar de positieve effecten van de huidige ontwikkelingen, noemt slechts 2% van de respondenten de professionalisering van medewerkers, materieel en/of medewerkers.

Wanneer er wordt gekeken naar de genoemde effecten, blijken de negatieve veranderingen ook aanzienlijk vaker te worden genoemd dan de positieve. Zo wijst 13% op de bezuinigingen en op de schaalvergroting, bureaucratisering en formalisering als voornaamste negatieve ontwikkelingen, terwijl de meest genoemde positieve veranderingen, een verbetering van de kwaliteit van het materiaal en de innovatie en specialisatie in materieel en werkwijzen, slechts door 7% worden genoemd.

Men lijkt zich ook niet buitengewoon betrokken te voelen bij het huidige professionaliseringstraject. Iets minder dan de helft van de respondenten (47%) geeft aan op de hoogte te zijn van de visie van de brandweer in hun regio. Wel zegt het grootste deel van zij die wel op de hoogte zijn (63%) zich te herkennen in deze visie. Een kleine meerderheid van de ondervraagden (56%) denkt dat brandweerlieden zich door de huidige ontwikkelingen in de toekomst steeds meer zullen moeten specialiseren.

Stephan Wevers

Terwijl de meesten (71%) vinden dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan het werk, vindt een minderheid (39%) dat het werk ook lastiger is geworden en bijna niemand (17%) dat het werk emotioneel zwaarder is geworden. Wel onderschrijft een meerderheid van 58% de stelling dat de brandweer steeds minder ‘een familie’ wordt. Velen (68%) erkennen het gevoel sinds de regionalisering ‘meer een nummer te zijn’. Ten slotte geeft 61% aan te ervaren dat er simpelweg minder branden zijn, waardoor men minder vaak uitrukt.

Repressie, preventie en aanrijtijden

Ten aanzien van de inhoudelijke ontwikkeling van het vak is de verhouding tussen preventie en repressie van belang. Waar de brandweer vooral wordt geassocieerd met het bestrijden van uitgebroken branden, oftewel het repressieve werk, wordt de preventieve rol van het korps de laatste jaren steeds belangrijker. Aangaande dit thema vindt iets minder dan de helft van de respondenten (46%) dat de brandweer meer aandacht moet hebben voor manieren om brand te voorkomen of snel te ontdekken.

Een duidelijke meerderheid van de brandweerlieden (63%) geeft echter wel aan het een gevaarlijke ontwikkeling te vinden wanneer de aanrijtijden ruimer worden opgesteld in verband met toegenomen preventieve maatregelen. Men spreekt de zorg uit dat preventieve maatregelen als rookmelders en de toegenomen aandacht voor brandveiligheid en de eigen verantwoordelijkheid daarin ten koste gaan van het “echte bluswerk”. Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging Brandweer, is het hier in het AD mee eens: “De zorg is dat als je meer preventieve maatregelen treft aan de voorkant, je minder aan de achterkant hoeft te doen. Met andere woorden: dat je dan best een beetje later bij de brand aan kunt komen. Veel brandweerlieden die brandjes blussen vinden dat een gevaarlijke ontwikkeling''

Bovendien meent een ruime meerderheid van de respondenten (77%) ook nog dat de aanrijtijden voor de vrijwillige brandweer – maar liefst 19.000 van de 23.000 Nederlandse brandweerlieden is vrijwilliger – minder makkelijk te halen zijn dan voor de beroepsbrandweer, onder meer vanwege onderbezetting op vrijwillige posten en de verspreiding en het bereik van de kazernes. Dokter is van mening dat de huidige dekking nog voldoende is, maar geeft aan dat deze de afgelopen jaren onder invloed van bezuinigingen wel onder druk stond: “Dat moet stoppen. Het huidige aantal kazernes moet in stand blijven.''

Experts wijzen erop dat de discussie omtrent het spanningsveld tussen preventie en repressie al enige tijd speelt binnen de brandweer. De onderzoeksresultaten lijken dit beeld in grote lijnen te bevestigen. Een ruime meerderheid van de respondenten (70%) is van mening dat repressieve brandweermensen het hart vormen van de brandweerorganisatie. Daarnaast ervaart 47% dat er bij de brandweer in zijn regio steeds minder aandacht is voor repressief brandweerwerk, terwijl iets meer dan de helft (55%) zich herkent zich in een visie waarbij preventief en repressief brandweerwerk elkaar aanvullen.

Aandachtspunten voor de brandweer zijn de verhouding tussen preventie en repressie en de verbinding tussen management en personeel

Bestuur

Een ander aandachtspunt dat naar voren komt in de resultaten, is de verhouding tussen het personeel en het management. De waardering voor directe leidinggevenden blijkt met een 3,6 op een schaal van 5 aanzienlijk hoger te liggen dan die voor het hoger management, dat een 2,5 krijgt. Respondenten geven bijvoorbeeld aan dat dat direct leidinggevenden meer ruimte bieden voor inspraak (68% tegen 31%). Ook vindt slecht een klein deel (20%) dat er sprake is van wederzijds begrip tussen de werkvloer en het management.

De onderzoekers geven aan dat een analyse van de open vragen laat zien “dat veel brandweerlieden een ‘kloof’ tussen werkvloer en management constateren”. Als aangrijpingspunt voor het dichten van deze kloof, wijzen ze erop dat een ruime meerderheid van de respondenten (74%) wel van mening is dat het ook aan de brandweerlieden zelf is om oplossingen aan te dragen voor problemen binnen de organisatie.

In de focusgroepen kwam omtrent dit thema naar voren dat onder een deel van het personeel het gevoel heerst dat er vanuit de brandweerorganisatie meer aandacht is voor beroepsbrandweerlieden dan voor vrijwilligers. De respons op de enquêtevragen lijkt echter aan te tonen dat het hier om een vrij beperkte groep brandweerlieden gaat: 36% geeft aan te vinden dat het management meer rekening houdt met beroeps dan met vrijwilligers. De aantrekkelijkheid van de brandweerorganisatie voor vrijwilligers werd door de respondenten beoordeeld met een 3,1 op een schaal van 5, wat wel aangeeft dat er ruimte is voor verbetering.

Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland, geeft aan tevreden te zijn over de resultaten van het onderzoek, maar legt de nadruk op wat er nog te doen staat: “Er ligt nu een waardevol rapport dat voor de brandweer kansen biedt verdere stappen vooruit te maken. Het is belangrijk meer te investeren in de verbinding tussen ons management en de brandweermensen die op straat hulp verlenen. De signalen daarover nemen we serieus. Daarnaast blijven we ons inzetten om ook voor onze vrijwilligers een aantrekkelijke werkgever te zijn.”

Het is niet de eerste keer dat Andersson Elffers Felix onderzoek doet naar ontwikkelingen binnen een grote uitvoerende overheidsdienst. Onlangs inventariseerde het adviesbureau de belangrijkste belemmeringen bij de nieuw opgerichte Nationale Politie en vorig jaar werd een evaluatie uitgevoerd van het functioneren van het Kadaster.

Nieuws