‘Onveilige werkcultuur bij de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk’
Bij de dienstenorganisatie van kerkgenootschap de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is sprake van een onveilige werkcultuur, zo blijkt uit onderzoek van Andersson Elffers Felix (AEF). Medewerkers spreken onder meer van “langdurige spanningen” en “onvoldoende ruimte om zorgen of kritiek te uiten”.
In september vorig jaar publiceerde het ND een artikel over een onveilige werksfeer op het landelijke hoofdkantoor van de PKN. Daarin spraken oud-medewerkers over angst om zich uit te spreken en spanningen op de werkvloer. Ook uitten ze kritiek op de stijl van leidinggeven binnen de organisatie.
De studie van AEF richt zich op de periode 2018-2025. Het onderzoek geeft een beeld van de organisatiecultuur, de sociale veiligheid en de organisatorische dynamiek binnen de dienstenorganisatie, rekening houdend met de bijzondere kerkelijke context.
Naar voren komt onder meer dat medewerkers sterk betrokken zijn bij de kerk en hun werk. Dat toont zich in hun inzet voor de dienstenorganisatie. Medewerkers houden zich bijvoorbeeld bezig met het zo goed mogelijk ondersteunen van regionale kerkelijke bestuursorganen en plaatselijke geloofsgemeenschappen.
Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat er langdurige spanningen spelen binnen delen van de dienstenorganisatie. Ze hebben het onder andere over “gevoelens van sociale onveiligheid” en “onvoldoende ruimte om zorgen of kritiek bespreekbaar te maken”.
Verbeteropgave
In een open brief nemen het bestuur en de directie van de dienstenorganisatie en het dagelijks bestuur van de generale synode van de PKN de bevindingen serieus.
“De kerk zal de aanbevelingen zorgvuldig bestuderen en krachtig opvolgen”, zegt Trijnie Bouw, preses van de PKN. “Het is duidelijk dat er een verbeteropgave ligt voor alle gremia van de PKN: synode, moderamen, bestuur, directie, leidinggevenden en medewerkers.”
Na de inontvangstneming van het rapport eind mei, informeerde de PKN de medewerkers van de dienstenorganisatie over de uitkomsten van het onderzoek. Daarna volgde de communicatie met verschillende kerkelijke organen en andere betrokkenen.
Eind juni vergaderde de kleine synode, het dagelijks bestuursorgaan van de generale synode, voor het eerst over het rapport. De vergadering vond plaats achter gesloten deuren. Tot op heden is het rapport niet openbaar gemaakt.
De komende periode werkt de PKN aan een verbeterproces. Dat richt zich onder andere op het herstellen van vertrouwen, het versterken van sociale veiligheid en het verduidelijken van rollen en verantwoordelijkheden binnen de dienstenorganisatie en kerk.
“De Protestantse Kerk realiseert zich dat het rapport veel kan oproepen bij medewerkers, oud-medewerkers en anderen die bij de dienstenorganisatie betrokken zijn of waren”, laat de PKN weten. “Daarom wil de kerk voldoende ruimte bieden voor gesprek, reflectie en zorgvuldige opvolging.”

