Hoe kan het Rijk zijn papierinkoop verduurzamen?
Jaarlijks verbruiken ministeries en rijksdiensten ruim 350 miljoen A4-vellen. Deze grofweg 1,7 miljoen kilogram aan papier belandt vervolgens op bureaus, in printers en archieven. Achter al dat papier gaat ook heel wat CO₂-uitstoot schuil. Voor de Rijksoverheid, die als grote inkoper een voorbeeldfunctie heeft, was het aanleiding om CE Delft te laten onderzoeken hoe het zijn papierinkoop kan verduurzamen.
Het advies- en onderzoeksbureau nam de complete papierketen onder de loep: van bosbeheer en pulp tot productie, gebruik en recycling. Uit die analyse blijkt onder meer dat water- en landgebruik, biodiversiteit en energieverbruik de belangrijkste duurzaamheidsthema’s zijn.
De winning van grondstoffen en de productie van pulp en papier zorgt voor de grootste negatieve impact op het milieu. Ook is op die vlakken de grootste winst te behalen, onder meer door het gebruik van duurzame energie tijdens de papierproductie, verantwoord bosbeheer met gecertificeerde houtvezels en een zorgvuldige omgang met water en chemicaliën.
Al het papier van de Rijksoverheid wordt centraal ingekocht. Met zijn grote inkoopkracht kan het Rijk partijen uit de papierketen mogelijk aanzetten tot verduurzaming. Dat kan op zijn beurt indirect bijdragen aan een schonere papierinkoop.
Gerecycled en alternatieve vezels
Andere kansen liggen in gerecycled papier en alternatieve vezels zoals bamboe, hennep en landbouwreststromen. Die kunnen de druk op bossen verminderen, mits de productie ervan niet vervuilend is. “Alternatieve vezels bieden perspectief, maar alleen wanneer ook de teelt en verwerking aan strenge duurzaamheidsvoorwaarden voldoen”, aldus CE Delft.
De onderzoekers plaatsen nog een kanttekening. Alternatieve vezels staan nog aan het begin van hun ontwikkeling. De komende jaren zal moeten blijken of ze op grote schaal kunnen concurreren met houtpulp. Hierbij zijn technologische innovatie en verdere verduurzaming van de keten belangrijke factoren.
Keurmerken zijn niet genoeg
Ook keurmerken als FSC en PEFC blijven belangrijk, maar deze geven volgens de onderzoekers niet het volledige beeld weer. Daarom adviseren ze om ook klimaatprestaties, energiegebruik en transparantie over de herkomst van vezels mee te wegen bij aanbestedingen: “Een duurzaam certificaat alleen is onvoldoende om de totale milieu-impact van papier te beoordelen.”
Daarmee verschuift de aandacht van een vinkje op een certificaat naar de totale duurzaamheidsprestatie van papier. Dat vraagt om meer transparantie van papierproducenten en scherpere afwegingen bij de inkoop door de Rijksoverheid.
Europees papier
Het rapport zet ook vraagtekens bij het idee dat al het Europese papier automatisch duurzaam is. Hoewel ontbossing binnen Europa nauwelijks voorkomt, neemt de intensiteit van bosbeheer in landen als Zweden, Finland en Portugal toe. Dit kan leiden tot verlies van biodiversiteit, bijvoorbeeld door grootschalige monoculturen en kortere rotatiecycli.
Het risico dat Nederlands papier direct bijdraagt aan tropische ontbossing wordt daarentegen als beperkt ingeschat, omdat slechts een klein deel van de Europese pulp van buiten Europa afkomstig is.
Minder printen
Tot slot de meest voor de hand liggende oplossing om de papierinkoop te verduurzamen: simpelweg minder velletjes gebruiken en in plaats daarvan kiezen voor digitale oplossingen.
“Papier dat niet nodig is, hoeft ook niet geproduceerd te worden”, schrijven de onderzoekers. “Het verminderen van papiergebruik valt echter buiten de scope van dit onderzoek.”


