Van leefbare wijken naar anders werken: Een leertraject van gemeente Haarlemmermeer en Sioo
Met een sterke groeiopgave op het gebied van woningbouw, infrastructuur en duurzaamheid staat de gemeente Haarlemmermeer voor complexe vraagstukken waarin fysieke ontwikkeling, leefbaarheid en maatschappelijke samenhang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om de medewerkers te begeleiden om met deze complexiteit om te gaan, startte de gemeente een leertraject met Sioo.
De gemeente Haarlemmermeer staat voor een stapeling van maatschappelijke opgaven. Deze beperken zich niet tot één beleidsdomein of één oplossing, maar vragen om inhoudelijke expertise en een andere manier van werken: verbindend, onderzoekend en in interactie met de omgeving.
Binnen deze context is het handelingsvermogen van medewerkers cruciaal, zegt Nanda Bader-Schenk, organisatieadviseur en leerbegeleider bij de gemeente. “Volgens mij moeten we inzetten op structurele ontwikkeling van het handelingsvermogen van de medewerkers, zodat ze meer aankunnen. Want de opgaven die wij op ons af zien komen als gemeente zijn enorm.”
Co-creatie als begin van verandering
Vanwege de omvang en complexiteit van de vraag ging de gemeente in gesprek met verschillende externe partijen. In de uitvraag koos ze bewust niet voor een standaardprogramma. De samenwerking met Sioo ontstond omdat daar ruimte werd gemaakt voor onzekerheid en gezamenlijke verkenning.
Nanda vertelt: “Wij wisten zelf nog niet precies wat we nodig hadden. Waarop Sioo zei: ‘Dat weten wij ook nog niet. Laten we samen onderzoeken wat het beste bij jullie aansluit en op basis daarvan een programma ontwikkelen, in co-creatie.’ Om te borgen dat het een programma werd van ons samen, besloten we dat ik een grote rol ging spelen als leerbegeleider. Daarmee werd het écht een traject van onszelf.”
De reis startte met een intensief en iteratief ontwerpproces. Een brede groep medewerkers, van beleidsadviseurs tot management, verkende samen met Sioo wat er nodig was, met vragen als: Wat betekent opgavegericht werken? Hoe ziet actieonderzoek eruit in de praktijk? Wat vraagt dat van professionals? En hoe moeten professionals van de gemeente aan de slag met leren?
Dat proces was niet zonder spanning. “Het begon met vertragen en zoeken, terwijl veel mensen al dachten te weten waar het probleem zit”, vertelt Nanda.
Juist daarin zat de eerste interventie. Het ontwerptraject liet zien hoe sterk de reflex is om snel naar oplossingen te gaan, en hoe waardevol het is om eerst te onderzoeken wat er werkelijk speelt. Dat bleek geen vanzelfsprekende stap.
“In complexe vraagstukken is het probleem zelf vaak onderdeel van de opgave”, zegt Ietze Oostinga, leerbegeleider bij Sioo. “Door dit niet direct te definiëren en op te lossen, ontstaat ruimte om het vraagstuk opnieuw te begrijpen.”
Tussen actie, reflectie en betekenisgeving
Het leertraject is uitgekomen in een ritme van kennisdagen, workshops, werkplaatsen en intervisie. Tijdens de kennisdagen werd het programma afgetrapt met een introductie op actieonderzoek en waarderend onderzoeken, waarin deelnemers werden meegenomen in de vraag hoe je samen een opgave kunt verkennen wanneer je nog niet precies weet wat die is.
De 25 deelnemers uit verschillende delen van de organisatie leerden nieuwe manieren van werken, waarbij onder andere een social design-workshop werd ingezet. Deze en de andere workshops daagden de medewerkers uit om buiten de gebruikelijke denkkaders te kijken en dingen anders te doen dan zij gewend waren. Daarbij werd duidelijk dat actie niet alleen gaat over doen, maar ook over reflecteren en begrijpen wat er gebeurt in de praktijk, ook wanneer dingen niet lopen zoals verwacht.

Vervolgens vonden verschillende intervisiebijeenkomsten plaats. Volgens Jasper Aagten, HR business partner bij gemeente Haarlemmermeer en een van de deelnemers, gingen de gesprekken daardoor meer de diepte in.
“Er werd niet alleen naar de inhoud gekeken; ook het eigen handelen en de onderliggende patronen stonden centraal. Dat hielp om ervaringen te verdiepen en er betekenis aan te geven”, geeft hij aan. “De kennisdagen boden nieuwe perspectieven, maar in de werkplaats kwam het echt tot leven. En tijdens de intervisies stond centraal wat dat met jou als professional doet.”
Natalie Simoons-Braak, deelnemer en in het dagelijkse leven projectmanager onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed bij de gemeente, kijkt positief terug op het traject. “Het voelde als een fijne bubbel waarin we ervaringen konden delen. Dat maakte het mogelijk om open te reflecteren en van elkaar te leren.”
Van aannames naar ontmoeting
Het leertraject richtte zich op het thema ‘leefbare wijken’ en was opgezet volgens de principes van actieonderzoek. Dat betekende dat leren niet los stond van het werk, maar plaatsvond in de praktijk. Deelnemers gingen de wijk in en kwamen in gesprek met inwoners, wijkraden en andere betrokkenen. Daar leerden zij dat leefbaarheid voor iedereen iets anders betekent.
“Leefbaarheid kan gaan over veiligheid, voorzieningen of sociale samenhang, afhankelijk van wie je het vraagt”, vertelt Lizet Keijzers, deelnemer en Programmamanager Schaalsprong Wonen. “Juist die veelheid aan perspectieven maakte het vraagstuk complexer, maar ook rijker.”
Ook het naar buiten gaan maakte indruk. “Juist op straat ontstonden inzichten die je binnen de organisatie niet snel krijgt.”
Tegelijkertijd bleek het werken op deze manier niet voor iedereen vanzelfsprekend. Medewerkers zijn gewend om zichtbaar resultaat op te leveren. Die reflex werd in het traject duidelijk voelbaar. Gaandeweg ontstond de behoefte om te weten wat het traject concreet zou opleveren, terwijl dat juist bij dit soort complexe vraagstukken niet gelijk zit in concrete resultaten, maar eerst in de ontwikkeling in denken en handelen.
Werken aan de opgave: Ervaringen uit de praktijk
Lizet nam haar werk aan leefbare wijken mee het programma in, en speelde daardoor in de gesprekken vanzelf een verbindende rol. Vanuit die praktijkervaring bracht ze waardevolle inzichten in.
Parallel aan de leerdagen werkten deelnemers samen aan hun vraagstukken en zochten zij elkaar tussentijds op voor reflectie en bijsturing. Daarbij werd duidelijk dat er binnen het thema leefbaarheid al veel initiatieven waren ontstaan, maar dat het soms ook echt lastig was om verschillende perspectieven en belangen bij elkaar te brengen en tot voortgang te komen.
Door actief in gesprek te gaan met stakeholders ontstond een breed beeld van wat er speelt en wat er nodig is. In veel gevallen lukte het om verschillende perspectieven samen te brengen.
Voor Natalie was het traject een kans om haar rol verder te ontwikkelen. Ze was op zoek naar een manier om meer bij te dragen aan de gemeente en zag in het programma de mogelijkheid om dat te verkennen. De contacten die zij in de wijk legde, nam ze direct mee in haar eigen werk.

Jasper werkte aan de vraag hoe de warmtetransitie kan bijdragen aan leefbare wijken. In gesprekken met bewoners kwam hij uiteenlopende houdingen tegen, van afwachtend tot zeer betrokken. Die variatie maakte zichtbaar hoe verschillend mensen naar dezelfde opgave kijken. Terugkijkend ziet hij dat er in de anderhalf jaar van het traject daadwerkelijk beweging in het vraagstuk is ontstaan, al is die niet altijd direct zichtbaar of meetbaar.
Van individueel leren naar collectief vermogen
Gedurende het traject ontstond een verschuiving in hoe deelnemers hun werk benaderden. “Omdat het niet mijn eigen onderwerp was, kon ik er anders naar kijken. Minder vanuit mijn rol, meer vanuit het geheel”, aldus Jasper.
De impact zit in een verandering van professioneel handelen. Ietze: “Je ziet mensen gaandeweg anders kijken, meer perspectieven meenemen en minder snel oordelen.”
Lizet beaamt dit: “Ik ga niet meer meteen naar de oplossing, maar kijk eerst wat er echt speelt.”
Nanda ziet de meerwaarde in het vermogen om te verbinden, te onderzoeken en meerdere perspectieven mee te nemen in het werk. “Ook de verbinding binnen de organisatie nam toe. Iedereen weet elkaar makkelijker te vinden en zoekt elkaar sneller op.”
Tegelijkertijd veranderde ook de manier waarop met verschillen wordt omgegaan. “Ik merkte dat ik normaal op zoek ben naar overeenkomsten. Nu zie ik dat verschillen juist waardevol zijn”, vertelt Natalie.
Hier is volgens haar iets ontstaan wat verder gaat dan individueel leren: een versterking van het collectieve vermogen om met complexiteit om te gaan.
Een andere manier van werken
De opbrengst van het traject verspreidt zich als een olievlek door de organisatie. Medewerkers zijn zich bewuster van hun aannames en stellen andere vragen. Meer open, minder sturend.
Lizet: “Ik denk dat de kennis van iedereen die in het programma heeft meegedaan aan het doorsijpelen is op heel veel terreinen. Alle deelnemers zitten in een team of zelfs in meerdere teams.”
“Zo heb je weleens dat je ziet dat collega’s ergens in vastlopen en dat je teruggrijpt op wat je hebt geleerd, ze daarin meeneemt en verder helpt”, vult Natalie aan.
Transformatief leren als antwoord op complexiteit
Tijdens de afsluiting van het traject brachten deelnemers hun inzichten terug naar de organisatie. Daarbij ging het niet om eindresultaten, maar om wat zij hebben geleerd en hoe zij nu anders werken. “Je gaat niet meer terug naar hoe je het deed”, zegt Natalie.
“De slotmiddag voelde als het moment waarop alles samenkwam”, beaamt Ietze. “De deelnemers presenteerden in groepjes aan hun leidinggevenden, opdrachtgevers en collega’s wat ze geleerd hebben: wat werkte wel en niet, waar schuurt het en wat gaan ze anders doen in de dagelijkse praktijk. Dat kwetsbare én professionele verhaal maakte zichtbaar hoeveel er in eigenaarschap en vakmanschap is gegroeid.”
“We hebben alle deelnemers een certificaat uitgereikt met een persoonlijk woord. Om te markeren: dit is geen eindpunt, maar een begin van anders werken binnen de gemeente Haarlemmermeer.”
Ook voor de gemeente is de waarde duidelijk, vertelt Nanda. “Ik zou niet meer zonder dit soort programma’s willen. Dit is super waardevol voor onze organisatie. En voor mezelf heb ik geleerd dat het heel veel waard is om ook mijn eigen kennis beter te gaan delen. Dus daar bescheiden in zijn, dát ga ik niet meer zo snel doen.”

