Gupta Strategists: ‘Betere palliatieve zorg vraagt om doorbreken taboe’

21 mei 2024 Consultancy.nl 5 min. leestijd
Meer nieuws over

De palliatieve zorg in Nederland kan een stuk beter. Om dit te realiseren is het cruciaal om deze zorg meer transmuraal te organiseren, zo blijkt uit onderzoek van Gupta Strategists. Ook moet het taboe rondom het voeren van het gesprek over de laatste levensfase worden doorbroken.

Jaarlijks overlijden in Nederland zo’n 170.000 mensen. Bij 120.000 daarvan komt dit niet onverwacht. Dat betekent dat palliatieve zorg integraal onderdeel van het reguliere zorgproces zou moeten zijn voor deze grote groep patiënten.

Vaak is dit echter niet het geval: velen krijgen nog geen of suboptimale palliatieve zorg. Dit heeft uiteraard negatieve gevolgen voor de patiënten, maar ook voor de zorgsector. Zo ontstaat voor zorgprofessionals onrust in het zorgproces en legt het een beslag op zorgfuncties waar de capaciteit sowieso al krap is.

Overlijdensoorzaken in relatie tot palliatieve zorg

Om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de palliatieve zorg te verbeteren, is het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland opgesteld. Daarin wordt palliatieve zorg een integraal onderdeel van de reguliere zorg, door in te zetten op proactieve zorgplanning, gezamenlijke besluitvorming, transmurale coördinatie van zorg rondom de patiënt en tijdige inzet van gespecialiseerde zorgprofessionals bij complexe casuïstiek.

In opdracht van de Stuurgroep van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II), heeft Gupta Strategists onderzocht wat de potentie is van de proactieve transmurale palliatieve zorg, zoals deze wordt omschreven in het kwaliteitskader.

Daarbij keek het strategisch zorgadviesbureau ook hoe deze zorg kan bijdragen aan de transformatiedoelen die nu in het Integraal Zorgakkoord (IZA) beschreven staan, en wat het realiseren van de potentie vraagt op het gebied van zorginkoop.

Essentiële zorgtransformatie

Gupta concludeert dat het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland “grote potentie” heeft.

Eerder toonden “diverse onderzoeken en pilots al aan dat de implementatie van het kwaliteitskader de kwaliteit van zorg verhoogt en potentieel niet-passende zorg voorkomt”, schrijven de onderzoekers, en de studie van Gupta “laat zien dat landelijke realisatie kan leiden tot een aanzienlijke kwaliteitsverhoging en netto kostenbesparing in de zorgketen”.

Bovendien sluit het kwaliteitskader nauw aan op de doelstellingen uit het IZA: “De implementatie van het kwaliteitskader is precies het soort impactvolle transformatie waarvoor het onlangs ondertekende IZA is bedoeld.”

Geschat netto impactpotentieel van implementatie kwaliteitskader op zorgkosten

Taboe doorbreken

Om deze transformatie tot een succes te maken, moeten nog wel grote stappen worden gezet. Gupta benadrukt met name het belang van het bespreekbaar maken van palliatieve zorg. Hiernaar wordt zelfs verwezen in de titel van het rapport: ‘De olifant in de kamer’.

“De realiteit is dat het voeren van deze gesprekken over de laatste levensfase nog een taboe is, iets waar patiënten, behandelaars en zorgverzekeraars nog vaak onnodig terughoudend over zijn”, constateert Gupta.

Onderzoek bevestigt dat patiënten duidelijke wensen hebben over hun laatste levensfase en graag controle hebben over het sterfproces. Waar ze richting het einde veelal behoefte hebben aan een meer symptoomgerichte behandeling, is zorg in de laatste levensfase “nog sterk gericht op ziekte, en te weinig op waarden, wensen en behoeften van de individuele patiënt”.

Dit leidt bovendien “tot potentieel niet-passende (IC-)opnames in de laatste levensmaand”, die een beslag leggen op vijf tot negen procent van de totale zorgcapaciteit in het ziekenhuis.

Toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg in de laatste levensfase staan al onder druk

Transmurale inkoop

Wat betreft de zorginkoop, vraagt de organisatie van proactieve palliatieve zorg steeds meer een transmurale benadering. Momenteel is de contractering nog steeds veelal segmentgericht.

Het realiseren van de benodigde verandering blijkt uitdagend. Ondanks “bemoedigende pilots” wordt contractering van transmurale palliatieve zorg “nog steeds als complex ervaren en wordt hierdoor de potentie van proactieve transmurale zorg nog onvoldoende benut”, constateert Gupta. “Met de bestaande praktijk van inkopen is het daarmee nog niet goed mogelijk proactieve transmurale palliatieve zorg te realiseren.”

Samen optrekken

Al met al moet er nog veel gebeuren om de implementatie van het kwaliteitskader tot een succes te maken. Gupta omschrijft het als een “essentiële zorgtransformatie”.

Naast een structurele uitbreiding van palliatieve zorg en investering in kennis en technologie, vraagt het om een andere manier van werken. In dat kader is “samen optrekken cruciaal voor succes”. Aanbieders en zorgverzekeraars moeten samenwerken, “waarbij zij oog hebben voor elkaars behoeften en openstaan voor andere werkwijzen”.

‘Het momentum is er’

Het onderzoeksrapport nodigt alle betrokken partijen uit tot een “open dialoog” en roept op tot een transformatie in de palliatieve zorg: “Het momentum is er om proactieve transmurale palliatieve zorg beter te organiseren en te contracteren.”

Daarbij biedt het rapport zorgverleners, zorgaanbieders en zorgverzekeraars onderbouwde inzichten en concrete handvatten.

Gupta blijft ook samenwerken met het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II om de palliatieve zorg te integreren binnen het reguliere zorgproces. In dat kader is in navolging van het rapport ook al een Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg opgesteld.