Ggz-organisaties zien financiële positie verslechteren

17 juli 2023 Consultancy.nl 2 min. leestijd
Meer nieuws over

Adstrat heeft de resultaten van zijn jaarlijkse GGZ-benchmark uitgebracht. De onderzoekers constateren een trendbreuk, want de financiële positie van ggz-organisaties is na jaren van gestage verbetering in 2022 dan toch verslechterd.

Het is alweer de zevende keer dat Adstrat de benchmark uitvoert, waarmee het adviesbureau beter inzicht wil verkrijgen in de ontwikkeling van de financiële gezondheid van de grotere ggz-instellingen.

Voor de benchmark over 2022 nam het strategisch adviesbureau acht instellingen onder de loep: Parnassia, Altrecht, Arkin, Lentis, Pro Persona, GGz Centraal, Dimence en GGzE.

GGZ-organisaties zien financiële positie verslechteren

Hoewel de top 10 ggz-organisaties gemiddeld een omzetstijging van 3,3% kenden, hadden de onderzochte ggz-instellingen over het algemeen een zwaar jaar in 2022. Drie van de onderzochte ggz-organisaties – Altrecht, Dimence en Lentis – waren afgelopen jaar verlieslatend.

De resultaten zijn, zo legt Adstrat-partner Gérard Brockhoff uit, veroorzaakt door de gevolgen van het zorgakkoord en zorgprestatiemodel in de ggz-sector, onzekerheden in de bedrijfsvoering en de nasleep van de coronapandemie.

“De kosten zoals salarissen en energie stegen aanzienlijk, wat resulteerde in een scherpe daling van het resultaat”, licht Brockhoff de resultaten toe. Het is duidelijk dat de meeste top 10 ggz-organisaties in 2022 hebben ingeteerd op hun reserves. Na de gestage verbetering van de financiële positie in voorgaande jaren is dat een situatie die volgens Brockhoff “niet houdbaar” te noemen is.

GGZ-organisaties zien financiële positie verslechteren

Omdat afgelopen jaar de kosten over het algemeen sneller groeiden dan de opbrengsten, namen in de benchmark over 2022 zowel de EBITDA als het nettoresultaat van de ggz-instellingen af, naar respectievelijk 4,3% (2021: 6,8%) en 0,1% (2021: 2,4%). Dit maakte de bedrijfsvoering gemiddeld genomen ternauwernood kostendekkend.

“De belangrijkste prioriteit voor de ggz-instellingen is resultaatherstel voor een kostendekkende zorgverlening aan patiënten met ruimte om te investeren in e-health en huisvesting en schulden verder af te bouwen”, aldus Brockhoff.

Volgens hem dienen ggz-instellingen in gesprek te gaan met zorgverzekeraars voor een betere vergoeding, terwijl ze zelf verantwoordelijk zijn voor kostenbeheersing. “De ontwikkeling van personeels- en energiekosten is een belangrijk aandachtspunt, met name voor instellingen in regio’s met een krappe arbeidsmarkt en veel intramurale voorzieningen.”

“Het is echter onwaarschijnlijk dat de krapte op de arbeidsmarkt en energieprijzen op korte termijn structureel zullen verbeteren, wat het vraagstuk complex maakt voor ggz-organisaties”, besluit Brockhoff.