Simpele maatregelen kunnen gasverbruik industrie met 16% terugdringen

23 november 2022 Consultancy.nl 5 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Met relatief simpele ingrepen kan de Nederlandse industrie haar gasverbruik met 16% verlagen, zo concludeert Berenschot in een nieuw onderzoek in opdracht van Natuur & Milieu. “Hier ligt een kans voor de korte termijn, zónder grote procesaanpassingen, die topprioriteit moet krijgen”, aldus de milieuorganisatie.

De industrie is goed voor zo’n 30% van het Nederlandse gasverbruik – meer dan elke andere sector. Ter vergelijking: woningen zijn goed voor zo’n 20% en de landbouw voor 10%. Daarmee is voor de industrie een sleutelrol weggelegd in het hoognodige terugbrengen van de totale gasconsumptie.

Vanwege de extra urgentie die dit heeft gekregen in de gascrisis veroorzaakt door de Russische inval in Oekraïne, heeft Berenschot in zijn onderzoek vooral gekeken naar besparingen die snel kunnen worden toegepast, zonder ingrijpendere maatregelen.

Simpele maatregelen kunnen gasverbruik industrie met 16% terugdringen

“Door middel van een aantal ingrepen is het aardgasverbruik dus in elk geval 16% omlaag te brengen”, stelt Rob van Tilburg, directeur programma’s van Natuur & Milieu. “Hiervoor hoeft niet eens het productieproces te worden stilgelegd. Het is echt laaghangend fruit.”

Isolatie, restwarmte en ICT

Dit laaghangend fruit is op te delen in drie hoofdcategorieën. Ten eerste isolatiemaatregelen: deze kunnen leiden tot een besparing van 0,6 miljard m2 gas per jaar.

Ten tweede zijn ICT-maatregelen goed voor een besparing van 0,4 miljard m2 gas. Het gaat hierbij om dataverzameling en -analyse binnen industriële processen. “Denk aan inzicht krijgen in wanneer ovens aan/uit kunnen om zo efficiënt mogelijk stoom te produceren, of een systeemanalyse maken en kijken waar verschillende installaties elkaar aan kunnen vullen”, aldus de onderzoekers.

Ten derde kan via het hergebruik van restwarmte nog eens 0,2 miljard m2 gas worden bespaard. En ten slotte bestaan er nog verschillende andere mogelijke besparingsmogelijkheden die opgeteld goed zijn voor een besparing van 0,3 miljard m2.

Opgeteld kan zo in totaal een besparing van 1,5 miljard m2 gas worden gerealiseerd, wat neerkomt op 16% van het totale gasverbruik van de industrie. Dit levert jaarlijks een besparing van 2,6 Mton CO2-uitstoot op.

Barrières

Dat deze simpele besparingsmaatregelen tot dusver achterweg blijven wijt Berenschot aan verschillende barrières. Zo zijn energiebesparende maatregelen vaak gekoppeld aan een onderhoudscyclus, waardoor het jaren kan duren voordat ze worden geïmplementeerd.

“Wij pleiten voor een striktere energiebesparingsplicht met strengere normen. Verleg daarbij de bewijslast naar de bedrijven zelf.”

Daarnaast focussen leveranciers van vervangende producten zich vaak op concurrerende prijzen voor de investering zelf, niet op de laagste kosten op de langere termijn voor het gehele systeem. Ook maakt gepercipieerde mogelijke procesverstoring de drempel hoger, en ontbreekt het diverse partijen aan de kennis om energiebesparing te realiseren.

Energiebesparingsplicht

Een barrière die speciale aandacht krijgt is wetgeving. Zo wijzen de onderzoekers erop dat de Wet milieubeheer onvoldoende wordt gehandhaafd, waardoor bedrijven prioriteit geven aan andere investeringen dan energiebesparing.

Onderdeel van de Wet milieubeheer is de energiebesparingsplicht. Deze stelt dat bedrijven verplicht zijn om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Qua aardgasbesparing heeft dit beleid tot nu toe echter “beperkt effect gehad”, zo stelt Berenschot.

Dit komt onder meer doordat grote industriële bedrijven tot op heden nog niet onder deze regeling vallen. Daar komt vanaf 1 januari 2023 verandering in, maar ook dat zal volgens de onderzoekers weinig zoden aan de dijk zetten: ze verwachten dat slechts zo’n 0,2 Mton CO2 van de technisch mogelijke 2,6 Mton CO2 zal worden benut.

Van Tilburg benadrukt dan ook dat er meer nodig is. Mede omdat “handhaving complex blijft”, legt hij uit. “Wij pleiten daarom voor een striktere energiebesparingsplicht met strengere normen. Verleg daarbij de bewijslast naar de bedrijven zelf. Dat betekent dat alle maatregelen genomen moet worden en een bedrijf zelf met argumenten moet komen wanneer het dit niet doet.”

Eindelijk topprioriteit

Ook valt meer dan de helft van het technisch potentieel van de 2,6 Mton CO2-besparing buiten de investeringen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Wordt de terugverdientijd opgerekt naar tien jaar, dan tellen de maatregelen op tot ongeveer 1,6 Mton CO2-besparing.

“De relatief eenvoudige ingrepen snel doorvoeren is het minste wat de industrie nu kan doen.”

“Het grootste deel van de technisch mogelijke maatregelen is dus economisch interessant met een terugverdientijd van minder dan tien jaar”, aldus de onderzoekers, die er bovendien op wijzen dat het met de huidige gasprijzen waarschijnlijk is dat een nog groter deel van het technisch potentieel zich terugverdient.

Al met al is dit volgens Berenschot en Natuur & Milieu hét moment om het besparingspotentieel te benutten. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt zowel bij de bedrijven zelf als bij de overheid, die naast het aanscherpen van de wetgeving (en de naleving daarvan) het delen van kennis tussen bedrijven kan faciliteren.

“Energiebesparing moet nu eindelijk topprioriteit krijgen”, aldus Van Tilburg. “Met de hoge gasprijzen is het nu heel snel rendabel al het technisch potentieel aan besparing te verzilveren. Dit leidt tot een structurelere verduurzaming dan het tijdelijk stilleggen van productieprocessen, zoals nu gebeurt vanwege de gascrisis.”

“De relatief eenvoudige ingrepen snel doorvoeren is het minste wat de industrie nu kan doen”, benadrukt hij. “Zo worden we minder afhankelijk van aardgas én stoten we minder CO2 uit.”