Groen gas in buitengebied goedkoopste alternatief voor aardgas

12 oktober 2022 Consultancy.nl 4 min. leestijd
Profielen
Meer nieuws over

In buitengebieden is groen gas het goedkoopste alternatief voor aardgas. Dat concludeert CE Delft in een nieuw onderzoeksrapport. In een gerelateerde studie van Ecorys komt bovendien naar voren dat veel inwoners positief staan tegenover groen gas. Er is één probleem: momenteel is er een tekort aan het duurzame gas. 

Nederland gaat van het aardgas af. Zoveel is al enkele jaren duidelijk, en met de Russische inval in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande gascrisis heeft de energietransitie nóg meer urgentie gekregen.

In Groningen wordt de urgentie al langere tijd dubbel en dwars gevoeld – de provincie kampt al decennia met de verzakkingen en aardbevingen die worden veroorzaakt door de grootschalige aardgaswinning onder hun voeten. Toch willen verschillende gemeenten in de noordelijke provincie niet hélemaal van het gas af.

Groen gas in buitengebied goedkoopste alternatief voor aardgas

Er bestaat namelijk ook duurzaam gas: het zogeheten groen gas. Het gaat om gas dat op een duurzame manier kan worden geproduceerd uit (onder andere) biomassa en dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. En uiteraard hoeft het niet via schadelijke boringen uit de grond te worden gehaald.

Lees verder: CE Delft: ‘Inzet groen gas kan energietransitie goedkoper maken’.

Goedkoper dan alternatieven

Een studie van CE Delft laat nu zien dat dit groene gas in buitengebieden – zoals grote delen van de provincie Groningen – een hoge maatschappelijke waarde heeft.

“Uit dit onderzoek blijkt dat groen gas voor de verwarming van panden op het platteland het minst dure alternatief is voor aardgas. Andere mogelijkheden, zoals helemaal overstappen op elektriciteit, zijn daar erg duur”, aldus Martha Deen, die zich vanuit CE Delft met name richt op vraagstukken gerelateerd aan de energietransitie.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van netbeheerder RENDO en Nieuwborgen.net, een organisatie die enkele jaren geleden ontstond vanuit het idee om de Groningse dorpen Nieuwolda en Wagenborgen aardgasvrij te maken.

Veel animo onder inwoners

Daarnaast schakelden de gemeenten Oldambt en Eemsdelta (waar Nieuwolda en Wagenborgen deel van uitmaken) Ecorys in om de maatschappelijke (meer)waarde van groengaslevering te onderzoeken.

Lees ook: KplusV helpt Oldambt met aanbesteding voor aardgasvrij-project.

De conclusie ligt in lijn met die van CE Delft: “Op veel plekken zijn alternatieven voor aardgas zoals een hoge temperatuur warmtenet of ‘all-electric’-oplossingen technisch niet mogelijk of economisch niet rendabel. Groen gas kan op die plekken een goed alternatief vormen voor aardgas”, aldus de onderzoekers van Ecorys.

Het bureau onderzocht ook hoe de plaatselijke bewoners tegen groen gas aankijken. Uit de gehouden enquête blijkt dat veel mensen bereid zijn meer te betalen voor de levering van groen gas dan voor aardgas.

Te weinig groen gas

Daarmee lijkt niets de transitie van aardgas naar groen gas in de weg te staan in de Groningse buitengebieden. Toch is er een probleem: groen gas is momenteel nog erg schaars. En dat wordt volgens de betrokken Groningse gemeenten, RENDO en Nieuwborgen.net mede veroorzaakt door de huidige subsidieregels.

“Het blijkt dat landelijke subsidieregels de productie van groen gas tegenhouden”, vertelt Jurrie Nieboer, wethouder van de gemeente Oldambt. Met de rapporten van CE Delft en Ecorys in de hand hopen de voorvechters van groen gas daar verandering in te brengen. Ze roepen beleidsmakers op de subsidieregels voor producenten te vereenvoudigen.

Met de huidige regels kan een producent niet zomaar met behoud van zijn subsidie overschakelen van stroomproductie op de productie van groen gas, waardoor het niet rendabel zou zijn om het groene gas te maken. 

“In onze regio, waar de energie-armoede hoog is, zouden we juist groen gas als meest betaalbare alternatief moeten stimuleren”, aldus Nieboer. “Wij vragen het rijk daarom om onze inwoners in staat te stellen om groen gas te omarmen. Het is een belangrijke voorwaarde voor de toekomstige leefbaarheid en bewoonbaarheid van dit gebied.”