‘Vertrouwen in de kracht van de medewerkers zelf is de sleutel tot een effectieve overheid’

15 november 2021 Consultancy.nl 8 min. leestijd

Anneke van Zanen is een bekende naam binnen de publieke sector. Ze gaf leiding aan het ministerie van Veiligheid & Justitie en de Auditdienst Rijk, en is sinds 2019 voorzitter van NOC*NSF. Deze rol combineert ze sinds een jaar met een betrekking bij Vanberkel Professionals, waar ze eind 2020 is begonnen als de allereerste ‘Topconsultant’ van het kantoor. Maar wat houdt deze rol precies in? En hoe is haar eerste jaar bevallen? We vroegen het aan Van Zanen. Het werd vooral een gesprek over de kracht van mensen.

Wie het afgelopen jaar ook maar af en toe een krant opensloeg of door een nieuwsapp scrolde, weet dat er momenteel veel gaande is binnen de publieke sector. En zoals zo vaak wanneer je afgaat op het nieuws, lijkt er vooral heel veel mis – met als absolute uitschieter natuurlijk de toeslagenaffaire. Wie niet beter weet zou bijna denken dat er binnen de overheid vooral incapabele mensen werken.

Iemand die wél beter weet is Anneke van Zanen. “Al die overheidsdepartementen zijn fantastische organisaties waar hele goede mensen werken”, zegt ze resoluut.

Anneke van Zanen, Topconsultant, Vanberkel professionals

Met een decennialange staat van dienst binnen de Rijksoverheid heeft Van Zanen het nodige recht van spreken. Dat de publieke sector als een rode draad door haar carrière loopt is geen toeval: “Een effectieve Rijksdienst die in zuiverheid haar rol vervult is een groot goed, en daar draag ik maar wat graag aan bij.”

De ideale combinatie

Dat doet ze sinds een jaar ook vanuit Vanberkel Professionals, een bureau dat via interim- en adviesdiensten publieke opdrachtgevers ondersteunt rond financiële en juridische opgaven.

“Bij Vanberkel komt alles wat ik in mijn loopbaan heb gedaan samen”, vertelt ze. “Van origine ben ik accountant, ik heb veel bestuurlijke functies vervuld, maar ook verschillende advies- en auditrollen. Dus op het moment dat ze mij vroegen voelde het meteen als de ideale combinatie.”

Bovendien kende ze Vanberkel al goed vanuit haar tijd bij de Auditdienst Rijk, waar ze geregeld een beroep deed op de professionals van het kantoor. “Dus ik wist al dat het een gedreven club mensen is die ook echt doen wat ze zeggen, hart hebben voor de publieke sector en oog hebben voor de waarde van menselijk kapitaal. Als je je naam ergens aan verbindt wil je dat die organisatie dicht bij jouw waarden staat en dat is bij Vanberkel helemaal het geval.”

Topconsultant

Van Zanen werd aangetrokken als ‘Topconsultant’ – de allereerste van Vanberkel. Inmiddels deelt ze de titel met Paul Hofstra, die afgelopen juni ook startte bij het kantoor.

Met het binnenhalen van de twee zwaargewichten zet Vanberkel, dat van oudsher met name bekend is als leverancier van ondersteunend personeel, zijn ambitie om de adviestak uit te breiden flink kracht bij – al relativeert Van Zanen meteen het belang van de bijzondere titel die zij en Hofstra dragen: “What’s in a name? Wij zijn binnen de adviestak nu met zo’n tien dedicated mensen en dat zijn allemaal hele goede consultants. Dus daarin zit niet het verschil.”

Als Topconsultant is ze wel medeverantwoordelijk voor het trekken van de kar. “Het inzetten van ondersteunend personeel geschiedt altijd onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Consultancy is een andere vorm van dienstverlening – onder meer omdat wij onder onze eigen verantwoordelijkheid geacht worden advies te geven op een bepaald vraagstuk.”

“Mijn rol daarin is drieërlei”, legt ze uit. “Ten eerste het enthousiasmeren van onze mensen om de opdrachten zo goed mogelijk te doen, onder meer via inspiratie en kennisoverdracht. Ten tweede zorgen dat vragen die binnenkomen goed worden beantwoord, oftewel het begeleiden van het offerteproces. En ten derde een kwaliteitsbewakende rol in de opdrachten die we uitvoeren.”

Goede oplossingen voor belangrijke vraagstukken

Gezien de focus van Vanberkel hebben deze opdrachten altijd betrekking op financiën, maar omdat elk thema wel een financiële component bevat kennen de klussen een grote verscheidenheid. “De vraagstukken vanuit het Rijk zijn legio”, aldus Van Zanen.

“Ik zie vooral veel vraagstukken tussen beleid en uitvoering, waarbij helderheid geschapen moet worden over de wijze waarop financiering en verantwoording plaatsvinden: hoe begroot ik het geld dat ik toeken aan de organisatie die de uitvoering gaat verzorgen? En hoe zorgt het departement ervoor dat helder is dat de resultaten die afgesproken zijn op doelmatige, doeltreffende en rechtmatige manier zijn uitgevoerd?”

“Ik ga altijd uit van het geloof dat de mensen die de werkzaamheden uitvoeren absoluut voor 100% weten wat ze moeten doen.”

Maar ook andere thema’s komen volop langs. “Denk aan vraagstukken rond doorontwikkeling, het al dan niet zelf uitvoeren of op afstand plaatsen van een bepaalde taak, en tegenwoordig bijvoorbeeld ook de implementatie van covidmaatregelen. Allemaal belangrijke thema’s om op een verstandige manier naar te kijken en met goede oplossingen voor te komen.”

Met goede mensen goede dingen doen

Geheel in lijn met de werkwijze van Vanberkel gaat Van Zanen bij het oplossen van die vraagstukken uit van de kracht van mensen – van de professionals van het kantoor, maar zeker ook die binnen de Rijksoverheid zelf. “We willen met goede mensen goede dingen doen, en werken daarbij nadrukkelijk samen met de opdrachtgever.”

Binnen haar eigen rol laat ze zich hierbij leiden door twee basisprincipes. “Ten eerste zie ik het als mijn missie om iedereen scherp te houden, zodat we ons voortdurend beseffen dat we het goede moeten doen. Ten tweede ga ik hierbij altijd uit van het geloof dat de mensen die de werkzaamheden uitvoeren – zowel bij Vanberkel als de Rijksdienst – absoluut voor 100% weten wat ze moeten doen.”

“Daar probeer ik altijd voor te staan”, benadrukt ze. “Dat we de kracht van de organisatie zélf gebruiken om stappen voorwaarts te maken. De mensen binnen de organisatie weten natuurlijk beter dan wie dan ook waar ze mee bezig zijn, dus benut die kennis. Bovendien heeft het geen enkele zin om van buitenaf slim op te schrijven wat er moet gebeuren zolang je de mensen die het werk daadwerkelijk uitvoeren daarin niet meeneemt.”

De kracht van de organisatie laten spreken

Van Zanens geloof in de kracht van de mensen in de organisatie zelf brengt ons onvermijdelijk terug bij de actualiteit. Want als die medewerkers allemaal zo goed weten wat ze moeten doen, hoe kon het dan zó misgaan bij de Belastingdienst? Volgens Van Zanen heeft dat er waarschijnlijk juist mee te maken dat de kracht van de mensen op de werkvloer te wéinig werd benut.

“Daarbij moet ik opmerken dat we vanuit onze adviestak geen opdrachten doen bij de Belastingdienst. Maar daar werken 25.000 mensen – dat is natuurlijk een ongelooflijk krachtige organisatie. In de worsteling met het toeslagenvraagstuk kun je die kracht maar beter laten spreken. Van buitenaf kun je er van alles van vinden, maar ik vraag me in alle oprechtheid af: Wat is nou de mening van al die mensen die er daadwerkelijk aan hebben gewerkt? Hoe zouden zij dit op een goede manier en in voortvarendheid oplossen?”

En wat in dit gevoelige dossier geldt voor de Belastingdienst, kan volgens Van Zanen worden doorgetrokken naar de gehele Rijksoverheid. “De Rijksdienst heeft natuurlijk de bijzondere taak om wetgeving uit te voeren. Maar wil je dat dit zuiver, effectief en efficiënt gebeurt, dan doe je er goed aan om ook te luisteren naar de mensen die daar dagelijks mee bezig zijn: Is dit nog wel uitvoerbaar? Leggen we niet te veel druk op de organisatie om dit jaar in jaar uit zo te doen? Wat zouden we beter kunnen doen?”

Eén club

Deze laatste vraag blijven Van Zanen en haar collega’s zichzelf ook voortdurend stellen, terwijl ze verder bouwen aan de adviestak van Vanberkel. “Het eerste jaar was ontzettend mooi – de groep mensen waarmee we dit doen is kundig en inspirerend. Tegelijkertijd zien we dat we nog altijd lerende zijn. Het belangrijkste is dat we het sámen doen en dat we daadwerkelijk doen wat we beloven. Dat doen we al vanaf dag één en daar blijven we bewust aan werken.”

En net als binnen de Rijksoverheid maakt ze daarbij volop gebruik van de kracht die in de eigen organisatie aanwezig is. “De adviestak is nog relatief klein, maar we zijn bij Vanberkel in totaal met zo’n 200 mensen. Ook de medewerkers die jarenlang ondersteuning hebben geboden binnen het Rijk hebben natuurlijk een schat aan kennis die wij nu kunnen inzetten.”

Ondanks dat deze 200 mensen hoofdzakelijk over de vloer zijn bij verschillende organisaties, kan Van Zanen vaststellen dat ze samen een hechte club vormen. “Daar wordt heel goed in geïnvesteerd en dat betaalt zich uit. Iedere maand komen we allemaal samen. Daarbij is aandacht voor inhoudelijke thema’s, maar het gaat met name om de ontmoeting. Zo blijven we echt één club. En we werken dan wel op verschillende plekken, maar wat we allemaal delen is dat we stuk voor stuk bevlogen mensen zijn die hart hebben voor onze organisatie én voor de publieke sector.”