Nederland brengt nieuwe kankermedicijnen relatief snel op de markt

30 september 2020 Consultancy.nl 3 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Terwijl Nederland nieuwe kankermedicijnen relatief snel op de markt brengt, is de Nederlandse zorgsector traag in het omarmen van deze medicijnen. Dat blijkt uit onderzoek van Vintura in opdracht van de Europese Federatie van Farmaceutische Bedrijven en Verenigingen (EFPIA).

Kanker is een van de dodelijkste ziektes van ons land. Afgelopen jaar stierven zo’n 45.000 mensen aan de gevolgen van kanker, zo blijkt uit cijfers van CBS. Nieuwe medicijnen op de markt brengen en ervoor zorgen dat patiënten ze gebruiken, vormt een van de belangrijkste pijlers in het verbeteren van onze kankerzorg.

Voor dit proces is echter een lange adem nodig. Alle medicijnen dienen toegelaten te zijn op de Europese markt door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA). Gemiddeld duurt deze toelatingsprocedure 403 dagen. Opvallend is dat Europa hiermee een stuk trager is dan de Verenigde Staten, waar medicijnen 242 dagen – of 8 maanden – eerder op de markt worden gebracht. In de Verenigde Staten doet de Food and Drug Administration (FDA) gemiddeld 161 dagen over de toelatingsprocedure.

Within Europe, huge inequalities exist in time to Market Access and Patient Access to new oncology therapiesHoewel sommigen denken dat dit verschil te maken heeft met een grotere zorgvuldigheid van de EMA, toont recent onderzoek van hoogleraar Carin Uyl-de Groot van de Erasmus Universiteit aan dat niet het geval is. Waarom die procedures bij de Europese tak dan wel langer duren, is voor Uyl-de Groot vooralsnog nog onduidelijk.

Na te zijn vrijgegeven door de EMA, moeten de medicijnen vervolgens in de individuele lidstaten van de Europese Unie (EU) worden toegelaten tot het verzekeringspakket. Nederland is op dit vlak een van de koplopers in Europa, met gemiddeld 234 dagen voor de 13 innovatieve kankermedicijnen die in de periode 2013-2017 op de markt zijn gebracht.

Deze periode van acht maanden wordt voor een groot gedeelte bepaald door de assessmentfase – de zorgsector en ziektekostenverzekeraars nemen het medicijn onder de loep – en prijsonderhandelingen. Deze laatste stap is tijdrovend omdat de bekostiging ingewikkeld is. Deze moet goed worden doorberekend door verzekeraars en ziekenhuizen – een behandeling met een kankermedicijn kost rond de €100.000. Ook wordt dit proces bemoeilijkt door het feit dat elk ziekenhuis in Nederland individueel een contract moet afsluiten met de farmaceut.Start of the national process in the six case study countries

Andere landen die net als Nederland relatief goed scoren zijn onder meer Zwitserland, Frankrijk en Oostenrijk. Het Europese gemiddelde ligt op 520 dagen.

Verbruik loopt achter

Waar ons land echter minder goed presteert, is het daadwerkelijke verbruik zodra medicijnen zijn opgenomen in het verzekeringspakket. Uit het onderzoek van Vintura blijkt dat per hoofd van de bevolking nieuwe kankermedicijnen minder vaak worden voorgeschreven dan in Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Denemarken, Zweden, Tsjechië en Polen. Nederland scoort zelfs het laagst van deze referentiegroep.

Wat hieraan ten grondslag ligt is niet geheel duidelijk. “Er zijn verschillende verklaringen mogelijk”, stelt onderzoeker Christel Jansen. “Een eerste reden zou kunnen zijn dat wij het in Nederland eigenlijk heel goed doen. Bijvoorbeeld omdat er genoeg alternatieve kankertherapieën op de markt zijn, waardoor er minder vraag is.”

“Mogelijk kijken we in Nederland kritischer naar nut en noodzaak van het voorschrijven van een nieuw kankermedicijn”, voegt Vintura-collega Bas Amesz toe. 

Maar, zo zeggen de twee adviseurs, “gezien het grote verschil in gebruik, ook vergeleken met landen in Oost-Europa, lijkt er meer aan de hand.” Kortom, er is genoeg reden voor vervolgonderzoek.