EU komt met verordening tegen greenwashing

13 april 2020 Consultancy.nl 5 min. leestijd

Investeerders die groen willen beleggen krijgen het iets gemakkelijker. De EU komt met een verordening tegen greenwashing. Daardoor mogen bedrijven zichzelf niet meer zomaar duurzaam noemen, en krijgen beleggers betere handvatten om het kaf van het koren te scheiden. Nina Peters van compliance consultancybureau Charco & Dique geeft toelichting.

De roep om duurzaam ondernemen klinkt steeds luider, en bedrijven geven massaal gehoor. Helaas niet altijd op de gehoopte manier. Terwijl veel bedrijven zich wel degelijk inspannen om hun ecologische voetafdruk te verkleinen – of zelfs een positieve bijdrage te leveren aan een beter milieu – zijn er ook tal van anderen die graag meeliften op de groene golf, maar zich daar niet te veel voor willen inspannen: een groen imago scoort, maar het mag niet ten koste gaan van de kwartaalcijfers.

Het fenomeen is inmiddels zo bekend dat het een eigen naam heeft gekregen: greenwashing, oftewel jezelf groener voordoen dan je bent. Dit betekent niet per se dat je moet liegen. Je kunt ook simpelweg heel veel aandacht vestigen op dat ene kleine milieuvriendelijke initiatief dat je hebt opgestart.

Neem influencer Anna Nooshin, die op Instagram blij poseerde met een drinkflesje van gerecycled plastic, en de loftrompet stak over Shell, dat het flesje ontwikkelde. Ondertussen staat Shell op de zevende plaats van bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste CO2-uitstoot sinds 1965.

Of Ryanair, dat eerder dit jaar in opspraak kwam vanwege een campagne die het vorig jaar lanceerde met de kreet ‘Europe’s lowest fares, lowest emissions airline’. Wat bleek? Ryanair baseerde die stelling op een onderzoek uit 2011, waarin veel andere luchtvaartmaatschappijen bovendien niet eens waren meegenomen.

EU komt met verordening tegen greenwashingHet fenomeen greenwashing is vervelend voor consumenten die aan het milieu willen denken bij wat zij aanschaffen, maar ook voor beleggers die uitsluitend willen investeren in duurzame bedrijven. Want hoe weet je of een bedrijf dat claimt groen te zijn het ook echt is? De Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en toezichthouder AFM onderkennen dit probleem, en de EU komt nu met een taxonomieverordening, die korte metten moet maken met bedrijven die investeerders (en consumenten) om de (niet zo groene) tuin proberen te leiden.

Vier criteria

De EU hanteert vier criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of een bedrijf zichzelf al dan niet in de markt mag zetten als duurzaam. De activiteiten van het bedrijf (1) moeten bijdragen aan minimaal één van de zes klimaat- en/of milieugerelateerde duurzaamheidsdoelen van de EU, (2) mogen geen schade opleveren aan een van de andere duurzaamheidsdoelen, (3) moeten voldoen aan de standaarden van de International Labour Organization, en (4) moeten voldoen aan verschillende technische beoordelingscriteria.

“Het is eigenlijk heel simpel: voldoe je aan deze criteria, dan mag je de duurzaamheidsclaims uit de verordening gebruiken. Voldoe je niet, dan mag je deze claims niet gebruiken”, legt Nina Peters van compliance consultancybureau Charco & Dique uit. “Voor beleggers wordt het hierdoor makkelijker om het kaf van het koren te scheiden. Als een onderneming een duurzaamheidsclaim maakt die genoemd is in de verordening (bijvoorbeeld: ‘ecologisch duurzaam’), dan weet je als belegger voortaan precies wat dit betekent.”

Zo zorgt de verordening – die vanaf december 2021 gefaseerd in werking treedt – dat bedrijven, maar ook fondsbeheerders, niet zomaar het stickertje ‘duurzaam’ op hun producten mogen plakken. “Zij zullen moeten nagaan of de betreffende activiteit daadwerkelijk voldoet aan de eisen van de taxonomieverordening, en opletten dat ze geen termen gebruiken die ze niet mogen gebruiken”, aldus Peters. “Zo voorkomen ze compliance- en reputatieproblemen.”

“Organisaties die voldoen aan de criteria om duurzaamheidsclaims te gebruiken, kunnen zich duidelijker onderscheiden van partijen die niet deze niet mogen gebruiken.”

De verordening maakt het mogelijk valsspelers aan te pakken, maar werkt ook als extra steuntje in de rug voor de bedrijven die hun groene beloftes wél waarmaken. “Organisaties die voldoen aan de criteria om duurzaamheidsclaims te gebruiken, kunnen zich duidelijker onderscheiden van partijen die niet deze niet mogen gebruiken”, licht Peters toe. “Gelet op de steeds groenere voorkeuren van beleggers, kan dit ervoor zorgen dat het voor ‘groene organisaties’ eenvoudiger wordt om kapitaal op te halen.”

Haken en ogen

Terwijl de komst van de verordening een grote stap voorwaarts lijkt, zitten er nog wel wat haken en ogen aan de daadwerkelijke handhaving. Zo zal behoorlijk wat capaciteit en data nodig zal zijn om te kunnen vaststellen welke claims wel en niet gemaakt mogen worden. Gebruikmaking van de taxonomie kan daardoor – met name voor kleine partijen – de nodige voeten in de aarde hebben.

Ook zijn de definitieve technische criteria nog niet vastgesteld. “Als deze criteria ruimte laten voor verschillende interpretaties, zou het zomaar kunnen dat de taxonomie uiteindelijk minder duidelijkheid geeft dan de bedoeling was”, geeft Peters aan.

Ten slotte richt de verordening uitsluitend op klimaat- en milieuclaims. “Willen we alle vormen van greenwashing tegengaan, dan zullen we ook voorwaarden moeten verbinden aan claims op het gebied van sociale (S) en governance (G)-factoren”, vindt Peters. “Zo voorkomen we ook meteen dat beleggers hun vermogen disproportioneel alloceren aan beleggingen die goed scoren op E-gebied, waardoor er minder vermogen overblijft voor projecten die S- en/of G-vriendelijk zijn.”