CE Delft stelt klimaatplan op voor zware industrie in de Delta-regio

07 mei 2018 Consultancy.nl

Elf grote bedrijven in Zeeland, Oost-Vlaanderen en het westen van Noord-Brabant die zorgen voor veel CO2-uitstoot hebben onlangs hun aanpak gepresenteerd om de klimaatdoelstellingen van Parijs te behalen. Daartoe beroepen ze zich op alternatieven energiebronnen en duurzame technologie. Met het plan gaat minimaal €700 miljoen gepaard, terwijl daarbovenop nog een aanzienlijke investering in het energietransportnetwerk vereist is. De bedrijven leggen die financiële verantwoordelijkheid neer bij de overheden en netwerkbeheerders.

De Nederlandse regio West-Brabant, een groot stuk van de provincie Zeeland en een deel van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen worden samen ook wel de Delta-regio genoemd. Elf grote concerns uit deze regio die veel CO2 uitstoten, hebben de krachten gebundeld om de in het Akkoord van Parijs vastgestelde klimaatdoelstellingen voor 2050 te behalen. Onder de aangesloten bedrijven bevinden zich partijen als het chemieconcern Dow Benelux in Terneuzen, de aardolieraffinaderij Zeeland Refinery nabij Vlissingen en de staalgigant Arcelor-Mittal in Oost-Vlaanderen, nabij de Nederlandse grens.

Het initiatief – genaamd Smart Delta Resources (SDR) – tracht het energie- en grondstoffengebruik van de betrokken partijen de komende jaren drastisch te verminderen, waardoor zij uiteindelijk 85% tot 95% minder CO2-uitstoot produceren dan in 1990. Zo werken de elf SDR-bedrijven al samen middels gedeelde netwerken waarmee ze elkaar voorzien van reststromen water, waterstof en warmte. Voor hulp bij de verdere routebepaling naar minder uitstoot schakelden de partijen onlangs onderzoeks- en adviesbureau CE Delft in.

Waar publiek- en privaatgebied overlappen

In het onderzoeksrapport van CE Delft – dat luistert naar de naam ‘Routekaart richting een klimaatneutrale industrie in de Delta-regio’ – is te lezen dat de SDR-bedrijven alle zeilen zullen moeten bijzetten. Zo is het nodig dat ze beginnen hun energievoorzieningen te verduurzamen door bijvoorbeeld een beroep te doen op groene elektriciteit, waterstof en hernieuwbare energie uit zonne- of windenergie. Die stappen vereisen een transnationale samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse bedrijven en overheden. Volgens de onderzoekers hebben de betrokken overheden reeds kleur bekend: “Zowel de Vlaamse als de Nederlandse overheid hebben vastgesteld dat de regio bijzondere aandacht verdient wat betreft de moeilijke transitie naar een CO2-neutrale procesindustrie.”

Vanzelfsprekend worden de elf partijen niet van de ene op de andere dag energie- en CO2-neutraal. Wel zijn er in de nabije toekomst al mogelijkheden voor handen om flinke stappen te zetten, met name op het gebied van energie-efficiëntie, infrastructuur en circulaire productie. In het licht van de forse verplichte emissiereductie in het jaar 2030 – vastgesteld door de Europese Commissie – bieden die mogelijkheden een grote kans voor de regio om de benodigde infrastructuur voor het transport van CO2 te realiseren.

Roadmap naar een klimaatneutralere industrie in het Deltagebied en de effecten van de voorgestelde projecten

Plan de campagne

De SDR-bedrijven zullen volgens het onderzoek investeren in acht projecten waarmee de weg naar een klimaatneutrale industrie wordt ingezet. In de bovenstaande grafiek geeft de positie van de hoofdletters aan vanaf welk tijdstip een project het daarmee nagestreefde resultaat oplevert. Vier projecten zijn gericht op klimaatneutrale energiedragers en CO2-vrije energiebronnen, waaronder: een robuuste en kosteneffectieve ontwikkeling van de infrastructuur voor elektriciteitsnetwerken (A), het flexibel produceren van waterstof in de regio (B), een regionaal open netwerk voor waterstof (C) en het benutten van het geothermisch potentieel in Bergen op Zoom (F).  

Daarnaast wordt ook geïnvesteerd in de productie van circulaire plastics (D) en in de reductie van de energievraag door innovatieve technologieën zoals warmtepompen te implementeren (G). Verder is een project gericht op de CO2-afvang en -opslag (E) en tevens een op de benutting van uitstoot (H). De twee laatste projecten – het warmtepompenproject (G) en het benutten van het geothermisch potentieel in Bergen op Zoom (F) – “zijn kleiner en zullen daarom parallel met de andere projecten worden uitgevoerd”, aldus de onderzoekers. 

Uit het onderzoek blijkt dat, voor het bewerkstellingen van de gewenste emissieverlaging in 2050, de grootste rol is weggelegd voor waterstof. Dat gebeurt middels de projecten B en C, waarmee de SDR-bedrijven hun CO2-uitstoot met ruim 30% kunnen verminderen. Met de CO2-afvang en -opslag kan een vermindering van bijna 24% worden gerealiseerd. Daarbij moet wel worden vermeld dat momenteel de totale CO2-uitstoot van 20 megaton per jaar middels de benutting van de CO2-uitstoot al met 5,5% is verlaagd tot 18,9 megaton per jaar. In 2050 zal de benutting van CO2 de totale uitstoot met circa 20% verminderen. Innovatieve technologieën en het gebruik van circulaire grondstoffen zullen in 2050 goed zijn voor een krappe 16% van de beoogde CO2-reductie. De overige maatregelen en projecten gaan volgens de onderzoekers over ruim dertig jaar een uitstootbesparing van zo’n 10% opleveren.

Centenkwestie

De acht projecten zullen de komende jaren tezamen een investering van ongeveer €700 miljoen vereisen. Dat bedrag is exclusief de investering die nodig is om de infrastructuur te realiseren en het betrekkelijk onontwikkelde elektriciteitsnetwerk te verbeteren, waarover momenteel echter nog financiële onduidelijkheid heerst: wie verantwoordelijk is voor welk deel van het bonnetje zal nog moeten blijken. Het meest urgent zijn het netwerk voor de windenergie die op zee zal worden gewonnen en het transportnet voor waterstof en CO2. Om die plannen te bewerkstelligen, hebben de SDR-bedrijven inmiddels toenadering gezocht tot de nationale energienetwerkbeheerder Tennet, de Gasunie en Enduris, een regionale beheerder.

Daniël Goedhuis, werkzaam bij SDR als programmamanager, stelt in het FD dat de elf bedrijven niet bereid zijn om de kosten van de netwerkrenovatie te betalen: “Het is niet voor de hand liggend dat bedrijven in infrastructuur en het beheer ervan gaan investeren. Dat is een heel andere businesscase met een heel lange verdientijd.” Goedhuis oppert dat mogelijk ook het bestaande gasnetwerk kan worden benut, waar de komende jaren steeds minder gebruik van wordt gemaakt. Dit is ook in lijn met recente politieke ontwikkelingen, zoals het breed gedragen manifest om van de gasgestookte cv-ketel af te stappen.

Nieuws

Meer nieuws over