Financieringsmarkt toegankelijker voor grote dan kleine bedrijven

15 november 2017 Consultancy.nl

Circa een derde van alle bedrijven in ons land heeft in 2016 gekeken naar de mogelijkheden om externe financiering aan te trekken. Dit is ongeveer evenveel als het jaar ervoor. Gemiddeld genomen werd in 85% van de aanvragen de financiering ook toegekend. Opvallend is dat grote bedrijven een stuk succesvoller zijn in hun financieringsrondes dan kleine ondernemers, blijkt uit onderzoek van Panteia.

De mogelijkheid externe financiering aan te trekken is van groot belang voor het bedrijfsleven en de ontwikkeling daarvan. De financiële crisis die in 2008 uitbrak, maakte dat veel ondernemers moeite hadden om financiering aan te trekken. Sinds 2009 publiceert advies- en onderzoeksbureau Panteia in opdracht van het ministerie van Economische Zaken de halfjaarlijkse Financieringsmonitor, waarin een beeld wordt geschetst van de financieringsbehoefte van het particuliere bedrijfsleven en de manier waarop hierin wordt voorzien. Voor de nieuwste editie, Financieringsmonitor 2017-1, werd een enquête gehouden onder 1.500 Nederlandse bedrijven.

In het onderzoek is veel aandacht voor de schaalverschillen tussen bedrijven, waarbij vier categorieën worden onderscheiden. Ten eerste zijn er de microbedrijven met 2-9 werknemers, daarnaast de kleine bedrijven met 10-49 medewerkers, de middelgrote bedrijven met 50-249 personeelsleden en, tot slot, de grote bedrijven met minimaal 250 mensen in dienst. Eenmansbedrijven zijn niet meegenomen in het onderzoek*. Over het algemeen kan op basis van het onderzoek worden geconcludeerd dat bedrijven in toenemende mate succesvol zijn bij het aanvragen van externe financiering. Tegelijkertijd neemt het volume uitstaande leningen van grote banken aan het mkb af. Ook wordt opgemerkt dat de investeringen van bedrijven sterk aantrekken, waarmee de kapitaalbehoefte van bedrijven ook toeneemt.

Financiering van het particuliere bedrijfsleven

Oriëntatie

In de periode april 2016 - maart 2017 heeft 30% van alle bedrijven zich georiënteerd op het aantrekken van financiering, ongeveer net zoveel als een jaar eerder. Grote bedrijven deden dit gemiddeld iets vaker (34%) dan micro-, kleine en middelgrote bedrijven (allen 27%). Ook hebben bedrijven die in 2016 winst maakten zich veel vaker dan gemiddeld georiënteerd op het verkrijgen van financiering. De onderzoekers achten het hierbij “aannemelijk dat winstgevende bedrijven eerder gericht zijn op investeringen en expansie”.

Daarnaast blijkt dat bedrijven met een gemiddelde of lage solvabiliteit zich ook vaak oriënteren op het verkrijgen van geld, daarbij gedreven door een grotere behoefte aan werkkapitaal. Bedrijven met een hoge solvabiliteit oriënteren zich daarentegen vrij weinig op financiering doordat zij eerder eigen middelen beschikbaar hebben. Volgens Panteia is dit effect sterker aangezien de winstgevendheid van bedrijven de laatste tijd in de lift zit. Tot slot blijkt dat snelgroeiende ondernemingen zich niet vaker oriënteren op financiering dan overige bedrijven. Van de 70% van de bedrijven die zich niet oriënteerden, gaf 78% simpelweg aan dat er geen financiering nodig was. Daarnaast stelt 11% dat het moederbedrijf hierover beslist en laat 6% weten dat het bestaande krediet reeds voldoet. Deze uitkomsten zijn stabiel ten opzichte van eerdere edities van de monitor.

Motivatie

Wat betreft de bedrijven die wel om zich heen keken, blijkt dat het investeren in bedrijfskapitaal en huisvesting met grote afstand van de rest de belangrijkste reden vormt (81%), gevolgd door werkkapitaal (28%), herfinanciering (25%) en groei en overname (25%). In vergelijking met eerdere edities van de monitor, wijst Panteia op het toegenomen belang van bedrijfskapitaal en investeringen en het afgenomen belang van werkkapitaal, wat volgens de onderzoekers “duidt op een sterkere financiële positie van de bedrijven”.

Onder deze oriënterende bedrijven blijkt de eigen huisbank met 76% verreweg de populairste plek om aan te kloppen voor financiering. Andere veelgenoemde opties zijn andere banken (37%), leasing & factoring (12%) en eigen middelen (8%). Tijdens deze fase beroepen bedrijven zich daarnaast vaak op de bedrijfsadviseur, met name in het mkb. “Deze kennen het bedrijf goed, en spelen voor de ondernemer een soort vertrouwensrol”, aldus de onderzoekers. Opgeteld oriënteerde het mkb zich dit jaar voor een bedrag van ruim €15 miljard aan financiering, iets minder dan een jaar geleden. Panteia wijst ter verklaring op de toegenomen winstgevendheid, die meer bedrijven in staat zou stellen hun investeringen uit ingehouden winsten te financieren.

Financiering aangevraagd door het MKB

Aanvraag

Van de 30% van de bedrijven die zich oriënteerden, ging 81% ook daadwerkelijk over tot het doen van een aanvraag. Hier geldt dat hoe groter het bedrijf is, hoe groter de kans is dat er een aanvraag plaatsvond: bij microbedrijven deed 71% dit, bij kleine bedrijven 78%, bij middelgrote bedrijven 83% en bij grote bedrijven 86%. Oriënterende bedrijven die toch van financiering afzagen, deden dat vooral omdat ze die uiteindelijk niet nodig bleken te hebben.

Binnen het mkb werd opgeteld bijna €12 miljard aan financiering aangevraagd, oftewel 76% van het bedrag waarop men zich oriënteerde. Dit bedrag is kleiner dan in eerdere edities van de Financieringsmonitor, maar de verhouding tussen aangevraagde financiering en het bedrag waarop men zich aanvankelijk georiënteerd had, is volgens de onderzoekers wel stabiel te noemen: “Het aantal bedrijven dat daadwerkelijk financiering aanvraagt neemt toe, het gemiddelde bedrag waarvoor financiering wordt aangevraagd neemt echter af, wat de afname van de totaal voor het MKB aangevraagde financiering verklaart.”

Gekeken naar waar de financieringsaanvraag uiteindelijk werd ingediend, blijkt de respons grofweg gelijk te lopen met die op de vraag naar waar men zich oriënteert voor financiering: 71% klopt aan bij de huisbank, 34% bij een andere bank, 12% beroept zich op leasing & factoring en 1% op crowdfunding. Het overgrote deel (92%) van de gezochte financiering is vreemd vermogen, terwijl 5% eigen vermogen is en de overige 3% uit een combinatie van beiden bestaat. Voor kleinere bedrijven winnen alternatieve financieringsbronnen (bijv. crowdfunding) geleidelijk aan belang.

Resultaat

Dat een aanvraag wordt ingediend, betekent natuurlijk niet dat deze ook wordt toegekend; dit is aan de potentiële financier. Over de belichte periode ontving 85% van de aanvragende het gehele verzochte bedrag, terwijl 3% hier een deel van kreeg toegewezen en 11% helemaal niets. Op dit vlak tekent zich een duidelijk verschil af tussen de grote en kleine ondernemingen. In het micro- en kleinbedrijf wordt respectievelijk 34% en 24% van de aanvragen afgewezen, terwijl dit in het midden- en grootbedrijf slechts 6% en 0% betreft.

Ingezoomd op het mkb, blijkt dat gemiddeld 76% zijn aanvraag geheel toegekend ziet, 4% een deel van het gevraagde geld krijgt en de overige 20% geheel wordt afgewezen. In totaal wordt €9 miljard van de aangevraagde €12 miljard uitgekeerd, oftewel 75%, een aandeel dat de laatste jaren ongeveer constant was. Panteia: “Trendmatig gezien neemt het percentage afwijzingen sinds 2014 af, terwijl het percentage aanvragers dat zijn aanvraag geheel gehonoreerd ziet, juist geleidelijk toeneemt.” Deze mkb-bedrijven betalen overigens meer rente dan grote ondernemingen vanwege “een hoger afbreukrisico voor de financier”.

Aanvragen van financiering

In de meeste gevallen waarin een aanvraag werd geweigerd, vond de financier het risico te hoog (28%). Andere genoemde redenen zijn een te lage solvabiliteit (12%) en een gebrek aan interesse (10%). De helft van de respondenten (50%) geeft echter aan dat er een andere reden achter de afwijzing zat. Gevraagd naar de gevolgen van het niet ontvangen van financiering, geeft iets minder dan twee derde (62%) aan dat dit een rem op de groei van een bedrijf zal zetten, een veel groter deel dan in voorgaande jaren. Ruim een derde (34%) van de bedrijven waaraan de financiering niet werd verleend, geeft aan dat de afwijzing uiteindelijk geen gevolgen had.

Verwachtingen

Met het oog op de toekomst van het bedrijfsleven werd ook gekeken welke verwachtingen bedrijven hebben ten aanzien van financiering. Hieruit blijkt dat 23% van de bedrijven het komende jaar een financieringsbehoefte voorziet. Wederom zijn het de (middel)grote bedrijven die het vaakst financiering willen aantrekken. 26% van de grootbedrijven en 24% van de middenbedrijven verwacht een financieringsbehoefte te zullen hebben, terwijl dit aandeel onder de micro- en kleinbedrijven beiden op 19% uitkomt. Het Nederlandse gemiddelde van 23% is volgens Panteia in lijn met eerdere edities van de monitor: “Het patroon van verwachte financiering toont sterke overeenkomst met de in het afgelopen jaar gerealiseerde oriëntatie op financiering op aspecten als bedrijfsgrootte, sector, winstgevendheid, solvabiliteit en groei van de onderneming.”

Hierbij merken de onderzoekers op dat het niet om dezelfde bedrijven gaat, aangezien slechts 7% van de bedrijven die zich het afgelopen jaar op financiering georiënteerd hebben, aangeeft ook de komende twaalf maanden een financieringsbehoefte te verwachten. Het mkb verwacht het komende jaar in totaal zo’n €8 miljard aan financiering aan te vragen, waarvan men denkt dat ongeveer €7 miljard zal worden toegekend.

De onderzoekers geven aan dat dit significant minder is dan in de Financieringsmonitor van een jaar geleden (2016-1) en ook minder dan het bedrag waarop men zich het afgelopen jaar oriënteerde. “Mogelijk is de verbeterde winstgevendheid van bedrijven debet aan deze daling, dit stelt bedrijven immers in staat investeringen uit eigen middelen te financieren”, aldus de onderzoekers.

* Ook niet meegenomen in de Financieringsmonitor zijn financiële instellingen en bedrijven uit de onroerendgoedsector en de zorg.

Nieuws