‘Stop met eindeloos vacatures plaatsen, start met opleiden’: Hoe gemeenten het tekort aan planeconomen wél kunnen oplossen

‘Stop met eindeloos vacatures plaatsen, start met opleiden’: Hoe gemeenten het tekort aan planeconomen wél kunnen oplossen

19 januari 2026 Consultancy.nl
‘Stop met eindeloos vacatures plaatsen, start met opleiden’: Hoe gemeenten het tekort aan planeconomen wél kunnen oplossen

Gemeenten kampen al jaren met een structureel tekort aan planeconomen. Dus blijven ze maar vacatures plaatsen. Maar hoe kun je professionals werven die er niet zijn? Er is dan ook een radicaal andere aanpak nodig, stelt Martijn Kooiman, commercieel directeur van PAS bv: “De echte oplossing ligt in slimme teamopbouw, langdurige begeleiding en regionale samenwerking.”

Martijn Kooiman beweegt zich al meer dan 25 jaar in de wereld van planeconomie. Kijkend naar de verschillende vacaturesites, ziet hij al jarenlang hetzelfde patroon: “De functie planeconoom verdwijnt bij gemeenten eigenlijk nooit uit beeld: vrijwel continu staan er tien tot twintig vacatures open. Het is geen tijdelijke krapte en ook geen conjuncturele piek – het is een structureel tekort.”

Dit tekort is niet alleen vervelend voor de gemeenten zelf, maar voor de hele samenleving. “Vanwege de woningnood ligt er een gigantische bouwopgave. Het gebrek aan planeconomen raakt direct aan de uitvoeringskracht van gebiedsontwikkeling en woningbouw, en brengt daarmee de haalbaarheid van deze opgave in gevaar.”

Recent onderzoek van PAS bv en BLCKBOX laat zien dat Nederland momenteel zo’n 730 planeconomen telt. Om de huidige en toekomstige ruimtelijke opgaven te realiseren, zijn er naar schatting minimaal 1.000 nodig. Er is dus een structureel tekort van ongeveer 300 specialisten.

Veel hengels in een kleine vijver

Veruit de meeste planeconomen – zo’n 70% – werken bij gemeenten. “Die gemeenten vissen dus grotendeels in dezelfde kleine vijver”, schetst Kooiman. “En die vijver groeit nauwelijks, terwijl de vraag blijft toenemen.”

Geen wonder dan ook dat veel posities maandenlang onvervuld blijven – ondanks herhaalde wervingsrondes. “Toch blijven gemeenten doen wat ze altijd deden: opnieuw een vacature plaatsen en hopen dat het deze keer wel lukt.”

“Door uitsluitend op senioriteit te werven, blijven vacatures onnodig lang openstaan.”

Daarbij gaan ze volgens Kooiman voorbij aan het echte probleem: er zijn simpelweg niet voldoende planeconomen. In plaats van te zoeken naar duurzame oplossingen, ziet hij gemeenten vaak “creatief werven”, waarmee ze het probleem alleen maar verder compliceren.

De vijver verkleinen

Zo maken ze het zichzelf nog moeilijker door uitsluitend te werven voor seniorrollen. “Veel gemeenten hebben formatieruimte, maar geen kandidaten. De reflex is dan om te zoeken naar ‘de juiste senior’. Dat verkleint de vijver alleen maar verder.”

Bovendien, benadrukt hij, vereist een groot deel van het planeconomische werk helemaal geen senior-niveau. “Door uitsluitend op senioriteit te werven, blijven vacatures onnodig lang openstaan en blijft werk liggen dat prima door junioren of mediors uitgevoerd kan worden – mits goed begeleid.”

Functie-krimpflatie

Ook ziet hij een tegenovergestelde beweging: gemeenten die juist een junior of beginnende medior inzetten op een medior- of seniorfunctie, inclusief bijbehorende schaal. “Niet omdat dat inhoudelijk de beste keuze is, maar omdat ‘je toch wat moet’.”

Kooiman vindt deze “functie-krimpflatie” begrijpelijk, maar wederom biedt het geen structurele oplossing. “De beloning past niet bij de ervaring, terwijl de verwachtingen vaak wél die van een senior blijven. Ook schiet de begeleiding er in de praktijk regelmatig bij in, wat leidt tot verhoogde werkdruk, grotere foutgevoeligheid en een snellere uitstroom naar een volgende werkgever.”

Zero-sum-spel

Zo blijven al die gemeenten vissen in dezelfde vijver, die ze ook nog eens kleiner én duurder maken. In plaats van dat ze samenwerken aan echte oplossingen, zitten ze elkaar zo in de weg.

Het tekort aan planeconomen vormt een grote bottleneck in de realisatie van de woningbouwopgave

Het tekort aan planeconomen vormt een grote bottleneck in de realisatie van de woningbouwopgave.

“Met name grote en middelgrote gemeenten trekken vaak planeconomen weg bij buurgemeenten”, stelt Kooiman. “Dat werkt lokaal, maar niet collectief: ze creëren een zero-sum-spel – het totale tekort blijft net zo groot.”

Drie oplossingsrichtingen

Kortom: dat moet anders. Maar hoe? Volgens Kooiman vraagt het om een nieuwe benadering van het vraagstuk: “Zolang de oplossing wordt gezocht in individuele werving of functieverzwaring, verandert er weinig. Dit is geen klassiek HR-probleem, maar een vraagstuk op het gebied van arbeidsmarktontwerp en organisatie-inrichting.”

Hij ziet drie belangrijke oplossingsrichtingen om dit vraagstuk wél effectief aan te pakken.

1: Denk in teams

Ten eerste moeten gemeenten niet denken in titels, maar in teams – bestaande uit één senior of medior en één junior of trainee. “Daarmee sla je drie vliegen in één klap: je vergroot direct de uitvoeringscapaciteit, ontlast je senioren én creëert een structurele opleidingslijn.”

Dit werken in teams past bovendien goed bij de aard van het vakgebied. “Planeconomie is een vak waarin controle, reflectie en het vierogenprincipe essentieel zijn. Voor kwaliteit en continuïteit zijn er in feite altijd minimaal twee planeconomen nodig binnen een organisatie.”

2: Leid zelf planeconomen op

Het sluit ook direct aan op de tweede oplossingsrichting: gemeenten zelf medeverantwoordelijk maken voor het opleiden van nieuwe planeconomen. “Wat vaak wordt onderschat: een planeconoom leid je niet in enkele maanden op – vakvolwassenheid ontstaat over jaren, waarin theoretische kennis, praktijkervaring en bestuurlijke sensitiviteit hand in hand moeten gaan.”

“Zolang gemeenten elkaar blijven leegkopen, functies oprekken en opleiding onderschatten, verandert er weinig.”

Daarmee is het bij uitstek een vak dat je leert in de praktijk. “Het vraagt structurele begeleiding door ervaren planeconomen. Hierin kunnen met name gemeenten met veel senioriteit veel actiever een rol in oppakken.”

3: Werk samen en deel kennis

Tot slot roept Kooiman gemeenten op om niet langer onderling te strijden om dat schaarse talent, maar juist samen te werken om de totale vijver groter te maken én te zorgen dat de planeconomen die er wel zijn efficiënter en effectiever te werk kunnen gaan.

“Gezamenlijke traineeships, regionale vakgroepen en een gedeelde inzet van senioren voor coaching verminderen onderlinge concurrentie en versterken de uitvoeringskracht als geheel”, legt hij uit.

Het vak serieus organiseren

Langs deze drie oplossingsrichtingen kan het structurele tekort aan planeconomen volgens Kooiman eindelijk duurzaam worden aangepakt. Hij roept gemeenten en de landelijke overheid dan ook op hier snel werk van te maken.

“Woningbouw is een topprioriteit. Dat vraagt voldoende vakmensen – nu én over vijf en tien jaar. Zolang gemeenten elkaar blijven leegkopen, functies oprekken en opleiding onderschatten, verandert er weinig. De echte oplossing ligt in slimme teamopbouw, langdurige begeleiding en regionale samenwerking. Wie woningbouw écht prioriteit geeft, moet ook het vak dat dit mogelijk maakt serieus organiseren.”

More on: PAS bv
Netherlands
Company profile
PAS bv is a Netherlands partner of Consultancy.org