Terugverdientijd van thuisbatterij varieert van 3 tot 12 jaar
De terugverdientijd van een thuisbatterij in Nederland varieert sterk: bij de meest voordelige strategie ligt hij tussen de drie en twaalf jaar. Dat blijkt uit een recent rapport van Berenschot, dat in opdracht van Zonneplan de economische haalbaarheid van thuisbatterijen onderzocht.
De energietransitie zorgt voor een snelle toename van zonne-energie in Nederlandse huishoudens. Tegelijkertijd komt de salderingsregeling – een belastingvoordeel waarmee huishoudens teruggeleverde zonnestroom één-op-één kunnen wegstrepen tegen hun verbruik – binnen enkele jaren te vervallen.
Hierdoor wordt het steeds belangrijker om opgewekte energie slim op te slaan en te gebruiken op momenten dat de zon niet schijnt. Daarnaast leidt de snelle groei van hernieuwbare energie tot meer prijsvolatiliteit en onbalans op het elektriciteitsnet. Thuisbatterijen kunnen deze uitdagingen helpen opvangen door flexibiliteit te bieden en pieken in vraag en aanbod te balanceren.

Het aantal geïnstalleerde thuisbatterijen groeit snel: eind 2024 telde Nederland circa 40.000 systemen. Berenschot verwacht dat deze groei zal versnellen zodra de salderingsregeling wordt afgeschaft.
Vier strategieën
In zijn analyse gaat Berenschot uit van een gemiddeld huishouden met tien zonnepanelen en een jaarlijks verbruik van 3.500 kWh.
De onderzoekers onderscheiden vier manieren waarop huishoudens hun thuisbatterij kunnen inzetten. De eerste strategie is besparen op de eigen energierekening: vooral met een kleine batterij (2 kWh) en tijdsgebonden tarieven is dit rendabel, omdat de batterij dan vooral wordt gebruikt om goedkope stroom op te slaan voor eigen gebruik.

Bij grotere batterijen (20 kWh) wordt gekeken naar inzet op de energiemarkten, waarbij geprofiteerd kan worden van prijsverschillen op de spot- en dagvooruitmarkt. Een derde optie is het leveren van balanceringsdiensten aan de netbeheerder, waarmee de batterij bijdraagt aan het stabiel houden van het elektriciteitsnet en je daar een vergoeding voor ontvangt.
Het meest aantrekkelijk blijkt echter de combinatiestrategie, waarbij de batterij flexibel wordt ingezet op verschillende markten. In dit scenario wordt een deel van de batterijcapaciteit gereserveerd voor eigen gebruik, terwijl de rest wordt gebruikt voor handel op de day-ahead-, intraday- en onbalansmarkt.
Deze aanpak is het minst gevoelig voor schommelingen en levert in het gunstigste geval een terugverdientijd van drie jaar op. In minder gunstige omstandigheden kan deze echter oplopen tot twaalf jaar
Onzekerheden en gevoeligheden
Dat de terugverdientijd zich zo lastig laat voorspellen komt doordat hij sterk wordt beïnvloed door een aantal externe factoren. Zo maakt een hoge prijsvolatiliteit op de energiemarkten het aantrekkelijker om te handelen met de batterij, maar als deze volatiliteit afneemt, stijgt de terugverdientijd snel.

Ook de zogeheten dubbele energiebelasting – waarbij zowel bij het laden als het terugleveren belasting wordt geheven – drukt zwaar op het rendement. Vooral na het afschaffen van de salderingsregeling wordt dit een belangrijk aandachtspunt voor huishoudens. Daarbij kunnen tijdsgebonden netwerktarieven en stijgende investeringskosten de businesscase verder onder druk zetten.
Volgens Berenschot is een terugverdientijd van drie tot vier jaar haalbaar als er een oplossing komt voor de dubbele energiebelasting, de marktvolatiliteit op peil blijft en de investeringskosten stabiel zijn. In een scenario waarin deze factoren negatief uitpakken, kan de terugverdientijd oplopen tot twaalf jaar.
Thuisbatterijen blijven naar verwachting renderen, maar de optimale inzet en terugverdientijd zijn sterk afhankelijk van marktontwikkelingen en overheidsbeleid. Voor huishoudens die overwegen te investeren in een thuisbatterij is het raadzaam om de businesscase goed door te rekenen en de ontwikkelingen in regelgeving en energiemarkten nauwgezet te volgen.
“Batterijen hebben aantoonbaar een plek in het toekomstige energiesysteem”, concludeert Thijs Verboon, onderzoeker bij Berenschot. “Niet alleen vanwege financiële kansen, maar ook door de steeds belangrijkere rol in het verduurzamen en balanceren van het Nederlandse energiesysteem.”
