‘Werkgelukcijfer in Nederland daalt fors’
Voor het eerst sinds de lancering van de werkgeluktest beoordelen de respondenten hun werkgeluk met een onvoldoende. Driessen Groep, het bureau achter de test, noemt de uitslag zorgwekkend.
Sinds 2018 vraagt Driessen Groep respondenten om hun werkgeluk te beoordelen met een rapportcijfer. Jarenlang bleef dat cijfer redelijk stabiel, maar dit jaar is er ineens een flinke daling te zien.
In 2018 gaven de deelnemers nog een gemiddelde score van 6,9. Dit cijfer schommelde vervolgens tussen 6,3 en 6,4 in de jaren 2019 tot en met 2023, maar is in 2024 gedaald naar een 5,3.
“Het is schokkend dat het werkgeluk gemiddeld zo’n laag cijfer scoort”, reageert Jeroen Driessen, CEO van Driessen Groep.

Martijn Burger, academisch directeur van het Erasmus Happiness Economics Research Organization (EHERO), noemt de bevindingen opvallend, mede omdat deze plotselinge daling niet te zien is in andere landelijke onderzoeken naar werkgeluk, zoals dat van onderzoeksbureau Newcom.
Aanvullend onderzoek nodig
Mogelijke verklaringen ziet hij in een toename van de ervaren werkbelasting en onzekerheden op de arbeidsmarkt. Het zou echter ook kunnen dat een een andere samenstelling van de respondenten die dit jaar de werkgeluktest hebben ingevuld een rol speelt.
“We staan voor de uitdaging om te begrijpen of er werkelijk sprake is van een bredere neerwaartse trend in werkgeluk”, aldus Burger. “Daarvoor is aanvullend onderzoek onder de respondentengroep noodzakelijk.”
Ook Driessen benadrukt de noodzaak van verder onderzoek. “Het is belangrijk om te achterhalen wat er precies speelt, zodat we samen met werkgevers en werknemers gericht kunnen werken aan het vergroten van werkgeluk in Nederland.”
Zelfreflectie
Voor nu roept hij werkgevers al wel op tot zelfreflectie. “Het verlies van werkgeluk kan wijzen op bredere problemen, zoals hoge werkdruk of een mismatch tussen persoonlijke waarden en de werkomgeving. Werkgevers moeten proactief handelen en een veilige, ondersteunende werkcultuur creëren waarin werkgeluk wordt bevorderd.”

Hiervoor biedt Driessen Groep ook al enkele aangrijpingspunten. Het bureau onderzocht de invloed van autonomie, competentie, verbondenheid en zingeving op het werkgeluk van medewerkers. Autonomie blijkt de grootste impact te hebben, gevolgd door zingeving en verbondenheid. Competentie blijkt van de vier onderzochte componenten het minst belangrijk voor werkgeluk.
Tegelijk is dit juist de factor waar de meeste medewerkers tevreden over zijn: 81% vindt dat ze hun competenties in hun functie voldoende kunnen benutten. Bijna twee derde (65%) vindt dat hun werk voldoende (maatschappelijke) zingeving biedt.
Met de zo belangrijke autonomie is het helaas wat minder goed gesteld: iets meer dan de helft van respondenten (55%) ervaart voldoende vrijheid om hun werk naar eigen inzicht uit te voeren. En ongeveer de helft (51%) voelt voldoende verbondenheid met collega’s.
Seizoens- en leeftijdsgebonden
Een opvallende bevinding is daarnaast dat werkgeluk ook deels seizoensgebonden lijkt te zijn. “Als de dagen korter worden, neemt het werkgeluk toe”, verklaart het bureau.

De leeftijd van respondenten blijkt ook van invloed op hun werkgeluk. Over het algemeen geldt daarbij hoe ouder, hoe gelukkiger. De 56 tot 70 jarigen zijn dan ook het werkgelukkigst, gevolgd door de 40 tot 55 jarigen. Helemaal gaat het niet op, want de werknemers onder de 26 ervaren meer werkgeluk dan die tussen de 26 en 40.
Ook werd gekeken naar de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar die blijken klein te zijn.
Het onderzoek is gebaseerd op de respons uit de werkgeluktest, die Driessen Groep in 2018 lanceerde als hulpmiddel voor werknemers om inzicht te krijgen in hun werkgeluk en tips te ontvangen voor verbetering. De sindsdien verzamelde data van 33.000 deelnemers is nu geanalyseerd.

