Omgevingswet kost €1,1 miljard meer volgens KokxDeVoogd
De kosten voor de invoering van de Omgevingswet komen veel hoger uit dan eerder werd geraamd. De totale kosten worden nu geschat op €2,7 miljard, volgens een nog vertrouwelijk onderzoek van KokxDeVoogd.
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Na de invoering neemt het aantal regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed sterk af – met als doelstelling om het makkelijker te maken om bouwprojecten te starten.
In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet adviesbureau KokxDeVoogd momenteel onderzoek naar de kosten die gemoeid zijn bij de invoering van de Omgevingswet. De wet moet per 1 januari 2024 van kracht worden.

Volgens het onderzoek, dat ergens in de komende twee weken formeel naar buiten wordt gebracht maar inmiddels in handen is van overheidsplatform Binnenlands Bestuur, kost de implementatie van de Omgevingswet €2,7 miljard. De schatting omvat alle eenmalige kosten die overheden moeten maken voor de invoering.
Na uitstel op uitstel in de invoering van de wet, vormt de conclusie van KokxDeVoogd de zoveelste tegenvaller voor de overheid. Eerder rekende de staat op een eenmalige kostenpost van €1,6 miljard, een schatting die voortkomt uit een onderzoek uit 2021. Dit onderzoek werd ook door KokxDeVoogd uitgevoerd, de nieuwe editie is een actualisatie van de vorige doorlichting.
Het sterk oplopende bedrag komt voort uit inflatie (€235 miljoen), het eerdere uitstel van de wet (€332 miljoen), de kosten van uitvoeringsorganisaties als omgevingsdiensten (€159 miljoen) en de transitiekosten na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (€343 miljoen).
Door de hogere kosten zal het gemeenten en andere overheden nog meer tijd kosten om de investeringen van de Omgevingswet terug te verdienen. Voor gemeenten loopt die terugverdientijd in een gemiddeld scenario (en afgezet tegen de berekeningen uit 2021) volgens de onderzoekers verder op van 19 naar 35 jaar, bijna een verdubbeling. Voor provincies gaat die 4 naar 9 jaar en voor waterschappen van 4 naar 10 jaar.

