AFM en DNB functioneren goed maar onderlinge samenwerking kan beter

10 januari 2022 Consultancy.nl 3 min. leestijd

Het toezicht van de AFM en DNB is van een “goed niveau”, zo blijkt uit de vijfjaarlijkse evaluatie van de twee zelfstandige bestuursorganen (zbo’s), uitgevoerd door KWINK groep. Wel zijn er aandachtspunten. Zo blijft effectmeting een uitdaging en is niet altijd duidelijk of wordt voldaan aan de privacywetgeving. Betere onderlinge samenwerking zou kunnen bijdragen aan het aanpakken van deze aandachtspunten.

Gedurende de geëvalueerde periode (2016-2020) zagen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hun toezichttaak snel groeien, vooral door nieuwe regelgeving vanuit Europa. Ook de komende jaren zal het speelveld volgens de onderzoekers blijven veranderen.

KWINK groep geeft aan dat de twee zbo’s in dit kader voortdurend moeten blijven kijken of hun werkwijze nog aansluit op hun veranderende taakstelling, maar concludeert dat ze momenteel nog goed presteren. Beide worden omschreven als “professionele en gedegen toezichthouder” die hun taak uitvoeren “aan de hand van uitgewerkte en goed doordachte strategieën”. De evaluaties brengen dan ook geen “grote gebreken” naar boven.

AFM en DNB functioneren goed maar onderlinge samenwerking kan beter

Zet samenwerking terug op de strategische agenda

Wel zouden de twee toezichthouders hun onderlinge samenwerking kunnen verbeteren. Terwijl de afstemming van de toezichtactiviteiten is verbeterd (DNB waakt als prudentieel toezichthouder over de soliditeit en integriteit van financiële ondernemingen, de AFM maakt zich via gedragstoezicht sterk voor eerlijke en transparante financiële markten), blijft het volgens de onderzoekers “belangrijk om oog te houden voor het voorkomen van onnodige overlap”.

Speciaal aandachtspunt daarbij is het opvragen van informatie. Beide zbo’s vragen vanuit hun ambitie op het gebied van datagedreven toezicht nog weleens gegevens op waarvan voor instellingen niet duidelijk is of ze die van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) mogen verstrekken. Ook roepen ze instellingen op meer data verzamelen van hun klanten, wat in strijd kan zijn met het uitgangspunt van dataminimalisatie van de AP.

Betere onderlinge samenwerking zou volgens KWINK groep kunnen helpen bij het aanpakken van dit gedeelde verbeterpunt. Terwijl de AFM en DNB op verschillende vlakken samenwerken, staat deze samenwerking niet (meer) op hun strategische agenda, “terwijl die daarop wel een plek verdient”.

Effectiviteit blijft onduidelijk

Een andere verbeterpunt waar volgens de onderzoekers in samenwerking beter aan zou kunnen worden gewerkt is effectmeting, wat voor beide toezichthouders “een blijvende uitdaging” vormt.

KWINK groep geeft aan dat effect van toezichtinterventies meten en aantonen inherent ingewikkeld is – zeker wanneer het gaat om preventief toezicht – “maar effectiviteit kan in bepaalde gevallen wel aannemelijk worden gemaakt”, staat in de evaluatie van de AFM.

Hetzelfde geldt voor DNB, waarover ook wordt opgemerkt dat effectmeting wordt gecompliceerd omdat “DNB één van de actoren (maar niet de enige) is die invloed heeft op de mate waarin doelstellingen van financieel toezicht worden behaald”.

Beide toezichthouders hebben al geprobeerd de resultaat- en effectmeting te verbeteren, maar zien evenals KWINK groep ruimte voor verbetering. “Zet de inspanningen om effectmeting structureler en meer integraal vorm te geven kracht bij”, luidt het advies van de onderzoekers.